Sport

Uit

De semiotiek is geïnteresseerd in en zoekt naar diepere (betekenis)structuren onder de oppervlakkige verschijnselen. Een matrix, een sjabloon. Zo kun je semiotiek van de mode bedrijven, of van de liefde, of van de film. Daardoor kunnen schema’s en systemen worden ontdekt en beschreven die structureel en niet-tijdgebonden zijn. Daardoor komen we een hoop aan de weet over de wereld en onszelf.
Sportsemiotiek wil ook zulke structuren en verbanden ontdekken en blootleggen. Niet alleen omdat het leuk is, maar ook omdat het iets zegt over de mechanismen in onze cultuur. Sport kan onthullend zijn en ons dingen laten zien die we anders niet zouden opmerken.
Semiotiek maakt veel gebruik van tegenstellingen. Dichotomieën. Naar aanleiding van het Europees kampioenschap voetbal 2008 kunnen we een diepgewortelde tegenstelling in onze cultuur beschrijven. Die bestaat al zo lang als wij bestaan, en ons leven is er mede op gebaseerd. Het is de tegenstelling tussen ‘uit’ en ‘in’. Net als ‘natuur’ en ‘cultuur’ of ‘dood’ en ‘leven’ zijn ‘uit’ en ‘in’ twee onlosmakelijk ver-bonden zij het contrasterende elementen in een dieptestructuur van ons moderne leven.
Denk aan uitademen en inademen. Aan uitleggen en inleggen. Aan uitmaken en inmaken. Uitgebreid en ingebreid. Uitgeput en ingeput. Schavuit en schavin.
‘Uit’ is beweging, handeling, energie, Wille zur Macht, gebalde vuist.
‘In’ is stilstand, lethargie, paralyse, slavenmoraal, slap handje.
Door het EK wordt duidelijk hoe bepalend de uit-in-dichotomie voor ons bestaan is. We herkennen haar in de gebeurtenissen en de verslagen van, rond en over het Nederlands elftal. Het gaat goed met Oran-je. Dat is omdat het ver op de uit-as is opgeschoven en steeds meer afstand neemt van de in-kant van de schaal.
Het is het EK van het ‘uit’ voor het Nederlands elftal. Oranje is een echte ‘uit’-ploeg. Dat zie je aan de Oranje-taal: allerlei woorden en uitdrukkingen voor actie, de wil tot winnen, positief denken, beweging in plaats van stilstand, dynamiek in plaats van inertie, geloof in eigen kunnen in plaats van onzekerheid, optimisme in plaats van pessimisme.
De lovende woorden die we horen zijn ‘uit’-woorden: uitzonderlijke klasse, uitermate sterk. Uitdagende speelwijze. Uitgekiende aanval. En we hebben met uitermate goede uitslagen grote landen uitgescha-keld.
‘Hoe vond je Nederland spelen, Johan?’
‘Uitstekend’, zegt Cruijff. Niet: ‘geweldig’, of ‘fantastisch’, nee, ‘uitstekend’.
‘Ben je trots op Oranje?’
‘Uiteraard’, zegt Cruijff. In plaats van ‘natuurlijk’ of ‘vanzelfsprekend’.
Nederland is sterk in het uitverdedigen. Met snelle uitvallen worden doelpunten voorbereid. De tegen-stander, de verliezer, richt zich vooral op inzakken. Het instabiele elftal van Italië was inert.
‘Uit’ is willen winnen, ‘in’ is verliezen.
Uit het niets scoren ze. Oranje kruipt uit zijn schulp. Tegenover zo veel klasse zie je de tegenstander in zijn schulp kruipen.
Het Nederlands B-elftal is ‘gretig. De jongens die spelen tegen Roemenië hebben er zin in, hebben hon-ger naar de bal, willen het gras opvreten. En dan uitspugen op de schoenen van de tegenstander.
Er is iets, zeggen ze, waardoor deze groep boven zichzelf uitstijgt. Ze gaan voor elkaar door het vuur en lopen dat vuur vervolgens uit hun sloffen. Niet in hun sloffen, dat is gevaarlijk.
Uit uit uit. En heel weinig in.
Het is ook de uitbundigheid die hoort bij succes. Na een doelpunt wordt uitbundig gejuicht. Uitzinnige fans gaan uit hun dak na een overwinning. Niemand wil in zijn dak gaan. Voor één keer springt het volk-je uit de band.
Inzinnige fans geven geen sfeer in het stadion. Inbundig juichen is geen gezicht. In de band springen is niet gezellig.
De enige speler die voor de eerste wedstrijd tegen de verwachting in niet in de basis werd opgesteld door Van Basten was John Heitinga. Heit-in-ga. De speler die buiten de boot leek te gaan vallen maar in de eerste wedstrijd toch werd opgesteld en vanaf dat moment een heldenrol speelde, is Dirk Kuyt. K-uyt.
Uit is gretig en honger naar de bal, in is blasé en volgegeten.
Als je de krant leest herken je meteen waar het Nederlands elftal zijn kracht aan te danken heeft.
Uit een verre uittrap van Van der Sar kreeg rechtsbuiten Kuyt de bal. Hij passeerde zijn tegenstander buitenom en schoot de bal met een stuit in het doel. Uit het niets.
Winnen is uit, verliezen is in.
Het ziet er naar uit dat Nederland, de uitvinder van het totaalvoetbal, kampioen wordt. Dan is de buit binnen. En niet de bin buiten.