Over Franz Kafka en Freddy Heineken

Uit angst wordt kunst geboren

Wat zou de mens zijn zonder angst? Angst is het kompas waarop we varen, de ultrasonore radar van ons verstand. En uit angst wordt soms grote kunst geboren.

Een vruchtbare angst voor hedendaagse kunst is die voor extraterrestrials, het «E.T.-syndroom», ofwel de vrees om overheerst dan wel ontvoerd te worden door buiten aardse levensvormen. Dit is vooral een Amerikaans cultuurproduct.

Op 30 oktober 1938 zorgde acteur Orson Welles voor aan massahysterie grenzende taferelen in de Verenigde Staten met een gedramatiseerd hoorspel op CBS-radio van het boek The War of the Worlds van H.G. Wells. Veel Amerikanen dachten dat de aarde werkelijk werd belegerd door invasietroepen van de planeet Mars.

Sindsdien nemen per dag honderden ingezetenen van de VS vliegende schotels waar. Hollywood heeft miljarden verdiend aan deze gecultiveerde vrees voor buiten aardse wezens. Onze eigen koningin Juliana probeerde iets tegen deze angst te doen door in 1959 George Adamki, de Californische hamburgerverkoper die na een ontvoering per vliegende schotel dienst deed als goodwill-ambassadeur van de planeet Venus, in audiëntie te ontvangen op paleis Soestdijk.

Later deed regisseur Steven Spielberg een poging buitenaardse wezens een vriendelijker gezicht te geven. Zijn film E.T. (1982) was een groot succes, maar kende weinig navolging. Voorlopig kampen buitenaardsen in verschillende kunstuitingen nog altijd met veel wantrouwen en vooroordelen.

Ook de ultieme claustrofobische nachtmerrie is vereeuwigd door een Amerikaan. In het korte verhaal The Premature Burial van Edgar Allan Poe (1809-1849) ontwaakt een schijndode man in zijn doodskist.

Binnenkort zal ook zeker ergens ter wereld het toneelstuk over de laatste dagen van Saddam Hoessein worden opgevoerd. Claustrofobie en doodsangst zullen daarin om voorrang strijden. De laatste is niet voorbehouden aan dictators op de vlucht. Hij is zelfs de meest democratische van alle angsten, want iedereen heeft er last van. De kunstwerken die eruit voortkwamen, zijn te talrijk om op te noemen. En juist doordat iedereen eraan lijdt, staat projectie een heldere afbakening in de weg. Dat is te zien aan de waardering voor het schilderij Landschap met kraaien van Vincent van Gogh (1853-1890). Iedereen ziet dat het in dit werk gaat om doodsangst, maar dat is nooit bevestigd door de maker zelf, die er te weinig angst op nahield om op aarde te blijven en het leven te verdragen.

Ook faalangst is een creatieve goudmijn voor degene die het gebrek bij zichzelf durft toe te geven. De man die faalde van Gijs Schreuders (1992), over de spijt van de jaren-zestiggeneratie die voor de verlokkingen van het totalitarisme à la Stalin viel, is een klassieker over politiek falen. Het sympathieke aspect van de auteur, gewezen hoofdredacteur van het voormalige communistische dagblad De Waarheid, is dat hij even goed doorgaat met nieuwe politieke schuivers — zie Schreuders’ gezagsgetrouwe houding inzake recente koningshuiskwesties. De man die faalde was overigens geïnspireerd op het boek The God That Failed (1949), van de hand van onder anderen Arthur Koestler, André Gide en Stephen Spender, een eerdere poging tot verklaring van de fascinatie van intellectuelen voor het stalinisme.

Ambtenarenvrees inspireerde Franz Kafka (1883-1924) tot de (postuum uitgegeven) romans Das Schloss en Der Prozess. Hierin stelde Kafka als eerste kunstenaar vast hoe hopeloos een individu kan verdwalen in ambtelijke procedures die hij niet doorgronden kan. De eerste regel van Der Prozess — «Jemand mußte Josef K. verleumdet haben, denn ohne daß er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet» — is een van de meest geciteerde en geparafraseerde zinnen uit de wereldliteratuur.

In één zin wordt hier een voor iedereen herkenbare hel geschilderd. Eerbied voor het gezag is een gevaarlijk spel, zo leerde Kafka, als men niet weet waar dat gezag vandaan komt en wat het beweegt. Ambtenarenangst is derhalve een lastige, doch soms ook bijzonder nuttige aandoening. Maar helaas niet geneesbaar omdat het bureaucratische leven uiteindelijk sterker is dan de anti bureaucratische leer.

Tegenwoordig spreekt iedereen die wordt vermalen door de ambtelijke gehaktmolen van deze of gene instantie — of het nu justitie, de Belastingdienst of het ministerie van Landbouw is — niettemin steevast van «kafkaëske toestanden». De uitdrukking is al decennialang in een concurrentiestrijd om de hegemonie verwikkeld met het begrip «Amerikaanse toestanden», dat voortkomt uit een bekende, vooral in het Avondland levende vrees voor een geatomiseerde maatschappij waarin mensen slechts worden gedreven door materiële prikkels en geen oog meer hebben voor elkaar.

De Europa-angst kreeg een stem door Freddy Heineken. Het is de toestand van existentiële crisis bij politiek leiders van de 21ste eeuw. De therapie: uitvoering van het Europese herindelingsplan van Freddy Heineken ter opdeling van het «oude continent» in 1723 autonome ministaten, met Amsterdam als onafhankelijke stadsstaat onder president Schelto Patijn.

De angst voor oorlog heeft tot grote filmklassiekers geleid. Apocalypse Now (1979) van Francis Ford Coppola, de Vietnamese bewerking van de oorspronkelijk in de Afrikaanse Kongo gesitueerde roman Heart of Darkness van Joseph Conrad (1857-1924), deed wonderen voor het beëindigen van de militaire dienstplicht in verschillende landen. Zelden werd angst zo invoelbaar geacteerd als door hoofdrolspeler Martin Sheen in de onvergetelijke openingsscène van de klassieker.

Islamietenvrees, ofwel islamofobie, een residu uit de tijd van de Kruistochten (1095-1245), kreeg met de boeken De ondergang van Nederland van Mohamed Rasoel (1990), Tegen de islamisering van de cultuur van Pim Fortuyn (1997) en Allah weet het beter van Theo van Gogh (2003) een zekere cultstatus in Nederland. Osama bin Laden en George W. Bush deden de rest.

Is er dan echt geen poëzie meer? Een gedicht van Sjoerd de Jong in de jongste aflevering van het literaire tijdschrift De Revisor heet Jongerenangst. Een fragment:

Ze waren jonger, blonder gekapt,

en met korte broeken vol proza en

paddo-schedels bestormden ze

de arbeidsmarkt voor daklozen

Een oprechte hartenkreet over een nieuw, behartigenswaardig fenomeen op de markt van sociale fobieën. En dan wordt nog beweerd dat literaire tijdschriften hun tijd gehad hebben!

Rest het domein van de popmuziek. Het nummer Stagefright van de gelijknamige lp (1971) van The Band heet in vertaling Plankenkoorts. De band bestond uit Richard Danko (1942–1999), Richard Manuel (1943-1986), Levon Helm, Garth Hudson en Robbie Robertson, die hopelijk nog wel leven.

Bob Dylan leeft in ieder geval wel, maar die heeft nooit plankenkoorts gekend. Veel mensen wensten dat hij dat wél had gehad, en liefst heel erg.

Deze mensen hebben echter geen verstand van popmuziek.