Film

Uit de greep van Hollywood

FILM Academy Awards

Dreamgirls van Bill Condon heeft een dun verhaal met mooie mensen die hun dromen op de maat van geestdodende musicalmuziek najagen. De achtergrond bestaat uit kitscherige sets die druipen van production design. Kortom: een Songfestivalfilm. Beyonce speelt de rol van een Supremes-achtige zangeres die een ster wordt, en Eddie Murphy is een zuipende soulzanger en rokkenjager. Op Murphy na, die altijd briljant is, is Dreamgirls gespeend van inspiratie en schoonheid en engagement. En toch is de film genomineerd voor acht Oscars. De aloude vraag rijst hoe het mogelijk is dat een film die nauwelijks een film is zo’n sterke Oscar-kandidaat kan zijn. Het antwoord ligt in de wijze waarop de uitreiking van de Annual Academy Awards verwordt tot een variant van Dancing with the Stars/On Ice of Idols, een ceremonie die onherroepelijk carnavalesk is, die voortdurend naar zichzelf verwijst in het cyclisch versterken van de cultus van celebrity. Om dit alles in stand te houden zijn film als Dreamgirls nodig, films die de conventies volgen zonder dat er een moment sprake is van originaliteit en artisticiteit.

Er is een keerzijde. Hoewel een blik op de lijst met genomineerde films leert dat het een mager jaar is geweest, wijst dezelfde blik uit dat de populaire cinema bezig is uit de greep van Hollywood te glippen. Het effect is vergelijkbaar met dat in de literatuur van zo’n tien jaar geleden, toen de aansprekende slagzin ‘The empire writes back’ werd gebruikt om het proces te omschrijven waarin auteurs uit de oude Britse koloniën als Vikram Seth, Peter Carey, Margaret Atwood en J.M. Coetzee hoge ogen gooiden als het ging om prestigieuze, westerse literaire prijzen als de Man Booker. Vertaald naar cinema: het proces is al een tijdje gaande, maar dit jaar zijn de beste Oscarfilms bij uitstek ‘buitenlands’ op de een of andere manier. De beste film van het jaar – Clint Eastwoods oorlogsepos Letters from Iwo Jima – is, toegegeven, Amerikaans, maar hij is wel geheel in het Japans gedraaid. Bovendien zijn het Japanse acteurs die de sterren van de hemel spelen.

En dan is er de op een na beste film van het jaar: Guillermo del Toro’s verbijsterend mooie horrorsprookje Pan’s Labyrinth (Mexico) die vijf keer genomineerd is, onder meer in de categorie beste buitenlandse speelfilm, waar hij zal concurreren met Das Leben der Anderen (Duitsland), Florian Henckel von Donnersmarcks briljante film over afluisterpraktijken in de oude ddr. Wat beide films bijzonder maakt, afgezien van hoe goed ze gemaakt zijn, is dat ze niet de conventies volgen van wat men ook wel de ‘arthousefilm’ noemt. Pan’s Labyrinth en Das Leben zijn géén films waarin de makers experimenteren. Het zijn toegankelijke werken voor een groot publiek, films waarin de maker zijn visie en benadering uitwerkt, maar dan wel mét gebruikmaking van de taal van de populaire cinema – de taal van Hollywood, met andere woorden. Pan’s Labyrinth heeft bijvoorbeeld de mooiste special effects in vele jaren, en Das Leben is een herschepping van een oud Amerikaans subgenre, namelijk de ‘afluisterfilm’, die op zich weer een gietvorm is met wortels in het werk van Michelangelo Antonioni.

Het zijn grote ‘buitenlandse’ films en niet Dreamgirls, als manifestatie van de celebrity-cultus Idols-_stijl, die in de komende tijd het karakter van de populaire cinema zullen bepalen. Zo is de grens tussen ‘beste film’ en ‘beste buitenlandse film’, in Oscar-speak,_ finaal opengebroken.

79th Annual Academy Awards, aanstaande maandag in de vroege ochtenduren op Film 1; Dreamgirls is vanaf 22 februari te zien. Zie voor een bespreking van Das Leben der Anderen elders in dit blad