MUZIEK IN DE HOOFDSTAD: TRISTAN UND ISOLDE

(Uit De Groene Amsterdammer van 27 maart 1890)

Ik ga nu tot de Wagner-opvoeringen over, in de eerste plaats tot die van Tristan und Isolde, een werk Dinsdag jl. voor het eerst in Nederland ten gehoore gebracht.(klik hier voor pagina 1en hier voor pagina 2 van dit artikel)

Alles in dit werk is onwaarschijnlijk en onmogelijk; de karakters zijn misteekend; het geheel is een opeenstapeling van nonsens, dien de gezochte taal vergeefs tracht te bemantelen.

Die liefdedrank! Hoe is het mogelijk, het edele gevoel der liefde zóó te ontwijden, dat men het uit een drank laat voortkomen; dit is inderdaad het onbeschaamdste materialisme, waarvan men ooit gehoord heeft. Dat men de verhevenste aller gewaarwordingen direct verklaart uit een werking van de spijsverteringsorganen, dit is in de hoogste mate walgelijk. Een bepaald ellendigen indruk maakte het op me Tristan na het innemen van den drank een poos te zien slikken en met de lippen smekken, als een beest, dat vreet; ik dacht: ziezoo, nu zit de liefde in zijn maag en darmen, nu komt ze in zijn bloed – hoera! nu bemint Tristan.

En daar weerklinken ook werkelijk de meest gloeiende liefdesverklaringen! En deze liefde is het, die gedurende de geheele 2e acte op de weelderigste tonen bezongen wordt!