De Amerikanisering van de Nederlandse arbeidsmarkt (3)

Uit de ideologische loopgraven

Wat betreft de arbeidsmarkt valt er in maart wat te kiezen: nóg meer flexwerk (VVD), terug naar meer vaste banen (SP, PvdA), of alles volledig hervormen (GroenLinks, D66, ChristenUnie, CDA).

Medium groene1

De economie trekt aan, maar dat kan niet verbloemen dat Nederland nog altijd kampt met grote problemen op de arbeidsmarkt. De draaideur voor flexwerkers draait harder dan ooit tevoren, kleine werkgevers bezwijken onder de lasten voor werknemers in vaste dienst, en zzp’ers kampen met veel onzekerheid over de toekomst – ondanks het uitstel van de handhaving op de wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie die schijnzelfstandigen van echte ondernemers moest onderscheiden, maar uitliep op een praktisch onuitvoerbaar debacle en een inhuurstaking.

In Den Haag geven alle partijen in aanloop naar de verkiezingen toe dat Nederland in de afgelopen jaren verder verdeeld is geraakt in winnaars en verliezers. Over de weg voorwaarts verschillen de meningen. Toch is er in het midden ook veel consensus over de noodzaak van een gelijker speelveld voor alle werkenden, blijkt uit dit onderzoek. Zo is er consensus over een transitievergoeding vanaf dag één voor flexwerkers, over beperking van de loondoorbetaling bij ziekte voor kleine werkgevers, over een algemene lastenverlichting op arbeid, over het oprekken van de maximale duur van flexcontracten, over collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zzp’ers en over het openstellen van de pensioenfondsen voor zzp’ers én flexibiliteit en keuzevrijheid voor alle deelnemers aan die pensioenfondsen.

Maar de kans is klein dat het brede midden alleen kan gaan regeren. De toekomst van de arbeidsmarkt zal daarom in hoge mate worden bepaald door de winnaar op links of rechts. En die staan weer lijnrecht tegenover elkaar. Dat het samen regeren van pvda en vvd tot een impasse heeft geleid met een nog grotere tweedeling tot gevolg zou de partijen moeten behoeden voor een herhaling. De middenpartijen die vier jaar lang gefrustreerd hebben moeten aanzien dat de twee regeringspartijen er niet uitkwamen, roepen zowel links als rechts nu op om uit de ideologische loopgraven te kruipen, geen breekpunten meer uit te ruilen en te durven kijken naar echte oplossingen. Hieronder zes mogelijke aanpassingen.

1. Flex moet duurder zijn

‘Er is niks mis met het vaste contract!’ roept Paul Ulenbelt van de SP door zijn werkkamer in het Tweede-Kamergebouw. ‘Landen met een goede bescherming voor werknemers zijn innovatiever en productiever. Het vaste contract is de norm. Je moet van de afwijking niet de norm willen maken.’ Hij is duidelijk gefrustreerd dat de bescherming rond het vaste contract weer op tafel ligt.

‘Voor marxisten is de wereld niet zo moeilijk’, vervolgt hij na een diepe zucht. ‘Er zijn arbeiders en werkgevers. Maar nu heb je dus al die zzp’ers. Elitaire zzp’ers als notarissen, architecten en advocaten zijn geen probleem. Maar de proletarische zzp’ers, de dagloners, zijn dat wel.’ Ook voor een moderne SP’er blijkt de wereld nog vrij eenvoudig in te delen. De inmiddels beruchte zzp’er die in hippe koffietentjes op de laptop aan opdrachten werkt en daar een redelijke prijs voor rekent, bestaat niet in die wereld. Evenmin als de bouwvakker en de kraamverzorgster die er bewust voor kiezen eigen baas te zijn. In de visie van de SP is de proletarische zzp’er een valse concurrent van de werknemer in vaste dienst. Iemand die zich voor een lagere prijs kan verkopen omdat hij niet bijdraagt aan collectieve voorzieningen, die collectieve voorzieningen daarmee onder druk zet en dus bestreden moet worden.

De oud-vakbondsman heeft begrip voor de havenarbeiders die op een Amsterdamse bijeenkomst over de toekomst van de vakbond zzp’ers uitscholden voor kakkerlakken. ‘Ik snap die emotie. Ze zitten wel aan je brood! Vroeger wisten we in de haven wel hoe we dat moesten oplossen. Mensen die voor minder wilden werken belandden in het water. Als het aan mij lag hadden we dat ook met die postzakken van zelfstandige postbezorgers gedaan toen PostNL daarmee in zee ging. Dan is het snel klaar met het inhuren van zzp’ers. Nu is het overal zo’n klerezooi.’

De opkomst van de proletarische zzp’er en de flexwerker, de werknemers met een tijdelijk contract, is volgens de SP’er vooral een crisisverschijnsel. Bij economische groei komen de vaste banen vanzelf weer terug. Toch moet de Wet werk en zekerheid (wwz) van minister Lodewijk Asscher volgens Ulenbelt worden aangepast. De wwz had de afgelopen jaren al meer vaste banen moeten opleveren doordat flexwerkers daar eerder – al na twee jaar of drie contracten – recht op kregen, maar het tegenovergestelde gebeurde: de draaideur van flex ging alleen maar harder draaien.

‘Wat de huidige coalitie verzuimd heeft, is om flex duurder te maken dan vast’, zegt Ulenbelt. ‘Alles is altijd duurder als je er flexibel gebruik van wilt maken: als je de vertrekdatum op je vliegticket open wilt houden of als je tijdelijk kantoorruimte huurt. Bij alles is dat zo, behalve bij werk. Prima als je als bedrijf flexibiliteit wil, maar dan moet je er ook extra voor betalen.’

Zo stond het in 2012 ook in het wetsvoorstel dat de SP samen met de pvda wilde indienen: flex moest duurder worden. De WW-premie die betaald moet worden voor een werknemer met een tijdelijk contract moest omhoog. ‘Omdat die werknemer ook veel meer kans heeft van die WW gebruik te moeten maken’, aldus Ulenbelt. Daarnaast zou de transitievergoeding waarop een flexwerker in de huidige situatie pas na twee volle jaren aanspraak kan maken al vanaf dag één moeten worden opgebouwd. ‘Die twee punten heeft de pvda laten varen in de onderhandelingen met de vvd en precies daar is het fout gegaan.’

De SP vindt medestanders in haar streven om de geplaagde wwz op die punten aan te passen. Ook pvda, GroenLinks en d66 willen dat de transitievergoeding vanaf dag één wordt opgebouwd en flexwerkers dus niet net vóór ze daar recht op krijgen met lege handen worden weggestuurd en vervangen door de volgende tijdelijke kracht. En ook de pvda is voor een hogere WW-premie voor tijdelijke krachten. Iets meer naar rechts in het spectrum – van GroenLinks tot aan de vvd – hopen alle partijen loondienst weer aantrekkelijker te maken door de werkgeverslasten voor alle werknemers te verlagen. Het werken met zzp’ers wordt dan in vergelijking duurder.

In tegenstelling tot de SP denken andere partijen dat de exponentiële groei in tijdelijk werk niet slechts een crisisverschijnsel is, maar ‘here to stay’. Daarom moet het volgens hen snel weer mogelijk zijn meer dan drie opeenvolgende contracten met elkaar aan te gaan (vvd) en ook langere contracten, bijvoorbeeld voor twee, drie of vijf jaar (GroenLinks, d66, ChristenUnie, cda) te tekenen zonder dat daar meteen een verplichting tot in vaste dienst nemen aan vastzit.

Veel duurder dan het nu is om flexwerkers aan het werk te hebben moet het niet worden, meent het cda. ‘Het moet niet zo zijn dat het alternatief voor een flexcontract is dat je helemaal niet meer aan de bak komt’, aldus cda-Kamerlid Pieter Heerma. ‘Misschien kun je beter sectorale afspraken maken over het maximaal aantal opvolgende contracten en de lengte van die contracten. Dan bereik je wellicht veel meer.’

Ook de vvd wil zo snel mogelijk af van de huidige regels rondom flex. ‘Maximaal twee jaar is veel te krap’, aldus Kamerlid Bas van ’t Wout. De vvd ziet de wwz nu als een soort onvermijdelijk ongeluk ten gevolge van moeizame coalitieonderhandelingen. ‘Zo gaat dat soms.’ Hoeveel tijdelijke contracten je in de toekomst mag aangaan bij één werkgever heeft Van ’t Wout niet op het netvlies. ‘Ik ben niet getrouwd met een nummer als vier, vijf of zes. Een vast contract is ook niet zaligmakend. Dat moet iedereen beseffen, iedereen moet zorgen dat hij wendbaar en inzetbaar blijft.’

2. Loondoorbetaling bij ziekte beperken

Volgens Carola Schouten van de ChristenUnie moeten we vooral af van het wantrouwen ten opzichte van werkgevers: ‘Alsof elke werkgever er alleen maar op uit is om arbeid zo goedkoop mogelijk in te kopen. Veel werkgevers zouden graag meer mensen in vaste dienst nemen, maar kunnen zich de kosten en risico’s gewoon niet veroorloven.’

Linda Voortman van GroenLinks valt haar bij: ‘Een bekende van mij begon een klein adviesbureau en toen ook de tweede medewerker ziek werd, kon hij het faillissement aanvragen.’ De klachten van het midden- en kleinbedrijf (mkb) zijn door vrijwel alle partijen gehoord. Van pvda tot vvd willen de partijen af van het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor de kleine werkgever.

De meeste partijen vinden dat het tweede jaar moet worden opgevangen middels een collectieve verzekering, maar het cda gaat nog een stapje verder. De partij die traditioneel populair is onder mkb’ers wil dat werkgevers alleen nog verantwoordelijk zijn voor de eerste acht weken. Alles daarna zou met een collectieve verzekering voor alle werkenden, inclusief zzp’ers (daarover later meer), moeten worden opgevangen. Het cda ziet de loondoorbetaling bij ziekte als het grootste obstakel van het vaste contract. ‘Niet alleen de schoenwinkel, maar ook werkgevers met tientallen werknemers geven aan dat dit systeem voor hen niet werkt’, zegt Heerma. ‘Ze zien de meerwaarde van het vaste contract – zowel voor de zaak als voor de medewerker – maar kunnen de concurrentie niet aan met bedrijven die met flexibele krachten werken.’ Het cda verwacht dat door het collectief opvangen van dit risico oudere werknemers ook weer meer kansen krijgen.

‘Een vast contract is ook niet zaligmakend. Iedereen moet zorgen dat hij wendbaar en inzetbaar blijft’

3. Tornen aan het ontslagrecht

Met zo’n brede consensus moet het raar lopen wil het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor het mkb niet heel snel sneuvelen. Als het gaat om het ontslagrecht worden hervormingen minder breed gedragen. ‘Ook wij vinden dat de flexibilisering is doorgeslagen’, zegt Steven van Weyenberg van d66. ‘Maar je moet durven kijken naar hoe dat komt. Nergens in de westerse wereld is het verschil in werkgeverslasten tussen vast en flex zo groot als hier.’ En je komt er volgens hem niet met alleen het duurder of lastiger maken van flex, zoals SP en pvda willen.

‘Dat is de les die we de afgelopen jaren geleerd hebben. De wwz heeft niet meer vaste banen opgeleverd, integendeel’, aldus Van Weyenberg. ‘Asscher schermt met cijfers over tienduizenden nieuwe, vaste banen, maar wat hij er niet bij zegt is dat het aantal flexbanen een veelvoud daarvan gegroeid is. Ook nu de economie aantrekt, is het vaste contract impopulair.’ Op ondernemersborrels hoort hij van werkgevers dat het lastiger is geworden om afscheid te nemen van werknemers. ‘Vaak willen ondernemers hun mensen graag vaste contracten aanbieden, maar wordt het hun door hun boekhouder of hoofd P&O afgeraden. Omdat het de onderneming de kop kan kosten.’

Voor kleine werkgevers is het ontslag met de invoering van de wwz duurder geworden. Voor hen was er voorheen bij economisch ontslag een aparte route via het uwv. Als het uwv positief oordeelde over de grond voor het ontslag, dan had de ontslagen werknemer geen recht op een ontslagvergoeding. Die gratis route via het uwv is afgesloten. Iedereen heeft nu na twee jaar werken voor één werkgever recht op een transitievergoeding. Voor grote werkgevers is het ontslag wel goedkoper geworden, omdat de vaste transitievergoeding lager is dan voorheen uit de kantonrechtersformule volgde, maar een werknemer die zijn ontslag aanvecht, krijgt nu vaker gelijk. Als de werkgever het dossier niet op orde heeft, kon de rechter voorheen een hogere ontslagvergoeding toekennen zodat beide partijen toch in redelijke harmonie uit elkaar konden. Dat mag niet meer. Van Weyenberg: ‘En dan moet die werknemer terug naar de werkvloer. Het ontslagrecht is daarmee wel eerlijker geworden in de zin dat iedere werknemer nu recht heeft op een ontslagvergoeding, maar niet soepeler.’

Medium groene3

cda en vvd willen daarom weer meer ruimte voor de kantonrechter om contracten ook te ontbinden als het dossier misschien niet waterdicht is, maar er wel duidelijk sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. cda’er Heerma: ‘We willen niet toe naar een situatie zoals in Duitsland, waar het zo moeilijk is geworden om van iemand af te komen dat de bedragen die ongewenste werknemers meekrijgen naar recordhoogtes stijgen om maar een rechtsgang te voorkomen.’

d66 wil een flinke stap verder gaan. Terwijl het zittende kabinet tevergeefs streefde naar ‘vast minder vast, flex minder flex’ en andere partijen nu voorzichtig spreken van het gelijktrekken van de rechten van alle werkenden zet d66 in op het volledig laten verdwijnen van het onderscheid tussen vast en flex. Elk contract wordt een contract voor onbepaalde tijd, maar dan moet het wel eenvoudiger zijn om ook weer uit elkaar te gaan door de preventieve toets af te schaffen en de vanaf dag één opgebouwde transitievergoeding het wisselgeld te laten zijn.

‘Maar je zult altijd beschermd blijven tegen willekeur’, aldus Van Weyenberg. ‘Je kunt altijd naar de rechter als je het niet eens bent met je ontslag. Zo werkt het in andere Europese landen. Juist door het verschil tussen vast en flex weg te nemen, maak je het vaste contract weer bereikbaar voor iedereen. Juist dan wordt het weer de norm.’

Dat het een sterke verbetering zou zijn voor de flexwerker die er nu – ook bij goed functioneren – steeds uitvliegt als een vast contract in beeld komt, is duidelijk. Maar het taboe op morrelen aan de ontslagbescherming is groot. Van Weyenberg benadrukt nogmaals dat er altijd een grond moet zijn voor ontslag. ‘Wat willen we dan?’ roept de d66’er vertwijfeld. ‘Als we zo doorgaan is er zeker voor lager opgeleiden straks nergens meer een vaste baan. We zijn er nu al hard naar op weg dat vijftig procent van die groep vastzit in de draaideur van flex.’ Om mensen te helpen na een ontslag weer snel aan de bak te komen, wil d66 veel meer investeren in begeleiding terug naar werk vanuit de WW en – net als vvd, GroenLinks, ChristenUnie en cda – in sectoroverstijgende scholing.

Het volledig gelijktrekken van vast en flex gaat de andere middenpartijen net iets te ver en SP en pvda vinden het een dusdanig extreem voorstel dat samenwerken met d66 op dit punt uitgesloten lijkt. ‘Als d66 z’n zin krijgt, wordt iedereen flexwerker’, aldus Ulenbelt van de SP. Maar ook het cda ziet het niet zitten. ‘Ik kan het niet anders lezen dan dat ze het ontslagrecht willen afschaffen; wij kiezen voor bestendige arbeidsrelaties als norm’, aldus Heerma.

John Kerstens van de pvda erkent dat het aantrekkelijker maken van het vaste contract ‘taai’ is gebleken. ‘Je kunt bedrijven wel een norm opleggen, maar ze moeten wel aan die norm kunnen voldoen.’ Maar toegeven dat de wwz in zijn opzet gefaald heeft, wil hij niet. ‘Het was de eerste serieuze poging iets te doen aan de doorgeslagen flexibilisering. Politiek is een ingewikkeld vak. We werden het niet eens met de vvd en dan gaat de nuance soms verloren.’ Nuance is er volop in een één-op-één-gesprek met Kerstens, maar veel minder in het pvda-verkiezingsprogramma, dat waarschuwt voor partijen die de vakbonden een kopje kleiner willen maken en het ontslagrecht de nek om willen draaien.

Maar volgens Kerstens is de pvda er inmiddels echt wel van doordrongen dat de flexibilisering een veelkoppig monster is dat je niet verslaat door er één kop af te hakken: ‘We moeten nu echt gaan voor dat gelijke speelveld. Iedereen die werkt, wil een inkomen, zich kunnen ontwikkelen, zich kunnen verzekeren, veiligheid en bescherming tegen willekeur. Daarvoor zou het in de toekomst niet meer moeten uitmaken of je nu een vast contract hebt, een flexwerker bent of een zzp’er. Alles hangt nu aan dat vaste contract.’

Net als Ulenbelt van de SP is Kerstens een voormalig vakbondsman. Maar wel eentje die tot nieuwe inzichten is gekomen en met name vakbond fnv tot serieuze bezinning aanspoort. ‘Als je alleen maar vecht voor de rechten van een steeds kleiner wordend clubje, voor hen die nog een cao-contract hebben, verlies je de hoogopgeleiden en de 45-plussers die nu aan de kant staan. Dan lopen de jongeren bij je weg. Mensen met een vast contract kunnen zich verschansen in hun veilige bubbel en denken dat de flexibilisering hen nooit zal raken, maar als je anderen geen bescherming biedt, sijpelt dat door naar iedereen. Wat je moet doen is alle werkenden als collega beschouwen en naar jouw niveau proberen te tillen.’ En ja, dan doelt Kerstens ook op zzp’ers.

4. Meer zekerheid voor zzp’ers

Ook als het gaat om de sociale zekerheid van zzp’ers is er in het brede midden, inclusief de pvda, veel consensus. Van de ongeveer één miljoen zzp’ers in Nederland heeft een meerderheid geen verzekering afgesloten voor arbeidsongeschiktheid. Als zij een ernstige ziekte of ongeluk krijgen, hebben zij hoogstens – onder zeer strenge voorwaarden – recht op bijstand. De meeste partijen vinden dit een onwenselijke situatie. Voortman van GroenLinks: ‘Het mag niet meer zo zijn dat we werkenden hebben die als hun iets overkomt de rest van hun leven geen inkomen meer hebben.’

Alleen de vvd vindt dat er nu voldoende mogelijkheden zijn voor zzp’ers die hun risico’s willen afdekken. Daarmee gaat de partij voorbij aan de problemen die op dat vlak spelen. Startende zzp’ers en zelfstandigen in risicovolle beroepen hikken aan tegen torenhoge premies, die voor bouwvakkers kunnen oplopen tot achthonderd euro per maand. Anderen worden bij de commerciële verzekeraars geweigerd vanwege hun beroep, leeftijd of medische geschiedenis. Bas van ’t Wout vindt dat evenwel geen reden om alle zzp’ers een verzekering in de maag te splitsen. ‘Niemand is het pistool op het hoofd gezet om zzp’er te worden.’ Toch erkent ook hij dat er jongeren zijn met chronische ziekten voor wie de enige kans op werk veelal het ondernemerschap is.

Alle andere partijen willen collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor alle werkenden. De nuance zit ’m in de woordjes ‘verplicht’ en ‘vrijwillig’. SP, pvda, GroenLinks, ChristenUnie en cda zijn voor een verplichte verzekering. Op welk niveau de uitkering en de premie voor zzp’ers met vaak sterk fluctuerende inkomens komt te liggen moet later worden bepaald. SP, pvda en GroenLinks denken aan een uitkering op minimumniveau. De andere partijen zouden liever zien dat zzp’ers zelf hun premie en uitkering kiezen.

Oudere, goed verdienende zzp’ers, die zelf al lang bedacht hebben hoe zij periodes van ziekte en arbeidsongeschiktheid willen opvangen, gruwen van het idee van een verplichte verzekering. Tot 2004 was er al eens zo’n verzekering, de waz (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen), die vooral werd gezien als ‘veel betalen voor weinig’ en uiteindelijk door de zelfstandigen zelf werd weggestemd. Maar de Haagse partijen die er nu voor zijn, denken dat een kwalitatief goede verzekering door de grotere aantallen nu wel betaalbaar en haalbaar zal zijn.

‘Het mag niet meer zo zijn dat als werkenden iets overkomt zij de rest van hun leven geen inkomen meer hebben’

Terwijl het cda nog wil kijken naar een opt-out voor goed verdienende zzp’ers zet d66 direct in op een voor alle zzp’ers vrijwillige verzekering bij het uwv met een acceptatieplicht zodat zzp’ers die zich willen verzekeren niet met uitsluiting of torenhoge premies te maken krijgen. Van Weyenberg denkt dat de premie laag kan zijn, maar wil er geld voor vrijmaken mocht de premie toch worden opgedreven omdat alleen de zwaksten en zzp’ers met risicovolle beroepen zich voor de verzekering melden. ‘Maar laten we dat eerst maar eens afwachten. Ik denk dat ook zzp’ers die minder risico lopen zich graag verzekeren.’

Het cda realiseert zich dat een verplichte verzekering een aanzienlijke lastenverzwaring zal zijn voor zzp’ers die zich nu niet verzekeren. ‘Ik ben de eerste om toe te geven dat het niet voor iedereen een feest zal zijn’, aldus Heerma. ‘Maar als je een solidair systeem wilt houden, moet iedereen een beetje bloeden. Als we niks doen, racen we almaar sneller richting een nog flexibeler Angelsaksische arbeidsmarkt. Door nu te hervormen kunnen we het goede van ons systeem behouden.’

5. Pensioenen voor zzp’ers

En dat brengt de gesprekken op die andere pijler van ons wankelende sociale stelsel: de pensioenen. Ook daarover is veel consensus. De SP strubbelt nog een beetje tegen, maar lijkt zich te realiseren dat het alleen nog voor de vorm is. Iets veranderen aan het paradepaardje van de vakbeweging en het cao-overleg ligt gevoelig bij de achterban. Maar alle andere partijen vinden het tijd dat de pensioenfondsen hun deuren openen voor zzp’ers. Ook hierbij ligt de nuance weer in de woordjes ‘verplicht’ en ‘vrijwillig’. De pvda is voor een verplichte collectieve pensioenverzekering voor alle werkenden. GroenLinks, d66, ChristenUnie, cda en vvd willen de keuzevrijheid van de zzp’er behouden en het pensioenstelsel hervormen zodat ook de huidige deelnemers meer keuzevrijheid krijgen.

Medium groene2

‘We zitten nu met een systeem waarover iedereen ontevreden is’, zegt Schouten van de ChristenUnie, ‘ouderen die gekort worden, jongeren die betalen voor ouderen maar niet weten of er voor hen straks nog iets is. Wij willen naar een flexibeler systeem waarin we wel collectief beleggen en risico’s delen, maar waarin je een persoonlijke pensioenpot hebt. Zodat je ziet hoeveel je spaart en er ook voor kunt kiezen in dure jaren een deel van de inleg voor een hypotheek te gebruiken.’

Ulenbelt van de SP pleit – met zichtbare tegenzin – voor een nationaal pensioenfonds waaraan ook zzp’ers verplicht bijdragen. Misschien helpt het iets tegen de oneerlijke concurrentie van onverzekerde zzp’ers die door hun ‘alle zorgen voor morgen’-instelling de prijzen drukken in sectoren als de bouw, de post en het transport. Maar Ulenbelt blijft het een probleem vinden dat iemand die hetzelfde werk doet als iemand in loondienst zich überhaupt ondernemer mag noemen. Het beschermen en daarmee normaliseren van de proletarische zzp’er blijft een moeilijk punt. ‘We moeten een manier vinden om van schijnzelfstandigen af te komen en tegelijk de echte zzp’er zekerheid te bieden.’

Voor dat probleem heeft nog geen enkele partij een oplossing gevonden. De handhaving op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie, die de echte zzp’er van de verkapte werknemer moest onderscheiden, is voorlopig uitgesteld. De invoering van het systeem met modelcontracten draaide uit op een chaos waardoor zzp’ers opdrachten misliepen en opdrachtgevers liever met payrollbedrijven in zee gingen. Alleen de ChristenUnie stelt voor de eveneens gemankeerde var (Verklaring Arbeidsrelatie) tijdelijk in ere te herstellen om een periode van rust te creëren voor zzp’ers en hun opdrachtgevers. De andere partijen zien daar weinig in omdat de var opdrachtgevers vrijwaart van boetes en naheffingen van sociale premies en door de Belastingdienst iets te gemakkelijk werd verstrekt. Sommige werkgevers maakten daar misbruik van en ontsloegen vaste werknemers om ze weer in te huren als goedkopere zzp’ers om zo de cao te omzeilen. Alle partijen willen dat er een nieuw systeem komt, maar weten nog niet welk.

Ondanks deze blijvende onzekerheid voor zzp’ers vinden SP en cda dat zzp’ers alleen nog recht zouden moeten hebben op zelfstandigenaftrek als ze zich verzekeren. ‘Daar was die aftrek ooit voor bedoeld’, zegt Heerma van het cda. Hij onderschrijft wel dat veel zzp’ers nu weinig plezier hebben van hun aftrek omdat hun tarieven zo laag zijn dat het belastingvoordeel feitelijk in de zak van hun opdrachtgevers belandt. ‘Maar mijn ervaring is dat de markt zich razendsnel aanpast aan nieuwe regels’, aldus Heerma. ‘Als meer zzp’ers zich verzekeren, zullen de tarieven stijgen.’ >

6. Herrie in de polder

Maar het meest omstreden arbeidsmarktplan – nog controversiëler dan het vergaand versoepelen van het ontslagrecht door d66 – komt van de vvd. Zij wil af van het gegeven dat door de polder (het overleg tussen werkgevers en vakbonden) afgesloten cao’s algemeen verbindend zijn voor een hele sector. Tussen werkgever en werknemer zou meer maatwerk mogelijk moeten zijn. ‘Waarom moet een steeds kleiner clubje voor een hele sector bepalen hoe er gewerkt moet worden?’ zegt Bas van ’t Wout. ‘Er is een steeds grotere diversiteit van vooral kleine bedrijven. Ik spreek start-ups die zich helemaal kapot schrikken als ze zien waaraan ze allemaal moeten voldoen.’

Het is waarschijnlijk vooral dit voorstel dat de pvda in haar verkiezingsprogramma doet waarschuwen voor partijen die de vakbonden de nek om willen draaien. Van ’t Wout: ‘De vakbonden hebben een nuttige rol, maar we moeten het overleg in de polder niet heilig verklaren. Iedere discussie over de arbeidsmarkt wordt nu bij de polder neergelegd terwijl niet iedereen aan die dialoog meedoet.’ Als voorbeeld van buitenstaanders bij die besluitvorming noemt hij de oudere werklozen. ‘Die zien dan dat de cao weer verder is opgetuigd met “ontzie-dagen” voor werknemers boven de vijftig en zeggen dan: “Wat heb ik daaraan? Ik wil gewoon aan de slag.”’

Paul Ulenbelt van de SP weet niet eens waar hij moet beginnen om dit plan af te keuren en schudt alleen zijn hoofd. Maar ook ChristenUnie en cda zien dit helemaal niet zitten. cda’er Heerma: ‘Juist die regel dat cao’s algemeen verbindend zijn, heeft het de afgelopen jaren mogelijk gemaakt kwaadwillende werkgevers aan te pakken. Ik denk niet dat we die weg in moeten.’

Alhoewel op de politieke flanken – vooral op papier – de hakken nog ferm in het ideologische zand staan, lijkt het onvermijdelijk dat er op de arbeidsmarkt veel gaat veranderen. Aangezien SP en pvda geen van beide op winst staan, is het zeer waarschijnlijk dat alle werkgevers, maar vooral de kleine, door een nieuw kabinet worden ontzien. Het tweede jaar loondoorbetaling aan een zieke medewerker zal van hun schouders worden getild en het lijkt ook waarschijnlijk dat de kantonrechter weer meer bevoegdheden krijgt om vaste contracten te ontbinden als het echt is misgelopen tussen werkgever en werknemer. Maar ook mensen met een vast contract kunnen opgelucht ademhalen. Goed functionerende vaste krachten zullen na maart niet wankeler op hun bureaustoel zitten omdat aan de gronden voor ontslag niet gemorreld wordt. Ook niet door d66. Het ontslag van slecht functionerende werknemers wordt gewoon weer zoals het was voor de invoering van de wwz.

Wat het verlagen van de lasten voor werkgevers op korte termijn zal doen voor de kansen van flexwerkers op een vast contract is moeilijk te voorspellen, maar wat hen enorm zal helpen is dat ze met iedere dag dat ze werken recht krijgen op een hogere transitievergoeding zoals veel partijen nu bepleiten. Niemand kan dan nog met lege handen op straat worden gezet net vóór een vast contract in beeld komt, en dat was een van de grootste grieven de afgelopen jaren. Daarbij zijn flexwerkers door deze aanpassing van de wet niet meer goedkoper dan een vaste werknemer. En als ook nog de maximale termijn van twee jaar bij één werkgever weer wordt verruimd en eerste en tweede contracten ook voor twee, drie of vijf jaar mogen zijn, komt er definitief zand in die draaideur en krijgen ook flexwerkers weer de kans om wat op te bouwen.

En het moet wel heel raar lopen – bijvoorbeeld als de vvd toch met de pvv gaat regeren – willen er voor zzp’ers geen mogelijkheden komen om zich collectief te verzekeren voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Of het ook verplichtingen worden, hangt af van de kracht van de lobby en het protest van zzp’ers die dit niet willen. Veel zzp’ers zullen meer sociale zekerheid verwelkomen, al is het even afwachten hoe groot de lastenverzwaring wordt. Zelfstandigen aan de onderkant zou het de kop kunnen kosten als zij hun tarieven of aantal uren niet omhoog krijgen. Uit onderzoeken blijkt dat ruim een vijfde van de zzp’ers minder verdient dan 10.000 euro bruto per jaar en de helft minder dan 25.500 euro. Dan kunnen premies van opgeteld bijvoorbeeld vijfhonderd euro per maand een te grote last blijken.

Maar een gelijker speelveld wordt met deze maatregelen zeker bereikt. De lasten en risico’s worden eerlijker verdeeld en de mogelijkheden van bedrijven om elkaar – ten koste van individuele werkenden – te beconcurreren op arbeidsvoorwaarden worden vrijwel geheel weggenomen. Het lijkt de enige weg voorwaarts, maar de voorgestelde hervormingen gaan uitgesproken links en uitgesproken rechts een paar stappen te ver. SP en pvda willen niks veranderen aan het vaste contract en nauwelijks iets aan de pensioenen en zetten weer in op het bestrijden van flexwerk; de vvd lijkt helemaal geen problemen te zien en heeft de arbeidsmarkt het liefst nog een tandje flexer. Voor mensen die hopen op hervormingen die alle werkenden meer zekerheid geeft, is een sterk midden in maart de beste uitkomst.

Onderzoek

Voor deze serie zijn de problemen op de arbeidsmarkt in kaart gebracht en mogelijke oplossingen onderzocht door middel van het lezen van rapporten en het analyseren van cijfers en door gesprekken met werkgevers, vakbonden, zzp’ers, verzekeraars, arbeidsrechtadvocaten en economen. Voor dit derde artikel zijn alle verkiezingsprogramma’s doorgespit en is uitvoerig gesproken met Tweede-Kamerleden van de genoemde partijen met de portefeuille arbeidsmarkt. De PVV heeft niet gereageerd op herhaalde verzoeken voor een interview. Andere partijen zijn niet benaderd.


Dit is het derde en laatste deel in een serie over de Amerikanisering van onze arbeidsmarkt. De serie kwam mede tot stand met steun van Fonds 1877