Film

UIT DE KETENEN

FILM Into the Wild

Into the Wild vertelt het waar gebeurde verhaal van een jonge man die op een dag besluit dat het moderne leven door en door corrupt is, en dat hij de absolute waarheid slechts zal vinden door eeuwig door het Amerikaanse landschap te reizen. Chris McCandless (23) verwerpt zijn oude identiteit, noemt zich voortaan Supertramp en trekt de wijde wereld in. Daar ontmoet hij eigenzinnige personages die net als hij hopen op spirituele verlossing. Ondertussen ziet hij het land voor het eerst echt. En wij delen zijn blik: poëtische beelden van een rivier die als een ader door een levend organisme loopt, een met sneeuw bedekte vlakte die gevaarlijk desolaat blijkt, de zon die door het wolkendek breekt.

Regisseur Sean Penn roept in zijn film allerlei vragen rond spiritualiteit en religie op. Is de dolende Chris een Christusfiguur? Wanneer hij een stel oude hippies ontmoet die in een camper door het land reizen, zorgt hij ervoor dat zij hun liefde voor elkaar herontdekken. Dan weer drijft Chris op zijn rug op het water, armen wijd gespreid, alsof hij gekruisigd wordt.

Wat motiveert hem? Wanneer Chris (Emile Hirsch) afstudeert, zijn zijn ouders, gespeeld door William Hurt en Marcia Gay Harden, trots op hem. Harvard wacht, het leven wacht. Maar onder de oppervlakte schuilt een heel verleden van huiselijk geweld, eenzaamheid en leugens. Het is bijna alsof Chris geen andere keus heeft dan weg te trekken uit deze verstikkende en voor de kijker herkenbare omgeving.

Het losbreken uit de ketenen van de beschaving klinkt nobel en dapper, maar er is een subtekst hier, en die heeft een donkerder randje dan het op het oog lijkt. Want Chris wantrouwt niet alleen zijn ouders, hij wantrouwt iedereen die niet zijn visie deelt. Dat suggereert een thematische ontwikkeling die een rode draad in de Amerikaanse cinema vormt: de moderne maatschappij is corrupt, macht perverteert, de mens is alleen verantwoordelijk voor zijn geestelijke en lichamelijke welvaart.

Dit idee is bijvoorbeeld ingeworteld in de meeste westerns. De cowboy is de personificatie van het bevrijde individu, dat zijn volle potentieel pas kan bereiken wanneer hij vrij is van alle vormen van maatschappelijke structuur. De vraag rijst of dat wel zo progressief is. Immers, als je niemand vertrouwt, kun je zelf ook niemand helpen. Dat betekent dat de sociale notie van werken voor de publieke zaak onmogelijk wordt. De ultieme vrijheid suggereert ook bevrijd zijn van alle verantwoordelijkheid. Zo bezien bevatten films als Into the Wild, waarin de materialistische, westerse wereld de rug wordt toegekeerd ten gunste van een puur, geïsoleerd bestaan, eigenlijk een conservatieve ideologische boodschap.

Maar misschien gaat het meer om de reis, om het proces. Into the Wild opent met Byron: ‘There is a pleasure in the pathless woods,/ there is a rapture on the lonely shore’. En later zegt Chris zelf dat ‘de vrijheid en de simpele schoonheid’ die hij tijdens zijn reis ervaart, gewoon te overweldigend zijn om op te geven.

Regisseur Sean Penn, die eerder donkere, filosofische thrillers maakte, benadert het bronmateriaal, een door hemzelf geschreven script gebaseerd op John Krakauers boek, zonder een greintje ironie. Dat is dapper. Bij alle eindeloze, gefluisterde teksten en slowmotion natuurbeelden denk je onwillekeurig en met veel verlangen aan de poëtische films van Terrence Malick (Days of Heaven, 1978). Maar Penns bloedserieuze blik op dit verhaal went. Uiteindelijk is Into the Wild een film met een ziel, al blijkt dat pas in de laatste, onvergetelijke scènes, die zich in de wildernis van Alaska afspelen.

Te zien vanaf 24 april