Hoofdcommentaar

Uit de tijd

Het historisch determinisme is terug in Nederland. Werd het idee dat de menselijke ontwikkeling langs een vaststaand, ook voor de toekomst voorspelbaar traject verloopt vroeger vooral toegeschreven aan marxisten, tegenwoordig geniet het populariteit bij liberalen van diverse snit. Aan het einde van de geschiedenis staat niet langer de afstervende staat, maar de geglobaliseerde, liberale samenleving.

Zo noemde CDA-minister Verhagen van Buitenlandse Zaken globalisering vorige week een feit met voor- en nadelen, geen keuze. ‘Een alternatief is er niet’, voegde hij eraan toe. Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de voor- en nadelen van marktwerking sprak een van de opgetrommelde deskundigen over die discussie als ‘achterhaald’; de negatieve reacties van sommige Kamerleden waren ‘nostalgisch’. En VVD-leider Mark Rutte sprong eerder dit jaar op de bres voor het recht op zondagse boodschappen, dat door dit kabinet bedreigd wordt. ‘Alsof we teruggaan naar de jaren vijftig. Ik vind dat iedereen de vrijheid moet hebben om zelf te bepalen wanneer hij boodschappen doet.’

Blijkbaar zijn sommige politieke ontwikkelingen achterhaald, dus ongeldig. Andere zijn modern en daarmee niet te betwisten. Die redeneertrant vindt in brede kring navolging, waarbij hetgeen achterhaald is uiteraard samenhangt met de eigen politieke voorkeur. VVD, D66 en GroenLinks betichten het spruitjeskabinet-Balkenende IV van misplaatste nostalgie naar de jaren vijftig. Werkgevers beschuldigen werknemers ervan vast te houden aan zekerheden die uit de tijd zijn. En vertegenwoordigers van de middenpartijen laten geen mogelijkheid onbenut om de PVV, Rita Verdonks TON en de SP op één hoop te vegen als aanhangers van een ouderwets, provinciaal gedachtegoed – dat de meest linkse partij in de Tweede Kamer hiermee in dezelfde hoek wordt gezet als uiterst rechts is daarbij een handig retorisch trucje.

Het historisch determinisme is met de val van het IJzeren Gordijn dan ook van kleur verschoten. In de jaren negentig gold niet langer de socialistische heilstaat als een historische onvermijdelijkheid, maar de moderniteit, in de vorm van de liberaal-democratische samenleving. Die stelling is inmiddels afdoende gefalsificeerd. De laatste jaren zijn we getuige van de terugkeer van de religie, het nationalisme, de natiestaat, het fundamentalisme – maar ook van de solidariteit en het socialisme. Stuk voor stuk fenomenen die eerder waren verwezen naar de vuilnisbelt van de geschiedenis, zoals Trotski de mensjewieken toebeet tijdens de Russische Revolutie.

Maar in plaats van te erkennen dat de geschiedenis kruipt waar zij niet gaan kan, volharden sommige politici en wetenschappers in hun eigen gelijk. Religie mag hardnekkiger blijken dan gedacht, het is wel een anachronisme. Een kabinet met CDA en ChristenUnie ‘draait de klok terug’ volgens Rutte. Islamisten zijn premoderne primitievelingen, vinden Wilders en de zijnen. En wie zich verzet tegen marktwerking en neoliberalisme heeft last van misplaatste nostalgie. De trein van de vooruitgang heeft geen noodrem, is de boodschap.

Dat is om twee redenen onjuist. De eerste is enigszins filosofisch van aard. Politiek als ‘achterhaald’ wegzetten, kan alleen als de menselijke ontwikkeling één duidelijke richting op gaat. Hoeveel hedendaagse politici durven zo’n stelling voor hun rekening te nemen? Anachronismen bestaan sowieso niet in de politiek. Zelfs een politieke stroming die openlijk een terugkeer naar het feodale tijdperk bepleit, is geen anachronisme, geen ‘zaak die niet thuis hoort in de tijd waarin zij gesteld is of zich voordoet’ zoals het woordenboek het omschrijft. Simpelweg omdat die stroming er nú is, en ongetwijfeld gevormd wordt door wat zich ná de Middeleeuwen heeft voorgedaan.

Het tweede bezwaar is concreter. Iets uit de tijd noemen, is een non-argument, zeker in de politiek. Het verklaart de aangedragen alternatieven ongeldig, zonder hier argumenten voor te geven. Marktwerking kan in theorie geld opleveren, efficiëntie bevorderen en beter zijn voor de klant; maar dat degenen die wijzen op het tegendeel zichzelf buiten de geschiedenis plaatsen, is onzin.

Dat dit discours onjuist is, is nog tot daar aan toe. Het is ook gevaarlijk. Wat doe je met mensen als je hun verwachtingen, religie of politieke idealen op zo’n manier diskwalificeert? Ze verliezen hun laatste restje vertrouwen in de politiek en keren zich af. En wat kunnen de moderne politici die het beter weten in dat geval nog uitrichten? De vorige generatie historisch deterministen in de DDR weet dat Brechts voorstel aan de regering om dan maar een ander volk te kiezen, eentje dat het allemaal wél snapt, niet werkbaar is.