Uit de zak

Nog een paar keer te zien in Nederland, daarna tournee in het buitenland. Inlichtingen: 020- 6277555.
Een discussiepunt dat in de theaterwereld regelmatig opduikt, is het tijdstip van de premieres. Moet je met een premiere van een voorstelling niet wachten tot-ie helemaal ‘af’ is, en bovendien ‘ingespeeld’? Voordat ikzelf regelmatig aan voorstellingen meewerkte, vond ik dat nauwelijks een discussie waard. Ik ergerde me aan regisseurs die na afloop van een voorstelling zeiden: gisteren ging het beter. Of die na afloop van een tournee beweerden dat hun voorstelling pas halverwege ‘op z'n plek was gevallen’. Zoveel anders was de voorstelling vast niet geworden, dat was miereneukerij van iemand die er te dicht op zat.

Maar als je een voorstelling heel vaak ziet, merk je dat zelfs een voorstelling die helemaal vastligt, een levende organisme is. Dat organisme wordt beinvloed door het publiek, maar in eerste instantie door de spelers, die nooit honderd procent precies hetzelfde doen. En ook al doen ze uiterlijk iedere avond precies hetzelfde, dan nog zullen zij - om de voorstelling tot leven te brengen - die handelingen steeds opnieuw, en dus steeds op een andere manier, voor zichzelf betekenis geven. Naarmate een voorstelling vaker is gespeeld, krijgen acteurs meer vaardigheid in dat betekenis geven en worden hun woorden en handelingen voller.
De theaterproduktie Risk van Suver Nuver zag ik pas afgelopen weekend. De voorstelling ging acht maanden geleden in premiere. Risk bestaat uit een heleboel losse scenes, die de drie leden van Suver Nuver (onder begeleiding van Moniek Mercx) op basis van improvisaties hebben gemaakt. Die losse scenes werden vervolgens niet achter elkaar gezet, zoals meestal gebeurt bij theaterprodukties die uit improvisaties ontstaan. De gefragmenteerdheid van het verzamelde materiaal werd in Risk het uitgangspunt voor de uiteindelijke vorm van de voorstelling. Voor iedere scene werd er een papieren zak op het toneel neergezet, met daarin de eventuele rekwisieten die in de scene worden gebruikt. Die papieren zakken staan in een rij op de speelvloer, en aan het begin van Risk husselen de spelers de volgorde waarop deze zakken staan nog eens goed door elkaar. Zo weten wij als publiek dat zij niet weten wat er in welke zak zit.
Het resultaat van deze opzet is dat de voorstelling nooit echt ‘ingespeeld’ heeft kunnen worden. Er is geen onderstroom ontstaan die alle scenes aan elkaar rijgt, niets heeft er op z'n plek kunnen vallen. Dat merk je heel goed bij het kijken naar de voorstelling, en dat maakt Risk tot een vreemde, verknipte ervaring.
Het vreemdst is misschien dat de scenes zelf op de achtergrond worden gedrukt door het gekonkel van de spelers onderling. Die zijn voortdurend bezig elkaar te manipuleren. Ze proberen scenes aan elkaar door te geven of te weigeren, en spannen met z'n tweeen telkens samen om een derde iets te laten doen. Dat gekonkel is heel ondoorzichtig, omdat je niet precies weet waar de scenes beginnen en eindigen, en wat er dus tot de opdracht behoort en wat niet.
De scenes zelf, de beelden die de leden van Suver Nuver bedacht hebben, gaan ook over machtsspelletjes. Dette Glashouwer vertelt een verhaal over het genot van SM. Peer van den Berg bedreigt Henk Zwart met een gefantaseerd mes, op een manier waardoor Van den Berg zich werkelijk lastig gevallen voelt door zijn collega. Maar deze scenes worden overschaduwd door het treiterige machtsspel dat zich buiten de scenes om tussen de spelers ontspint.
De eensgezindheid die de leden van Suver Nuver lieten zien in de produkties die ze maakten met gastspelers, heeft plaatsgemaakt voor een veel schriller en kouder mensbeeld. Binnen de opdrachten kunnen de spelers elkaar hun liefde betonen of verliefd met elkaar rollebollen. Maar buiten die opdrachten zijn de spelers eenzamer dan in hun vorige produkties. Dat realiseer je je pas in het allerlaatste beeld, als ze elkaar glimlachend een hand geven om elkaar te bedanken.