H.J.A. Hofland

Uit een ander vaatje

Wij Nederlanders en één van ons in het bijzonder, wij met ons allen kunnen de komende maanden president Bush helpen bij zijn herverkiezing. Dat komt doordat Nederland lid van de Navo is en Jaap de Hoop Scheffer de secretaris-generaal. Natuurlijk zullen de Fransen, de Duitsers in de eerste plaats en dan de rest, wel moeten meewerken. Tenslotte gaat het over alle Europese leden van de organisatie. Maar zoals de zaken er nu voorstaan, blijft het unieke feit dat voor het eerst aan deze kant van de Atlantische Oceaan invloed kan worden uitgeoefend op de presidentsverkiezingen.

In Irak direct, en verderop in Afghanistan, dreigt langzamerhand het failliet van de Amerikaanse buitenlandse politiek. In Irak is een half jaar na de militaire overwinning de orde niet hersteld. De wederopbouw schiet niet op. Met de overdracht van het binnenlands bestuur aan een Iraakse regering wil het niet vlotten omdat de plaatselijke partijen het niet eens kunnen worden. Daardoor moet de bezetting worden voortgezet. Die wekt, zoals dat met bezettingen gaat, verzet van het volk. Enzovoort. Eigenlijk is dit oud nieuws.

Ook de wederopbouw van Afghanistan stagneert. Het verzet schijnt zich te hebben gereorganiseerd, de Taliban laat weer van zich horen, de papaverkweek en de heroïne-export herstellen zich. Het sluitstuk van dit alles is dat Washington het niet meer alleen af kan, en dus de eertijds versmade vrienden, die mensen van Venus zoals Robert Kagan ons noemt, of de Euro-jammeraars, om hulp vraagt.

In de Oranjevreugde en de discussie over de normen en waarden is dit ons land enigszins ontgaan, maar veruit het grootste nieuws van de week is tot dusver dat de ministers Powell en Rumsfeld, vorige week aanwezig op een aantal bondgenootschappelijke vergaderingen in Europa, daar een toon hebben aangeslagen die we een half jaar geleden niet voor mogelijk hadden gehouden. En niet de Europeanen maar de Amerikanen maakten de ouvertures. Over de onlangs nog door hem met weerzin bejegende zelfstandige Europese defensiemacht zei Rumsfeld niets meer. Nee, hij prees onze inspanningen. «We moeten beter met elkaar leren omgaan.» Powell zou graag zien dat we meer troepen en geld naar Irak stuurden. En wie weet, zei hij, komt de tijd dat de Navo de operatie in Afghanistan helemaal van de Amerikanen kan overnemen.

Voor dit bewind is het een stille diplomatieke omwenteling. Harde bewijzen zijn er niet, maar uit een en ander zouden we wel, voorlopig, kunnen vermoeden dat de nood daar hoog gestegen is, en vooral dat er voorlopig geen verbetering wordt verwacht. Aan de nieuwe diplomatie ligt een eenvoudige rekensom ten grondslag. Houden we, zoals nu kennelijk in Washington wordt gedaan, ernstig rekening met het zwarte scenario, dan liggen tot de dag van de verkiezingen nog elf moeilijke maanden voor de boeg: van stijgende kosten, meer verlies aan mensenlevens en toenemende internationale eenzaamheid. Uitsluitend te rekenen op het voortgaande herstel van de economie is dan niet voldoende. De Europeanen moeten in dat geval, liefst via de Navo, zo veel mogelijk helpen de lasten van de oorlogen te dragen. Dat heeft drie voordelen. In de eerste plaats brengt het natuurlijk militaire en economische verlichting. Ten tweede wordt de snel groeiende binnenlandse kritiek op het unilateralisme ermee gesmoord. Ten slotte blijft deze president de onbetwiste overwinnaar van het beest Saddam. Als zodoende de Navo Bush heeft geholpen bij de verovering van zijn tweede ambtstermijn zien we verder.

Daar gaat het om. Wat zien we verder? Zal de Navo zich op haar beurt laten manoeuvreren in de uitzichtloze rol van bezettende macht? Wie zal na de herverkiezing bepalen hoe de op zichzelf noodzakelijke strijd tegen het terrorisme wordt gevoerd? Wordt een oorlog tegen Iran (al twee keer dichtbij geweest) dan onvermijdelijk? Blijft Ariel Sharon feitelijk de Amerikaanse politiek in het Israëlisch-Palestijnse conflict bepalen? Samengevat: blijft na de herverkiezing het neoconservatieve concept voor de hele wereld gelden? En blijkt Washington er dan in geslaagd te zijn de rest van de Navo tot een hulpbrigade te hebben gereduceerd? Met handhaving van de Bush-doctrine, het mogelijk opnieuw irrelevant verklaren van de Verenigde Naties, het hele neoconservatieve gedachtegoed, zullen we maar zeggen. Dat zou knap werk zijn.

Het alternatief is dat het Europese deel van de Navo, ook rekening houdend met wat Democratische presidentskandidaten als Howard Dean en Wesley Clark ervan denken, zijn eigen macropolitieke concept voor het Midden-Oosten en de strijd tegen het terrorisme ontwerpt. Daar is het nog niet van gekomen.

Dat het vraagstuk Irak zo snel mogelijk wordt opgelost is voor Amerika en Europa van even groot belang. De Amerikanen vragen hulp, al maanden, steeds dringender. Zoals het er nu uitziet, is het Europa toegestaan die hulp onder de voorwaarden van dit Washington te geven. Dat is tegen iedere techniek van onderhandelen. Het Europese deel van de Navo moet zijn eigen voorwaarden formuleren, dat wil zeggen daarover nu eerst gaan nadenken.

Misschien wel onder leiding van onze Jaap de Hoop Scheffer. En dan de zwakte van de hypermacht kundig gebruiken, zodat Europa niet in de val loopt waar het Amerika nu uit moet redden. Wat een prachtige uitdaging!