Uit en thuis

Brat (Brother) van Alexei Balabanov was al in Cannes, maar ik zag hem pas in Sochi; een voormalig sovjet-kuuroord aan de Zwarte Zee. Ik was blij met Brat. Eindelijk een goede Russische film. Het is namelijk droevig gesteld met de eens zo trotse Russische cinema. Het nog steeds enorme rijk is momenteel nauwelijks in staat om per jaar het aantal films te maken dat in kleine filmvijandige landen als Zwitserland of Nederland wordt geproduceerd. Zo kon het festival van Sochi makkelijk in een soort bescheiden bijprogramma de totale jaarproduktie presenteren.

Al snel bleek dat het probleem van de Russische cinema niet alleen van kwantitatieve aard is. De crisis is totaal. Stijl, vakmanschap en urgentie lijken volledig te worden genegeerd in een soort wanhoopspoging om van deze tijd te zijn. Het mag bekend zijn dat het de gemiddelde Rus aan veel ontbreekt. En het is ook bekend dat er zogenaamde nieuwe Russen zijn die het aan niets lijkt te ontbreken en die dat graag in patserige uiterlijke rijkdom laten zien. Het zijn deze patsers die de films bevolken. Iemand vertelde me dat een luxueuze badkamer op het ogenblik in Rusland het summum is. Als je dat eenmaal hebt gehoord, zie je in al die wanhopige Russische films dat de meest opzichtige badkamers op een geforceerde manier een plaats in het verhaal krijgen. En dat zijn dan alleen nog de badkamers. Want de mobiele telefoons, westerse auto’s, dure drank en de laatste mode zijn vanzelf ook ruim vertegenwoordigd.
Om die begerenswaardige zaken te kunnen tonen, spelen in al die films vertegenwoordigers van de maffia een hoofdrol. Deze maffiosi hebben weinig gemeen met onze geliefde filmgangsters. Ze zijn kleurloos, humorloos en gewetenloos. Wellicht realistisch, maar niet onderhoudend.
Het opmerkelijke is nu dat mijn favoriete Brat in veel opzichten lijkt op de doorsnee Russische wanhoopsfilm. Hij speelt ook in het milieu van de maffia. Hij demonstreert ook de laatste snufjes op het gebied van de telefonie en het modieuze uitgaan. Het is evident dat Balabanov, die eerder onder andere een eigenzinnige verfilming van Das Schloss van Kafka maakte, voor een deel mikt op dezelfde markt als ook zijn collega’s hopen aan te boren. Balabanov doet dat alleen slimmer en inventiever dan de rest. Of hij overigens die markt bereikt, weet ik niet, maar de film zou het wel verdienen.
Hoofdpersoon van Brat is de jonge Danila. Hij komt net uit het leger. Wat hij daar heeft gedaan, onthult hij niet. Als hij er naar gevraagd wordt, zegt hij dat hij zijn tijd heeft uitgediend achter een bureau op het hoofdkwartier, maar zijn droevige blik en zijn gevechtstechnieken wijzen in een andere richting. De provinciaalse Danila trekt naar de grote stad Sint-Petersburg omdat zijn broer daar emplooi heeft gevonden. Hij blijkt huurmoordenaar voor de maffia te zijn, en zonder veel vragen te stellen helpt Danila zijn broer uit de nesten in een schimmig gevecht met andere maffiosi.
Op zijn kruistocht door Sint-Peterburg ziet Danila meer dan alleen fraaie badkamers. Balabanov geeft in de film een origineel en gedetailleerd beeld van het huidige leven in zijn stad. Zoals Martin Scorsese in Taxidriver de zelfkant van New York liet zien als een onderdeel van de paranoïde verbeelding van zijn hoofdpersoon, zo gebruikt Balabanov de groezeligheid van zijn verwaarloosde stad om de psychologie van zijn zwijgzame held te tekenen.
De film wordt bevolkt door sympathieke bijfiguren die mooi en subtiel gekarakteriseerd zijn. Balabanov heeft in zijn film een fraai verbond gesloten tussen de wetmatigheden van een soort genrefilm (zeg de Russische maffiafilm) en een authentieke en realistische benadering van een specifieke locatie.
Ik zag de film van Balabanov als laatste van een reeks moedeloos makende Russische films in een Russische badplaats die ook weinig vrolijks had. Misschien had ik Brat iets minder goed gevonden als ik hem al in Cannes had gezien. Moeilijk te zeggen, maar ik denk van niet. Sommige films zijn overal sterk. Uit en thuis.