Kunst - DWDD Pop-Up

Uit het depot

Het depot is in. Het Mauritshuis richtte een tentoonstelling in van hoogte- en dieptepunten in de opslag, NRC wijdde een heel nummer aan de miljoenen andere stukken die zuchten in de museumkerkers, enzovoort.

Ook het De Wereld Draait Door Pop-Up Museum, tijdelijk in het Allard Pierson Museum in Amsterdam, liet tien bekende Nederlanders een keuze maken uit tien museumdepots. Bij de eerste versie van dit museum schreef ik dat het initiatief lof verdiende, en ook dit jaar kan met gerust hart worden gezegd dat het een leuke en gevarieerde tentoonstelling is. Het is wel tijd om wat scherper te kijken.

Het gaat de keuzeheren en -dames natuurlijk niet per se om iets wat je historische of kunsthistorische kwaliteit zou kunnen noemen. Zij zijn amateurs, zij volgen een persoonlijke impuls en daarin zit de charme van het project. Het viel mij op dat nogal wat van de exposanten melding maken van een soort nostalgie, een herinnering aan een zondagmiddag in het museum met opa, of een verjaarspartijtje, alsof zij zich nu opeens realiseren dat het contact met kunstwerken een wezenlijk belang kan hebben.

Paulien Cornelisse refereert aan een herinnering aan een ongelukkig reisje naar Japan, Sywert van Lienden aan een zeker Terug naar Ina Damman-_gevoel, iets met een rooms verleden, een gevoel dat ook te herkennen is in de selectie van Carice van Houten. Er zitten uitstekende keuzes onder. Van Lienden combineert een prachtwerk van Mark Manders met een topstuk van Grayson Perry, _The Walthamstow Tapestry; Van Houten pikt een hele serie veronachtzaamde werken van Henri Fantin-Latour uit het archief van het Kröller-Müller, en voegt daar een prachtig meisjesportret van Jan Veth bij, Wim T. Schippers is, wel, Wim T. Schippers.

Maar het is ook duidelijk dat de amateur onvermijdelijkerwijs kiest voor de eerste indruk, de buitenkant, het plaatje en niet voor de bagage of de diepgang. Paul de Leeuw geeft zich over aan foodporn, met kleurige ‘bonbons’ van Sigurdur Gudmundsson en koffiepotten van Gubbels, en hangt daar twee schitterende foto’s van Sam Taylor-Wood bij op, Sleep en Soliloquy. Die moeten iets bijdragen over ‘seks’, maar het zijn vooral klinkklare verwijzingen naar de Grote Kunstgeschiedenis, in dit geval de dode Christussen van Holbein en Mantegna. Dit soort trivialisering zie je natuurlijk ook bij Sander van de Pavert, die ’t alleen maar gaat om het kostelijke audiocommentaar van zijn ‘Willy en Maxima’, niet om de portretten uit het Mauritshuis die hij uitkoos. Erg leuk, maar ook plat.

Heel irritant is de presentatie van Daan Roosegaarde. Hij toont twee dozijn zee- en scheepsgezichten uit het Scheepvaartmuseum in schemerduister, slechts aangelicht door een passerende lichtbundel als van een vuurtoren. De vondst is dat de werken zó zijn opgehangen dat de horizon in alle werken bij elkaar één lange ononderbroken lijn vormt. Roosegaarde houdt daar een verhaaltje bij over ‘onze drie horizons’ en hoe ‘de derde horizon’ ons allemaal verbindt, maar och, wat een zouteloos plannetje is dat, en wat spijtig voor die werken. Ze zijn onzichtbaar in depot, en nu, op zaal, ook. Daar heeft echt niemand wat aan.

De Wereld Draait Door Pop-Up Museum, Allard Pierson Museum Amsterdam, t/m 22 mei. allardpiersonmuseum.nl