Kijken

Uit het donker van de aarde

Polke’s schilderij, met al zijn schemerkleuren, ontstond in wezen in Australië, ook al werd het daar niet gemaakt. Een stapje in de verdere ontdekking van de wereld.

Sigmar Polke, Goldklumpen, 1981. Goudpigment, koperarseniet (Schweinfürter groen), verf op doek, 261,5 x 202 cm © Peter Cox, Eindhoven / collectie Van Abbemuseum

Het schilderij heet Goldklumpen. Het werd in 1981 gemaakt en kwam direct daarna in het Van Abbemuseum terecht. De verrassing van het werk waren de buitengewoon eigenaardige kleuren ervan. Tegen een ondergrond van bitter groen, als een kussen, ligt een goudkleurige vorm, een licht hobbelig volume dat niet veel lijkt te wegen. De lucht erachter, hoe anders moet je de kleur daar noemen, boven een gekartelde horizon, is inktzwart. Er zit een vreemde onnatuurlijkheid in deze combinatie van kleuren. Wat zien we eigenlijk? Enigszins doet de goudgele vorm denken aan een stilleven. Dan echter zou het groen er steviger moeten uitzien, een drager als een tafel strak als marmer. Daarentegen is het groen vrijwel doorzichtig als inkt dat door een buisje geblazen werd. De fragiele kleur groen verstuift. De vorm kwam te bestaan uit dunne vegen die eigenlijk niet volkomen droog werden.

Het onbeweeglijke zwart verderop in de verbeelding is heel droog. Van dichtbij bekeken (onzichtbaar op de foto) is er een soort glinstering te zien in het kurkdroge zwart. Het is ook een strakke huid, dat zwart. Het is geen lucht. Het groen is giftig. Het schilderij is daarom ook geen suggestie van landschap. Het is niet het groen van sappig fris gras, ook niet het donkere groen van zacht mos. Het is lichter dan het volume van geel. Dat goudgeel lijkt toch de iets zwaardere vorm in het ensemble. Ook lijkt die vorm te groeien ten gevolge van dicht op elkaar bewegende, korte penseelstreken. Donker tegen licht geel. Zo is het als het volume zwelt zoals bijna onmerkbaar de klank van muziek toeneemt.

Piet Mondriaan, Compositie met wit en geel, 1933. Olie op doek, 80 x 80 cm © Kunstmuseum Den Haag

Tegelijk is de gele vorm ook licht van gewicht. Hij lijkt op het dunne groen te zweven. Zwart, groen, geel lijken zo drie vreemde vormen die daar hangen. De onderste passage is wittig linnen. Daarboven verheft zich het ensemble van onvoorstelbare abstractie. Die lijkt op niets. Misschien zag hij ze in zijn geestesoog. De vorm, lijkt me, is geen waarneming maar een voorstelling die vele malen vreemder is dan de witte ruit met gele lijnen van Mondriaan. Die bestaat uit licht en glashelder geel. Als je ernaar kijkt, zie je een stralend schone hemel. Daarentegen is het werk Goldklumpen, dat in donker licht is gegroeid, een geologische vervorming uit de diepte van de aarde. Het is in Eindhoven terechtgekomen door omstandigheden. Als volgt.

Sigmar Polke moest dringend naar Australië voor nieuwe kleuren

Eerst hadden wij in de zomer van 1976 ons aangesloten bij een reizende tentoonstelling van werken van Polke. Eerst inTübingen, daarna in Düsseldorf, daarna in Eindhoven. Mij interesseerde de eigenzinnige verbeelding van Polke. De werken kwamen, van alles door elkaar, in juni bij ons aan. Ik had Sigmar in persoon begin van dat jaar leren kennen. Hij woonde toen in een boerderij net over de grens bij Mönchengladbach. Daar bezocht ik hem regelmatig. Wij raakten ernstig in gesprek – zodanig dat we besloten de tentoonstelling in Eindhoven geheel opnieuw in te richten en enigszins te actualiseren. Dat werden twee vrolijke, avontuurlijke, weken.

Ook daarbij was zijn medewerker Achim Duchow, zelf ook schilder. Er waren bijvoorbeeld grote kleurrijke doeken. We besloten die aan lijnen dwars door enkele zalen te hangen zodat we ze aan twee kanten konden zien. Een wilde installatie. Zo kregen de zwevende beelden meer vrijheid. Het kijken werd avontuurlijk. We zagen kunstwerken verschillend. Polke begon zijn kunstwerken anders te zien, met nieuwe gedachten en nieuwe voorstellingen. Ik bleef hem vaak zien.

Op een dag belde hij op omdat hij nieuws in zijn hoofd had gekregen betreffende kleur en kleurensembles. Kort daarop kwam hij langs. Hij moest nodig kleuren nieuw ontdekken. Daarvoor moest hij dringend naar het binnenland van Australië. De verbeelding van schilders is ongeduldig. De gloeiend rode berg Ayers Rock – daar zaten onvoorstelbare kleuren in de aarde. Konden wij, museum en gemeente Eindhoven, helpen? Hij vroeg een reisbeurs van 35.000 dollar. Als hij dan terugkwam van deze opwindende studiereis zouden wij het eerste schilderij krijgen dat gemaakt was. Die middag vroeg ik belet bij gemeentesecretaris Chris Wouters die regelde wat gevraagd was. In 1981 kwam toen het schilderij. Het was een werk dat we ons niet hadden kunnen voorstellen.

Kijk nog eens naar Mondriaans heldere geel en wit. Zoiets als Goldklumpen, uit het donker van de aarde, hadden we met zijn schemerkleuren nog nooit gezien. Het was een nieuwe stap in een abstracte verbeelding: het was dus een zinvol schilderij. Kunst is het steeds verder ontdekken van de wereld. Zelfs als het schilderij in Duitsland is geschilderd, is bij Polke het verlangen naar die andere kleuren, anders dan uit de tube, toch in Australië ontstaan. De compacte geologische titel hebben Polke en ik, geloof ik, samen bedacht. Goldklumpen is juist.


PS: Bij De Pont in Tilburg is de komende tijd een groot luisterrijk werk van Polke tezien: Hermes Trismegistos, vier delen ruim in kleur