Een gedicht lezen

Uit het hoofd

Een gedicht van buiten leren is niet lastig. Het is vooral een plezierig spel. Tip van Ted Hughes: visualiseer het.

In haar memoires vertelt Nadjezda Mandelsjtam, vrouw van de Russische dichter Osip Mandelsjtam, over haar ervaringen met teruggekeerde kampslachtoffers. Na Stalins dood, toen de Goelag langzaam leegstroomde, kreeg zij geregeld bezoek van mensen die haar en haar man wilden bedanken voor de steun die ze hadden ontvangen in hun kamptijd. Die steun bestond uit Mandelsjtams gedichten, die ze ooit uit hun hoofd hadden geleerd en tijdens hun kamptijd hadden gerepeteerd en voorgedragen.

Toen de repatrianten zich bij de Mandelsjtams meldden, was Osip Mandelsjtam al overleden. Hij was slachtoffer geworden van Stalins terreur en in 1937 gestorven in een kamp in de buurt van Vladivostok. «De mensen onthouden het wel», had hij zijn vrouw meermalen laten weten wanneer zij zich zorgen maakte over de conservering van zijn onuitgegeven manuscripten. Nadjezda Mandelsjtam begreep echter dat het goed mogelijk was dat Stalin behalve de dichter ook zijn oeuvre zou vernietigen, en dat de paar mensen die gedichten van Mandelsjtam uit hun hoofd kenden, niet volstonden om diens oeuvre te bewaren. Zij kwam tot de conclusie dat, zolang zijzelf nog leefde, er maar één mogelijkheid was om zeker te zijn dat het werk bewaard bleef: ze moest zijn werk volledig, iedere regel, poëzie én proza, uit het hoofd leren.

In haar memoires legt ze uit dat het van buiten leren van het werk op zichzelf niet zo lastig was: het meeste had ze ontelbare malen overgeschreven. Lastiger was het om het niet te vergeten. Daarom repeteerde ze de gedichten dagelijks en hardop. Dit hield ze vol tot 1956, toen haar geheugen het niet meer aan kon. Stalin was inmiddels al drie jaar dood, en haar missie geslaagd.

Zelfs mensen die vrijwel nooit poëzie lezen, kennen vaak een gedicht uit het hoofd, of in ieder geval een paar regels. De voordelen daarvan lijken duidelijk. Een uit het hoofd geleerd gedicht is altijd bij de hand, op elk verloren moment kan het uit de hutkoffer van de hersenen opgediept worden om de zinnen te verzetten, te troosten of te verleiden.

Poëzie en geheugen hebben van nature een bijzondere relatie. Poëzie is ritueel en amusement, maar poëzie is ook ontstaan uit de noodzaak om verhalen uit het hoofd te leren met behulp van metrum. Metrum fixeert de tekst, het ketent de ordening van woorden en zinnen vast in een streng akoestisch systeem.

De primitieve, onontkoombare verhouding tussen poëzie en geheugen bestaat echter niet meer. Toch is van alle kunsten nog steeds alleen de poëzie in staat een perfect huwelijk te sluiten met de herinnering. Wie een schilderij of een foto exact in zijn geheugen wil bewaren, heeft een probleem. Zelfs mensen met een uitzonderlijk visueel geheugen zullen snel door hun herinnering op een dwaalspoor worden gebracht. Bekend trucje: probeer eens een overbekend visueel teken, het NS-logo bijvoorbeeld, na te tekenen. Muziek is eenvoudiger te herinneren. De meeste mensen kunnen met gemak tientallen melodieën onthouden, en zelfs nafluiten. Maar als het erop aan komt specifieke timbres en toonhoogtes in het geheugen op te roepen, laat de herinnering ons meestal in de steek en neemt de verbeelding het over.

Alleen een gedicht kan precies en onversneden worden herinnerd. Daar is niet, zoals bij een piano- of vioolsonate, een uitputtend en tergend repetitieproces voor nodig. En daar hoef je geen geheugenkunstenaar voor te zijn.

Wie zichzelf wil uitdagen en de grenzen van zijn geheugen wil verleggen, kan de hulp inroepen van voormalige poet laureate Ted Hughes. Voor Penguin Audiobooks heeft hij een tweetal cassettebandjes ingesproken, onder de titel By Heart, 101 Poems to Remember. Uitgebreid gaat Hughes in op de verschillende manieren waarop je een gedicht uit het hoofd kunt leren. De belangrijkste: probeer het te visualiseren. Dat klinkt wat paradoxaal. Maar zo moeilijk als het is om je een concreet beeld precies te herinneren (bijvoorbeeld een appel van Cézanne met zijn exacte vorm en kleur), zo eenvoudig herinner je het «visuele abstracte» (het algemene visuele beeld van een appel). Door je een gedicht visueel voor te stellen is het veel eenvoudiger uit het hoofd te leren.

Deze techniek is voornamelijk geschikt voor de meer vrije verzen, die door het gebrek aan rijm en metrum (nog altijd waardevolle hulpmiddelen voor het geheugen) soms lastig van buiten zijn te leren. Ook voor meer traditionele gedichten komt ze van pas, al was het maar omdat je op deze manier ook vaak sneller gevoel en begrip kweekt voor een gedicht. Hughes wijst bovendien op het plezier van het van buiten leren. Het memoriseren van gedichten is ook en vooral een spel, waarbij het middel vaak belangrijker is dan het doel. En mocht het dan zo zijn dat de uit het hoofd geleerde verzen ons verrijken en versterken, is dat mooi meegenomen.