Uit het moeras verdreven slangen veroveren Bangkok

Bangkok – Kantoorpersoneel loopt geschrokken weg als vlak bij de Nederlandse ambassade in hartje Bangkok een meterslange, dikke slang over de stoep kronkelt. Het is een cobra, roept iemand. Een giftige! Stoere mannen met oranje hesjes lopen zwaaiend met stokken naar de slang toe. Het zijn bestuurders van bromfietstaxi’s. Op zoek naar werk komen ze uit het rurale Thailand, waar ze – anders dan in de moderne metropool – slangen gewend zijn.

De cobra schiet terug de boom in. Daar wordt hij later door de brandweer gevangen, meldt het lokale dagblad de volgende dag.

Dezelfde krant en het tv-nieuws pakken nog groter uit met het relaas van mevrouw Panarat Chaiyaboon, eigenares van een keurige nieuwbouwwoning. Zittend op de wc voelt ze een scherpe pijn in haar bovenbeen. Ze springt op en kijkt in de ogen van een ruim drie meter lange python. Acht bloedige tandafdrukken staan een centimeter diep in haar linkerdij. Als ze thuiskomt uit het ziekenhuis ziet ze de brandweer met het sissende gevaarte vertrekken.

De Stad der Engelen kampt met een slangeninvasie en de opvallendste incidenten zijn groot nieuws. Sinds januari zijn we al veertigduizend keer voor slangen uitgerukt, zegt een brandweercommandant. Eerder was dat nog geen vijfduizend keer per jaar.

Greenpeace vindt de stad zelf schuldig aan de slangenopmars. Het begint met voortdurende stadsuitbreiding in moerasachtig gebied, waardoor slangen op zoek moeten naar alternatief leefgebied. Veel straten richting stadscentrum, die door Thailands beruchte slechte afwateringssysteem na hevige regen overstromen, zijn perfecte slangensnelwegen. Als de dieren in het commerciële stadshart terechtkomen, willen ze niet meer weg. Het is een slangeneldorado: de vette en luie ratten die zorgeloos leven van etensresten bij straatkraampjes en in de door groeiende welvaart uitpuilende vuilnisbakken zijn een makkelijke prooi. De riolen een goed onderkomen. Bovendien ontbreekt het aan natuurlijke vijanden – roofvogels die jagen op jeugdige slangen en slangenei etende reptielen.

Een van de bromfietschauffeurs stapt op de omstanders af. Hier in de stad moeten we blij zijn met slangen, legt hij uit. Als we ze niet kwaad maken, doen ze ons ook niets. Maar ze jagen wel op ongedierte, dat ziektes kan veroorzaken. De gezichten van het kantoorpersoneel laten zien dat ze zich weinig gelegen laten aan het advies van deze onopgeleide boerenpummel.