Aan de grens met Afghanistan

Uit het zicht van de generaal

In het niemandsland bij Afghanistan heeft Pakistan niets te zeggen. Islamisten en verjaagde Taliban-leden huizen er; het gebied is een broeinest van radicalisering.

De aan Afghanistan grenzende Federaal Bestuurde Stamgebieden zijn een Pakistaans niemandsland. Het is gortdroog, wetteloos heuvelland, dat gemarkeerd wordt door een bord: ‘Verboden voor buitenlanders’. Wie vanuit Centraal-Pakistan naar Afghanistan wil reizen, moet door de Stamgebieden. Westerlingen mogen die reis alleen maken onder escorte van een stevig bewapende soldaat. In een taxi voert die de reiziger mee over de provinciale weg naar de grens met Afghanistan.

Bij het ‘Verboden voor buitenlanders’-bord bevindt zich een obscure zwarte markt. Hier geen nepleer of namaak-Gucci-zonnenbrillen, maar vals geld en kalasjnikovs. In kleine garageachtige winkeltjes wordt vlijtig onderhandeld over de prijs van een set kogels of een nagemaakt honderddollarbiljet. Buiten op de zanderige stoep rollen kinderen van een jaar of tien verwarmde stukken hasj tot verkoopbare proporties.

Dit door geen staat bestuurde land, waar iets minder dan vier miljoen mensen leven, speelt volgens westerse inlichtingendiensten een cruciale rol in de rekrutering van fundamentalistische extremisten. Samen met het in Zuid-Pakistan gelegen district Baluchistan en de Noordwestelijke Grensprovincie geven de Stamgebieden onderdak aan islamisten en verjaagde leden van de Taliban. Het gebied is een broeinest van radicalisering.

Enig zicht op de talibanisering is vanuit de taxi natuurlijk onmogelijk en de soldaat laat zijn passagier er onder geen beding uit. Wel verraadt de grensovergang met Afghanistan dat generaal Musharraf een slim spelletje speelt met het Westen. In ruil voor steun van de VS beloofde Musharraf controle te houden op mogelijke radicalisering en terroristische groeperingen in Pakistan. Maar wie op de grond gaat kijken bij de grens tussen Afghanistan en Pakistan, een van de belangrijkste grensposten van Centraal-Azië, vindt geen afgesloten grens maar een chaotische open handelszone. Musharraf zwaait hier zeker niet de scepter. De grensovergang wordt nauwelijks gecontroleerd en dagelijks trekt een immense stroom gelukszoekers en smokkelaars het land in en uit.

In tegenstelling tot wat Musharraf beweert, heeft ook hij geen zicht op het extremisme onder en de radicalisering van dit deel van de Pakistaanse bevolking. Die zijn in ieder geval niet zichtbaar aanwezig. De islam speelt een hoofdrol in het publieke leven, maar wel een gematigde islam. De Pakistanen gebruiken religie vooral voor zichzelf, zonder een extremistische, antiwesterse en politieke agenda.

Over politiek gaan de gesprekken in Pakistan sowieso nauwelijks. Afgezien van de elitaire bovenlaag is de gemiddelde Pakistaanse burger nauwelijks bezig met het Pakistaanse beleid of Musharrafs handel en wandel. Het meest politiek gekleurd is nog wel de standaardvraag waarmee elk gesprekje in gebrekkig Engels begint: ‘Ben jij moslim?’ Als dat niet het geval is, gaat het meestal verder over cricket of de Pakistanen zelf.

De politieke apathie die in Pakistan heerst, bleek ook uit de verkiezingsopkomst van 2002. Van de negentig miljoen Pakistanen met stemrecht – 45 procent is jonger dan 18 jaar – staan slechts zeventig miljoen mensen als kiezer geregistreerd. Van hen brachten slechts dertig miljoen mensen een stem uit; een opkomst van nog geen 42 procent van de geregistreerde kiezers, 33 procent van de stemgerechtigden.

Bepalend voor die lage opkomst is het grote politieke wantrouwen. Sinds de oprichting in 1947 is in Pakistan vrijwel onafgebroken een militair regime aan de macht geweest. Het laatste beetje vertrouwen van de Pakistaanse bevolking in een democratie verdween in 1988, toen de democratisch gekozen presidente Benazir Bhutto tot op het bot corrupt bleek. Veel Pakistanen geloven dat zij achter de schermen een akkoord zoekt met Musharraf. En dat is weer een bevestiging van iets wat de meeste Pakistanen al geloven: ook nu zal er voor hen weinig veranderen.

In het niemandsland van de Stamgebieden zal niemand zich druk maken om de vorige week door Musharraf uitgeroepen noodtoestand. Een jonge Pakistaan staart in gehurkte houding verveeld voor zich uit. Zijn zandkleurige salwar kameez sleept over de grond. Of hij iets vindt van Musharraf? Hij murmelt iets negatiefs over de toegenomen vrouwenrechten en iets over Amerika: ‘De generaal is een vazal van Bush die zijn ziel heeft verkocht aan de duivel!’ Maar als hem gevraagd wordt naar zijn eigen droom verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Vol overtuiging onthult hij: ‘I wanna live in America.’