FILM Savage Grace

UIT LIEFDE

In november 1972 werd de beeldschone Barbara Baekeland (50) in haar huis in Chelsea, Londen, vermoord door haar zoon, Antony (25). Hij stak haar in de buik met een keukenmes. Daarna bestelde hij eten per telefoon. ‘Ik heb razende honger’, zei hij terwijl zijn societymoeder, met wie hij een incestueuze relatie had, naast hem op de vloer lag dood te bloeden. De moord schokte de wereld. Barbara was een mislukt Hollywood-sterretje, getrouwd met de kleinzoon van Leo Baekeland, uitvinder van de plasticsoort bakeliet. De tragedie is nu verfilmd: Savage Grace, met Julianne Moore in de hoofdrol, gebaseerd op het gelijknamige boek, met als subtitel: A True Story of Love and Incest Among the Wealthy Elite.
‘Alles wat gedaan werd’, zegt Tony (Eddy Redmayne) aan het begin van de film, ‘werd gedaan uit liefde.’ Een complex statement in een complexe verhaalwerkelijkheid. Want waar doelt hij op? Dat hij zijn moeder vermoordt uit liefde? Dat zijn moeder hem verleidt – uit liefde – in een poging hem ‘te genezen van zijn homoseksualiteit’, zoals later werd beweerd? Regisseur Tom Kalin geeft de kijker nooit echt een antwoord op deze vragen. Wel lijkt hij de homoseksualiteit van Tony als normaal te presenteren, ook gezien vanuit de ogen van Barbara. Ergens halverwege de film ligt Barbara in bed met Sam Green, een kunsthandelaar die eerder in het verhaal het bed deelde met Tony. Tony komt de kamer binnen en springt in bed bij mama en haar vriendje. Een ménage à trois. Uit liefde, dus.
Savage Grace is niet helemaal gelukt, ondanks het geweldige verhaal en een spectaculaire acteerprestatie van Julianne Moore. Haar Barbara Baekeland is haar beste rol sinds haar betoverende werk als pornosterretje in Paul Thomas Andersons Boogie Nights (1997), de maniakale lover waar Dude mee in zijn maag zit in The Big Lebowski (1998) en de tragische jaren-vijftighuisvrouw in Todd Haynes’ Far from Heaven (2002). Moore’s grote kracht ligt in het portretteren van kwetsbare vrouwen op het randje van de mentale instorting. Het is jammer dat haar ijzingwekkende verbeelding van Barbaba Baekeland wordt ontsierd door het onevenwichtige regisseren van Kalin. Zijn film begint wel veelbelovend, met het uitbeelden van de stormachtige relatie van de verleidelijke Barbara en haar man, Brook Baekeland, in een chique hotel op Manhattan aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Mooi is hoe Kalin de spanning en het venijn blootlegt onder het vernis van de New Yorkse society. Prachtige scène: Barbara en Brook hebben een typische society spat – ze schreeuwen elkaar de oren van het lijf tijdens een etentje in een duur restaurant – waarna Barbara bij thuiskomst baby Tony de borst geeft. Ook hier, uit liefde.
Maar dan, in de tweede helft van de film, verzandt Kalin in het onnodig en eindeloos benadrukken van de ontluikende homoseksualiteit van Tony. Je schreeuwt het bijna uit: laat Barbara (en Julianne) zien! Dit is háár verhaal, niet het verhaal van Tony. Door het inzakken van de dramatische intensiteit op dat punt in het verhaal verliest de film ritme. Dat is net niet fataal, want het laatste kwartier is pijnlijk mooi om naar te kijken. De stilte waarmee Kalin het gegeven hier benadert, is precies goed: met een afstandelijke camera, een objectieve blik. Want wie weet wat zich in werkelijkheid afspeelde in die laatste momenten tussen moeder en zoon. Wat was dat dan toch, in de keuken in Chelsea? Liefde?

Te zien vanaf 14 augustus