Media

Uit media blijkt

De afgelopen maanden deed ik met zo’n 25 studenten uit diverse faculteiten van de Universiteit van Utrecht onderzoek naar de publieke receptie van wetenschappelijk onderzoek, in het bijzonder naar de wijze waarop de media over dergelijk onderzoek bericht.

Het project lag in het verlengde van het afnemende vertrouwen in wetenschap ten gevolge van de Stapel- en andere affaires. Hebben journalisten met betrekking tot wetenschap niet dezelfde taak als in alle andere gevallen: controle uitoefenen, wetenschappers aan de tand voelen, hoor en wederhoor toepassen? Zo ja, doen ze dat? Zo nee, waarom niet en wat zijn daarvan de gevolgen? Mijn uitgangspunt was dat journalisten nog altijd last hebben van het zogenoemde wittejassensyndroom. Wetenschappers behoren tot de laatste beroepsgroep die ontzag en vertrouwen inboezemt. Vandaar dat media zo vaak en zo graag het zinnetje ‘uit onderzoek blijkt’ gebruiken. Als zoiets het geval is, dan wordt het klakkeloos overgenomen: ipse dixit, de professor heeft het zelf gezegd!

Uit het onderzoek van de studenten blijkt over het algemeen iets volstrekt anders, namelijk dat er aanhoudend sprake is van spanning tussen de eierenloop van de wetenschap en de scoredrift van de media, met hiernaast als schipperende derde de pr-afdelingen van universiteiten of onderzoeksinstituten en als briesende vierde de pr-afdelingen van commerciële bedrijven. Over het algemeen verloopt het spel tussen deze vier partijen als volgt. Wetenschappers komen met een onderzoek waaruit niet zozeer iets blijkt, maar waarin een bestaande aanname op losse schroeven wordt gezet. Een aardig voorbeeld hiervan is de lezing die Harvard-professor Walter Willett in september 2011 in Rotterdam hield. Strekking: het is niet bewezen dat melk drinken zo gezond is als wordt gedacht. Als je de kans op botbreuk wilt verkleinen kun je, in plaats van melk drinken, beter met de koe gaan wandelen. Want lichaamsbeweging is gezond, dat staat wél vast. Een ander voorbeeld betreft onderzoek van Stanford University naar biologisch voedsel. Wat blijkt? Het valt niet te bewijzen dat dergelijk voedsel gezonder is. Voorbeeld nummer drie (en zo zijn er dus zo’n 25) komt voort uit onderzoek van het Scientific Committee on Consumer Safety, een Europese commissie die zich bezighoudt met de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van non-food-producten. Hierin wordt aangetoond dat in de beroemde Chanel no 5 allergenen zitten, allergie-opwekkende stoffen waaronder de voor deze parfum (en Miss Dior) onmisbare boommos. Chanel no 5 zou dus wel eens onveilig kunnen zijn.

De voorzichtige resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn in sommige gevallen al opgeblazen voordat ze de media bereiken. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het onderzoek dat drie onderzoekers van de Universiteit van Utrecht begin dit jaar publiceerden naar de correlatie tussen muziekvoorkeur en criminaliteit. In het persbericht van de universiteit werd echter van voorspellen gesproken: ‘muziekvoorkeur is een belangrijke voorspeller voor kleine criminaliteit’. Het lijkt hetzelfde, het is iets volstrekt anders. Geen wonder dat partij nummer drie in dit spel, de media, het grote nieuws klakkeloos herhaalde en liefst nog verder opblies. ‘Muziekvoorkeur voorspelt crimineel gedrag’, schreef Nu.nl. GeenStijl maakte het nog mooier: ‘Hardrock=winkeldiefstal’. In de andere, hiervoor genoemde gevallen, gebeurde iets vergelijkbaars. ‘Is ’t einde van Chanel no 5 in zicht?’ viel november vorig jaar op talloze plekken te lezen. Wat betreft biologisch eten waren de media nog stelliger: ‘Biologisch eten niet gezonder’ stond in de Volkskrant. ‘Biologisch eten gezonder? Welnee!’ kopte Editie NL. Het meest vermakelijk waren de berichten over melk. ‘Te veel melk ongezond’. ‘De witte motor hapert’. ‘Melk maakt meer kapot dan je lief is’.

Het zal niet verbazen dat speler nummer vier in dit beeldvormingsspel, in dit laatste geval het door de zuivelindustrie gesponsorde Voedingscentrum, met keiharde ontkenningen kwam. Onzin. Melk is wel degelijk goed voor elk. De pr-afdelingen van andere bedrijven deden hetzelfde. Chanel is zo veilig als maar zijn kan. Natuurlijk is biologisch voedsel gezonder. Of, om nog wat andere voorbeelden te geven: je wordt niet dik van chocola, de kleding van ons warenhuis (Zara, H, enzovoort) bevat geen giftige stoffen, in Nederland wordt niet gematchfixt. Ga zo maar door.

Waarheid, zo weten we sinds Gods slang Eva een leugentje verkocht, is buigbaar als bamboe. Toch zien we telkens nieuwe varianten van deze aloude wijsheid. In een gemediatiseerde samenleving als de onze waarin media volstrekt in verwarring zijn en elkaar ook nog eens dood concurreren is big talk de laatste en op dit moment ook dominante versie. Je zou haar de journalistieke Big Mac kunnen noemen: maak het groot en zeg er vooral bij dat het groot, heel groot is en… het scoort. Waar of niet waar, overdreven of terecht, dat is geneuzel voor nerds. Het gaat om het effect. Kortom, uit onderzoek blijkt meestal weinig, uit pr en media daarentegen veel. Het is niet eenvoudig dat telkens weer voor ogen te houden.