De vrouwen van Odysseus

Uit naam van Penelope

Wat zou er in de hoofden van alle vrouwen in Homeros’ verhalen zijn omgegaan als zij ook een stem hadden gekregen. Dat vroeg Ovidius zich ook af, en hij schreef een brief uit naam van een van hen, Penelope.

‘Muze, bezing mij de vrouw die de listige held Odysseus tijdens zijn tien jaar durende zwerftocht heeft beheerst. Zij die zijn temperamenten kende en hem de eigenaardigheden van zijn karakter liet zien. Zij die in zijn leven de toon heeft gezet.’

Stel dat de dichter-zanger Homeros de muze op deze wijze had aangeroepen. Dat hij haar had verzocht hem tijdens de voordracht van zijn epos te inspireren tot het componeren van verhalen vanuit het perspectief van de heldin. Zou de status van de verteller, die zijn kunst van het dichten en de muzikale expressie leerde van de Zanggodinnen, van nog goddelijker allure zijn geweest? En zouden de artistieke waarde en de geloofwaardigheid van zijn verhalen groter zijn geweest wanneer hij de gebeurtenissen gepresenteerd had als gezien door de ogen van een vrouw? Acht eeuwen later heeft de Romeinse schrijver Ovidius, de meester van de metamorfosen, zich de vraag gesteld wat er in de hoofden van de vrouwenfiguren in de homerische mythen omgegaan zou zijn als ook zij een stem hadden gekregen. Met welke instelling, zo vroeg hij zich af, beleefde Penelope twintig jaar wachten in het paleis van Odysseus? Om daar een antwoord op te vinden, schreef Ovidius een brief uit naam van Penelope, met de aanhef: ‘Zwerver waar blijf je?’

De briefvorm bood hem de gelegenheid op spectaculair vernieuwende wijze ook andere in de epen en tragedies veronachtzaamde vrouwen tot hoofdpersoon te maken. Door gebruik te maken van retorische technieken en scherp in te gaan op details schreef Ovidius als ghostwriter van deze Legendarische Vrouwen zijn boek Heroides, een serie van 21 fictieve brieven. Het was een uitgelezen vorm om deze vrouwen uit de Oudheid, die in de ontwikkelde Romeinse kringen natuurlijk alom gekend waren, zelf aan het woord te laten. Vooral de brieven waarin sprake is van erotische gedachten en een licht ironische toon wordt aangeslagen, bleken het publiek te verrassen of zelfs te schokken. Maar Ovidius wist van de vrouwen geloofwaardige personen te maken door in te zoomen op de leefwereld van de heldinnen, hun emoties en hun individuele belangstelling en belangen.

In de aan haar toegeschreven brief beklaagt Penelope zich over het feit dat de waaghals Odysseus als een wildeman tekeerging op het slagveld zonder zich om het thuisfront te bekommeren. Ze geeft een sarcastisch beeld van zijn ‘heldendaad’ die in werkelijkheid ongevaarlijk was: ‘Wat heb ik aan de ondergang van het eens zo machtige Troje, ik leef immers zonder hoop, zonder man als weduwe voort.’ Liever had ze gezien dat Troje stand gehouden had: ‘Weten zou ik waar jij streed en ik had alleen oorlog te vrezen en had die spanning en angst met tal van vrouwen gedeeld.’ ‘Waar is je woonplaats, zo lang, eeuwige zwerver?’ ‘Kun jij je driften wel beheersen?’ ‘Mogelijk ben je je hart al aan een uitheemse kwijt, of je vertelt haar misschien wat een stumperig vrouwtje je thuis hebt, die als beste de wol spint en voor de rest weinig kan.’ Dit legt Ovidius Penelope niet voor niets in de mond, want Odysseus spreekt een dergelijke zin ook werkelijk uit, vlak voordat de godin Athene hem gebiedt de fijnzinnige godin Calypso te verlaten. Zeven jaar lang had hij zich laten koesteren door de zangeres met de gouden stem en tongstrelende woorden. In haar weelderige gewelfde grot met uitzicht op de wijndonkere zee luisterde zij naar zijn verhalen en bedreven zij in een decor van wijnranken en klaterende beekjes de liefde. Calypso verwijt Athene te handelen vanuit een buitensporige jaloezie en de goden beschuldigt zij van een dubbele moraal, aangezien ze godinnen verbieden met sterfelijke mannen te slapen, ‘zelfs als we door hen tot vrouw gekozen zijn’.

Zonder de tekst van het epos geweld aan te doen zijn er, dankzij de gelaagdheid van Homeros’ verhalen, verschillende interpretaties denkbaar waardoor de sfeer, de emoties en motieven van de personages in een ander daglicht komen te staan. Meestal zal de lezer zich Odysseus voorstellen gezeten op zijn rots, uitkijkend over de zee, verscheurd door heimwee naar zijn trouwe echtgenote. In de verzen van Homeros zijn de personages voor verschillende uitleg vatbaar, dus ook hun angsten en verlangens. Daarop speelde Ovidius kennelijk in toen hij Penelope niet als bewonderenswaardige heldin wilde portretteren. Ook geeft hij haar niet de vrijheid van de uitbundige minnares, die omringd door tientallen vrijers tijdens copieuze maaltijden, danspartijen en muzikale festijnen volop van de heren weet te genieten. Vermoedelijk waren haar kuisheid en huwelijkstrouw dan zeer twijfelachtig geworden. Zelfs tussen de regels door krijgt haar rol bij Homeros geen ruimte tot fantaseren over een geheim losbandig leven. Ook daar zorgt de uilogige Athene voor, die haar steeds dicht op de huid zit, haar verlangen naar Odysseus aanwakkert en haar op het idee brengt een nooit eindigend kleed te weven.

‘Zing ook voor ons, Muze, dochter van Zeus. Toe, vertel ons alles.’ Hoe zou het eruitgezien hebben als Homeros de godin van de zangkunst later opnieuw had aangesproken en zich had laten inspireren tot het zingen van verhalen over de roemruchte Pallas Athene? Zij, de godin van de wijsheid, de oorlog, maar ook van de vrede, die door haar voortdurend bepalende aanwezigheid in het turbulente leven van Odysseus de positie toegedicht had gekregen van onverschrokken titelheldin. Je hoeft de wendingen in de vertelling van Homeros maar nauwlettend te volgen en het wordt duidelijk dat zij van begin tot eind inderdaad een strategische rol in de avonturen van Odysseus vervult. Dankzij haar interventies kan Odysseus zichzelf telkens weer overtreffen en manifesteert hij zich als de onbevreesde, arglistige held. Juist in de gevaarlijkste situaties zorgt zij ervoor dat hij onoverwinnelijk blijft. Zo werkt zij er ondershands aan mee de lezer te overtuigen van de heldhaftigheid van haar slimme protégé. Daarbij bespeelt zij meesterlijk zijn instincten zoals begeerte, angst, strijdlust, wraak en vergevingsgezindheid.

Je hoeft de tekst van Homeros maar iets anders te lezen en het beeld rijst op van een alwetende Athene, die tegenstanders behendig weet af te troeven door als regisseur van de dramatische ontwikkelingen in de Odyssee het heft in handen te nemen. Zetelend op de Olympos manipuleert zij de handelingen van de personages, bestiert hun lotgevallen en zet de feiten naar haar hand. Ze is een steeds terugkerende figuur die telkens met een flitsende ingreep kortstondig aanwezig is.

In de verschillende gedaanten die zij aanneemt, zoals wanneer zij neerstrijkt als een meeuw, rondcirkelt als een zeearend of zich voorstelt als vertrouweling, of wanneer zij zich de lichaamsbouw, kleding en de stemklank van een wijze man of vriendin aanmeet, kan zij zich in hun leven mengen.

Athene is de androgyne godin die alom geroemd wordt om haar masculiene kwaliteiten. Als leidsvrouwe van Odysseus toont zij zich krachtig en onafhankelijk, bereid om risico’s te nemen en het gevecht aan te gaan. Zij vreest de mannen niet en gaat als gelijke met hen om. Altijd kiest zij partij voor hen en meet zich met de machtigsten. ‘In alle opzichten’, zegt zij, ‘neigt mijn hart naar de man, tenzij het huwelijk in het geding is.’ Ze beschikt dus wel degelijk over feminiene, verzorgende eigenschappen. Penelope ontvangt van haar de vaardigheid in de handwerkkunst, haar scherpe geest en de strategieën om de minnaars op een afstand te houden. Bovendien biedt het verhaal over haar huwelijkstrouw Odysseus een garantie dat hij als vreemdeling in uitheemse gebieden niet meteen als bedreiging wordt gezien.

Wanneer hij ontheemd en onthecht door de gruwelen van de Trojaanse oorlog en een tocht vol ontberingen over de zeeën aanspoelt op het rotsachtige eiland van de Faiaken hult Athene hem in hemelse nevelen en laat zij de koningsdochter Nausikaä met haar gratiën op het strand de was doen om tussen hen een toevallige ontmoeting te arrangeren. Door de tussenkomst van het meisje wordt Odysseus als haveloze vreemdeling gastvrij ontvangen in de koninklijke familie. Hier kan hij als leerling van de door de Muze begiftigde beroepszanger Demodokos zijn vertelkunst ontwikkelen. Om de vermaarde zanger niet te overtroeven, besluit hij hier niet met een ooggetuigenverslag van de recente geschiedenis van de Trojaanse oorlog aan te komen. In een doorstromende cadans van versnellingen en vertragingen vertelt hij over zijn eigen belevenissen gedurende zijn terugreis. Homeros geeft hem alle ruimte om te improviseren, zijn verhalen te verlevendigen met spectaculaire taferelen, het perspectief te verschuiven en de spraakmelodieën ritmisch te onderbreken met dialogen en commentaarstemmen.

In dit ingenieuze weefsel van verhalen in verhalen, observaties en gesprekken komen de vrouwen er bekaaid af, tenminste wat hun eigen vertelkunst betreft. Zowel Calypso als de wellustige godin Circe vertelt niet over haar belevenissen of opvattingen. Zelfs onder de oppervlakte van de tekst zitten geen verhalen verborgen waaruit blijkt dat zij zelf veel te vertellen hadden. Ze luisteren, dat is hun rol. Hun erotische avonturen en gevoelens zijn wel uit de tekst te destilleren – en hun zang klinkt voortdurend mee. Zoals die van Circe met haar dansende en musicerende bronnimfen. Al van buitenaf zijn de coloraturen van haar schitterende sopraanstem te horen. Zij zingt onder het weven van een onvergankelijk ragfijn kleed, in het ritme van de gelijkmatige bewegingen van de voeten die langs het weefgetouw heen en weer lopen. Door haar drogerende muziek, het genot van godenspijzen en de liefde blijft Odysseus een jaar lang in de ban van haar bekoring.

De onverschrokkenheid waarmee Athene hem de tocht naar de Hades laat volbrengen, doet hem zowel het ijselijk jankende veelkoppig monster Scylla als de kolk der verschrikkingen van de slurpende Charybdis doorstaan. Maar tegen de verleidelijke zang van de roofzuchtige Sirenen zou de manhaftige Odysseus niet bestand zijn als hij zich niet had laten vastbinden.

Homeros noemde zichzelf wel de Sirene die de kennis van goed en kwaad kreeg ingeblazen door de goddelijke Muzen. De Sirenen, die hun eigen gezangen componeerden, wedijverden met de Muzen tijdens een literair-muzikale wedstrijd. Een van hen betokkelde de citer, een tweede speelde fluit en een derde legde zich uitsluitend toe op de zang en de retoriek. De Sirenen verloren: hun ‘moderne literatuur’ en de ‘opzwepende melodieën van de moderne muziek’ werden als ‘vulgair’ beschouwd. Met hun lyrische talent zorgen zij ervoor dat Odysseus zich zijn ervaringen en zwerftochten – in het verleden, heden en toekomst – herinnert.

Op de dag van de afrekening vuurt Athene, de speerzwaaister, die bij haar geboorte in volle wapenrusting met helm, lans en het afschrikwekkende schild uit het hoofd van vader Zeus te voorschijn kwam, in de mannelijke gestalte van Mentor de strijders aan. Ziedend en met snijdende woorden snauwt ze Odysseus toe: ‘Waar is je inzet gebleven, die felle vechtlust waarmee je negen jaar lang dankzij mij een menigte Trojaanse mannen gedood hebt. Hoe is het mogelijk, nu je huis en have bereikt hebt, je in de strijd met de vrijers je gevechtskracht verloren hebt. Toe, vooruit, kom naast me staan, lafaard, en zie hoe ik het gevecht beheersen zal.’ Maar Athene zal hem niet meteen laten winnen in een beslissende zege. Plotseling vliegt ze in zwaluwgedaante naar de door rook geblakerde balken en kijkt toe. Eerst wil ze zijn geestkracht en strijdlust testen.

In de gewelddadige en bloedige wraakscène aan het eind worden de vrijers voor de ogen van de toeschouwers, in een opzichtig spel met gevoelens van angst en walging, gedood door razende pijlen en vlijmscherpe zwaarden. De doelgerichte en meedogenloze virtuositeit van Odysseus’ strijders komt tegemoet aan een zucht naar zichtbare wreedheden en heldenverering. Jonglerend met de geworpen pijlen van de vrijers weet Athene de wapens op slimme wijze van richting te laten veranderen opdat Odysseus niet geraakt zal worden. Zo stuurt zij het gevecht vanaf de hanebalken. In een beeldende beschrijving van de langs hem heen suizende speren geeft zij hem door haar optreden als illusionist de allure van een onschendbare held – de held die zij in de hand had. Muze, bezing mij…