H.J.A. Hofland

Uit onverdachte bron

David Brooks is de conservatieve columnist van The New York Times, opvolger van William Safire die nog speechwriter van Richard Nixon is geweest. Het is goed als een overwegend liberaal dagblad een authentieke rechtse denker aan zich verbindt, zonder dat zo’n buitenbeentje het risico loopt om telkens in zijn eigen krant te worden lastig gevallen. Zo leert de lezer dat er op aarde meer meningen zijn dan die van zijn eigen vertrouwde lidmaten van de linkse kerk. Brooks is een goed vakman: hij onthult.

Een dag na de herdenking van 9/11 hoorde hij tot het kleine groepje columnisten dat door president George W. Bush voor een gesprek van anderhalf uur op het Witte Huis was uitgenodigd. ‘De eerste vereiste voor een leider is dat hij gezag uitstraalt, en dat is Bush toevertrouwd.’ Zo begint het. Zijn persoonlijkheid vult de ruimte, hij maakt brede gebaren met zijn armen om de reikwijdte van zijn ideeën te verduidelijken. Steeds vol toewijding en intensiteit. ‘Laat me jullie eerst verzekeren dat ik meer dan ooit ervan overtuigd ben dat de beslissingen die ik heb genomen, de juiste beslissingen zijn.’ Bush staat boven het denken op de korte termijn dat zo typerend is voor de sfeer in Washington en het moderne leven in het algemeen. Hij denkt vér vooruit.

‘Ik ben in de politiek gegaan, omdat ik wilde helpen bij het veranderen van de cultuur’, zegt de president. De tegencultuur van de jaren zestig zag en ziet hij als een destructieve beweging. Het beleid dat hij nu voert, beschouwt hij zelf als de aanzet tot en bevordering van een reeks van lange, geleidelijke culturele veranderingen. Zoals dat met leiders het geval is, noteert Brooks, kijkt hij verder in de toekomst dan de meeste stervelingen. Telkens weer komt hij terug op de gevolgen van de dieper liggende sociale bewegingen, zoals het godsdienstig ontwaken dat nu gaande is.

Zo komt hij op de oorlog tegen de terreur, ‘een worsteling die een generatie kan duren’. Probeer je eens voor te stellen hoe de wereld er over vijftig jaar uit zou zien als de radicale islamisten de olievoorraden onder controle zouden hebben! Bush is er heilig van overtuigd dat op zekere dag een Amerikaanse president op deze periode zal terugkijken en dan dankbaar zal zijn dat deze visie toen gezien werd.

Zittend tussen de borstbeelden van Churchill en Lincoln zegt hij: ‘Het is mijn hoop, iets achter te laten, grondslagen en instellingen, die het toekomstige presidenten mogelijk zullen maken hun belangrijke beslissingen te nemen. Een ideologische worsteling duurt lang. De weken en maanden gevuld met wat we nu als grote gebeurtenissen beschouwen, zullen straks, binnen de lange duur van deze worsteling, als fracties van seconden worden beschouwd.’ Hartstochtelijk pleitte Bush voor geduld en vastberadenheid.

Tot zover deze samenvatting van een getuigenis. Aan de ene kant is het jammer dat Michael Moore de voorstelling niet heeft kunnen filmen, de president zittend tussen Churchill en Lincoln, met wijd gespreide armen om de omvang van zijn denkbeelden weer te geven.

Maar dit is beter. De ongedwongen ernst van de plechtigheid en de onversneden eerbied waarmee David Brooks het allemaal aanhoort, zijn devotie van de gelovige, maken het verhaal huiveringwekkend. En dit des te meer omdat er als Brooks miljoenen zijn die deze president, wat hij ook doet of laat, als de grote redder zien.

Wat heeft hij, al reddend, tot dusver gedaan? Eén oorlog zo verwaarloosd dat die opnieuw moet worden gevoerd, de volgende met leugens begonnen en in een bloedige chaos laten ontaarden, al doende daar een trainingskamp voor terroristen laten ontstaan, een concentratiekamp opgericht dat in een dictatuur niet zou misstaan, de Conventie van Genève ontdoken, het Midden-Oosten tot een poel van anti-Amerikanisme bevorderd, het Atlantisch bondgenootschap gefragmentariseerd, het politieke leven van zijn beste vriend Tony Blair versneld beëindigd, de Amerikaanse rechtsstaat ondermijnd, de vruchteloze en verwoestende oorlog in Libanon tersluiks gesteund en tot slot, als gevolg van dit alles, Amerika verdeeld, zo diep als het sinds Watergate niet is geweest.

‘The Longer the War, the Larger the Lies’, is de kop boven het artikel van Frank Rich in de International Herald Tribune van 18 september. Geen visies, gewoon de feiten.

Het duurt altijd lang voor de volle waarheid van de politiek tot de grote massa doordringt, zeker als het over de ‘machtigste man van de wereld’ gaat. In de verkiezingscampagne die nu op gang komt, zullen de bushisten opnieuw niets nalaten om die waarheid verborgen te houden.

Maar onherroepelijk wordt het duidelijk. Deze Amerikaanse president is een door godsdienst bevlogen, megalomane en contactgestoorde man. Aan David Brooks hebben we de volgende, betrouwbare diagnose te danken. Politici in Den Haag: lees Brooks.