Uiteindelijk is het leven heel gewoon

Meg Wolitzers roman The Interestings opent in 1974 op Spirit-in-the-Woods, een zomerkamp van het kunstzinnige soort in de buurt van New York.

Meg Wolitzer, The Interestings, € 27,50

Medium meg wolitzer

In een tipi bijeen zit een groepje vijftien- en zestienjarigen, en de bleke Julie Jacobson verbaast zich over haar aanwezigheid: dit zijn de cool kids uit New York, en Julie, die in de suburbs woont, is allesbehalve cool. Maar goed, ze is er, en wel juist op het moment dat de groep zichzelf ‘The Interestings’ doopt en zich zo voor het leven met elkaar verbindt.

Julie, die onverwacht ad rem uit de hoek blijkt te komen, wordt door de andere Interessanten al snel ‘Jules’ genoemd; ze vindt haar stem in grappige, ironische opmerkingen. ‘Irony was new to her and tasted oddly good, like a previously unavailable summer fruit’, schrijft Wolitzer, om vervolgens vooruit te blikken naar wat Jules, haar vrienden, en de lezer te wachten staat: ‘Binnenkort zouden ze bijna voort­durend ironisch zijn, niet in staat een onschuldige vraag te beantwoorden zonder hun woorden een kleine sneer mee te geven. Vrij snel daarna zou dat sarcasme zachter worden, zou de ironie zich mengen met serieusheid, en zouden de jaren korter worden, gaan vliegen. Daarna zou het niet lang meer duren voor ze zich geshockeerd en bedroefd bewust werden van een dikker, voltooid zelf, een zelf dat nauwelijks nog in staat was zichzelf opnieuw uit te vinden.’

Vlak voor het verschijnen van The Interestings schreef Wolitzer (53) in The New York Times over de verschillende ongeschreven regels waaraan mannelijke en vrouwelijke schrijvers van literaire fictie worden onderworpen: schrijft een vrouw over onderwerpen als familie, liefde, relaties, dan bedrijft ze vrouwenfictie; schrijft een man over diezelfde onderwerpen, dan is hij Jonathan Franzen of Jeffrey Eugenides. Schrijft een vrouw een boek van meer dan vierhonderd pagina’s, dan ontbreekt het haar aan zelfbeheersing; levert een man een dik boek af, dan is hij David Foster Wallace. Wanneer, vroeg Wolitzer zich af, houden uitgevers, boekverkopers en lezers op een boek te categoriseren op basis van het geslacht van de auteur?

Met The Interestings, haar negende roman, trekt Wolitzer zich in elk geval niets aan van die regels en geboden. Het boek telt bijna vijfhonderd pagina’s en op het omslag staat de titel in zwarte letters tegen een abstracte achtergrond; geen wasgoed aan een lijn dus, of een klein meisje in een bloemenveld – het soort dromerige afbeeldingen die uitgevers meestal mee­geven aan door vrouwen geschreven fictie. En The Interestings gaat behalve over familie, vriendschap, seks en liefde ook over ambitie, kunst, (zelf)acceptatie, en de veranderingen in de Amerikaanse maatschappij én psyche van de afgelopen veertig jaar.

The Interestings volgt hoe het Jules en haar Interessante vrienden – de dikke , eczematische striptekenaar Ethan Figman, de knappe broer en zus Goodman en Ash Wolf, en Jonah Bay, de stille zoon van een folkzangeres wier faam haar hoogtepunt is gepasseerd – na Spirit-in-the-Woods vergaat, op weg naar volwassenheid en middle age. In die zomer van 1974 ontdekken ze allemaal hun talent: Ethan kan tekenen, Ash maakt theater, Jonah is een begenadigd gitarist, en Jules is grappig. Alleen Goodman is niet meer dan knap en rijk: hij heeft geen passie, en is daarmee ook degene die als eerste, en het meest volledig, ontspoort. De Interessanten eindigen uiteindelijk allemaal in New York, met elkaar verbonden door een hechte vriendschap. Ethan is verliefd op Jules, maar die liefde blijft ­onbeantwoord; uiteindelijk trouwt hij met Ash, en zijn cartoontalent vertaalt zich naar een succesvolle televisiefranchise à la South Park; het stel wordt behalve heel rijk ook nog eens filantropisch.

Het leven van Jules steekt hier flets bij af: uiteindelijk niet getalen­teerd genoeg voor het comedy­bestaan is ze thera­peut geworden, maar zonder de overtuiging dat ze écht geknipt is voor dit vak. Ze trouwt met Dennis, een goedzak met een hang naar depressie en niet “Interesting” in de zin van Spirit-in-the-Woods: hij heeft ‘no obvious exceptional talents and no desperate desire in any one direction (…) He was caring and good and not ironic (…) He wasn’t in the arts, wasn’t dying to be an actor or a cartoonist or a dancer or an oboist. He wasn’t Jewish, or even half.’ Waar Ash en Ethan steeds grotere huizen betrekken en steeds exotischer reizen maken, daar is het voor Jules en Dennis buffelen, en Jules wordt allengs jaloerser op haar vrienden: ‘Jules felt with pinpoint pain that her life with Dennis was not likely to ever feel big enough in order to be tolerable, at least not as long as these two were their closest friends.’

The Interestings gaat over de vraag hoe je moet omgaan met jaloezie op de mensen van wie je het meest houdt, met de teleurstelling over hoe ‘gewoon’ je leven uitvalt, terwijl je het je zo groots en meeslepend had voorgesteld. Het gaat ook over de definitie, de vloek en de zegen van ‘talent’, en over het verschil tussen je verzoenen met je lot, of de betekenis van dat lot van een andere uitleg voorzien. Met die thematiek verweeft Wolitzer de belangrijkste mijlpalen uit de recente Amerikaanse sociale en culturele geschiedenis – van Nixon en Watergate tot Taxi Driver, van de moord op een jogger in Central Park in de jaren tachtig tot de explosie van de kunstmarkt in de jaren negentig, van 9/11 tot de financiële crisis. Alles komt voorbij en geeft de vele tijdssprongen hun anker. De roman eindigt, zeker in het licht van Wolitzers grote psychologische inzicht en sterke verteltechniek, wat aanmatigend – een teleurstelling, maar wel een van het kleinere, uiteindelijk overkomelijke soort.


Meg Wolitzer, The Interestings, Riverhead Books, 480 blz., € 22,99