Heerlijke nieuwe wereld: Deirdre McCloskey

‘Uiteindelijk wordt de hele wereld bourgeois’

Volgens Chicago-econoom professor Deirdre McCloskey brengt de vrije markt enkel deugden voort. Kapitalisme is hoogst ethisch en de huidige economische crisis is een gezond teken van creatieve destructie.

Medium deirdrejb1

‘Op zaterdagochtend in de zomer, nog voor zessen’, schrijft ze in haar bewierookte boek The Bourgeois Virtues: Ethics for an Age of Commerce, ‘begint bij het vroegere Dearborn treinstation in Chicago de kleine biologische markt. Als een vrouw die haar hond uitlaat de vroegste marktkoopman die zijn kraam opzet passeert, maken de vrouw en de handelaar grapjes over de vroege vogel en de worm. Hier volgen twee mensen een draaiboek van burgerlijke wellevendheden en van bevestiging van prudentia; de kardinale deugd van verstandigheid, overleg, ondernemingsgeest en van goede relaties tussen koper en verkoper. Een paar uur later voelt de vrouw zich gedreven om voor anderhalve dollar tomaten van hem te kopen. Maar dat is niet mijn punt. De markt was een gelegenheid voor Deugd; een uitdrukking van solidariteit dwars door sekse, maatschappelijke klasse of afkomst heen.’

Schiphol. Het is niet moeilijk om Chicago-econoom Deirdre McCloskey (Ann Arbour, Michigan, 1942) bij de bagageband te ontdekken. Opgestoken grijsblond haar en bijna twee meter lang. Vanachter het glas zwaait ze energiek met haar wandelstok. Urenlang vertraging op Chicago O’Hare en jfk. ‘Dank God voor Holland’, roept ze in het Hollands – vijf jaar lang, van 2002 tot 2006, bekleedde ze in Rotterdam de Tinbergen-leerstoel voor economie, filosofie, geschiedenis, literatuur en kunsten, haar vijf (!) vakgebieden. Geen tijd voor koffie, maar plankgas naar de Radboud Universiteit in Nijmegen waar geselecteerde studenten op haar wachten. ‘No rest for the weary’, luidt het spreekwoord. ‘Tijd om te rusten, dear, is in het graf.’

‘Dank God voor Holland!’ Land van burgers en van steden. Land van Deugd. Van zuinigheid, van matigheid, van vlijt en van prudentie. Van rijke koopmannen, zelfbewuste stedelingen, niemants meester, niemants knegt. Racend over de A2 schetst ze lyrisch de waterschappen, de gilden, de vroedschappen van de steden, de ondernemingslust van de kooplieden en, ten slotte, de triomf van de burgerij. Bourgeois Dignity: Why Economics Can’t Explain the Modern World heet haar jongste boek – Ferdinand Bols De Overlieden van het Amsterdamse Wijnkopersgilde in deftig zwart laken op de cover.

Ze was nog student toen ze in 1968 door Milton Friedman, de kampioen van het vrijemarktdenken, werd binnengehaald op de economische faculteit van de University of Chicago, bakermat van de spraakmakende Chicago school of economics. Ze was en is overtuigd kapitalist. ‘Kapitalisme’, betoogt McCloskey, ‘is deugdzaam. Sterker nog: de vrije markt bevordert de deugden. Generates Virtues, not Vices. Door kwaad te doen, zijn we slecht af. En het gaat ons voor de wind als we goed doen. Participatie in kapitalistische markten en bourgeois-deugden heeft de wereld letterlijk beschaafd. Has “civilized” the world in beide betekenissen van het woord. In een zondige wereld is het bourgeoisleven niet perfect. Maar het is beter dan ieder beschikbaar alternatief.’ Bij Zaltbommel komt de Waal in zicht. ‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan’, declameert ze. ‘Hoe gaat het verder? Rijen ijle populieren?’ Holland is haar tweede thuis.

economics can’t explain the modern world. Het gáát in de economie niet om de cijfers, het gáát niet om de statistieken, bekritiseert McCloskey al dertig jaar de moderne economische wetenschap. Het gaat niet om de economische modellen. Het gaat om de fundamentele krachten daarachter. ‘De meeste van mijn collega’s verspillen hun tijd. Voor hen draait de markt alleen om vraag en aanbod en utiliteit. Maar er steekt mijns inziens ethiek in kapitalisme en kapitalisme op zijn beurt brengt morele waarden voort. In mijn boek The Bourgeois Virtues poneer ik de aloude Zeven Deugden als de ruggengraat van de hedendaagse economie. De vier klassieke, heidense, Kardinale Deugden van Wijsheid, Rechtvaardigheid, Gematigdheid en Moed en de drie christelijke Goddelijke Deugden van Geloof, Hoop en Liefde – en alle daarvan af te leiden deugden als vriendschap, godsvrucht, eerlijkheid – zijn de waarden en het ethische systeem van het Westen en zonder hen zou er geen moderne markteconomie bestaan.’

Neerploffend in een stoel werkt ze onderwijl haar make-up bij; de Nijmeegse studenten wachten. Het gesprek wordt twee dagen later voortgezet in de kapitale Hilversumse villa van ‘mijn hartsvriend’, de veel linkser georiënteerde econoom Arjo Klamer. De twee gaan ver terug, tot in de jaren negentig, toen Deirdre nog Donald heette – ook toen al een gevierd hoogleraar – vóór haar sekseverandering, haar crossing, in 1995 van man tot vrouw. Sindsdien is ze deel van het gezin en de Klamers hebben hun dochter Rosa Deirdre genoemd. ‘Ik ken de code van hun alarmsysteem; hoeveel meer kun je thuis zijn?’

Je zegt: de cijfers van vraag en aanbod zijn irrelevant?

‘Relevantie is een menselijke beslissing. Het zit niet in de cijfers. Je hebt de cijfers nodig om beslissingen te nemen, maar het zijn mensen die die beslissingen nemen. Kijk naar de fotoverzameling die hier hangt op de muur. Die foto’s zijn de concrete dingen, zijn de cijfers. Maar het vereist een menselijk oordeel om te beslissen wat een goede foto is; de foto’s zélf kunnen je dat niet zeggen. Statistieken van vraag en aanbod – een basic tool van economische analyse – zijn metaforen, ze zijn niet echt. Ik kan je bijvoorbeeld van alles vertellen over de vraag naar huizen hier in Hilversum en ik kan je vertellen van het aanbod. En als ik genoeg tijd en hulp had, konden we praten over de prijsontwikkeling en kon ik je uiteindelijk een compleet overzicht geven van de onroerendgoedmarkt in Hilversum. Het is een mathematisch idee, curven van vraag en aanbod.

Zag jij toen je hier aan kwam rijden een curve in de lucht? Zag je enige vraag naar huizen? Ik niet. Dus beschouwen we het eigenlijk niet als echt. Het is een manier om te praten over een sociaal fenomeen – en het is een bijzonder vreemde manier om erover te spreken, hoewel bruikbaar, op tal van vlakken. Het was Niels Bohr die ooit zei: natuurkunde gaat niet over de wereld. Oeps! Dat is verrassend: Niels Bohr zegt dat natuurkunde niet over de wereld gaat?! Het gaat over wat mensen kunnen zeggen over de wereld. Op iedere andere manier is wetenschap zinloos, want dan zijn het slechts de foto’s zelf of de cijfers zelf, zonder interpretatie of inhoud.’

Virtues, not figures zijn de drijvende kracht achter de economie?

‘Dat is perfect uitgedrukt, die pik ik van je. Mijn nieuwste boek Bourgeois Dignity is een doorwrochte blik op wat traditioneel door economen wordt gezien als de drijvende krachten; binnenlandse handel, buitenlandse handel, slavernij, empire, spaartegoeden, rentevoeten, wetgeving, bla bla bla. Maar de economische gang van de laatste tweehonderd jaar naar een wereldwijd kapitalisme is een té groot gebeuren om verklaard te worden uit deze piepkleine zaken. Ze zijn simpelweg niet groot genoeg om een dergelijk fenomeen te verklaren. En voor het overige: markten hebben vanouds al bestaan, ze bestonden in India, ze bestonden in China.’

Je bedoelt: winst en accumulatie bestonden ook in het Romeinse Rijk?

‘Precies! Er heerst een ouderwetse manier van denken over winsten en markten. Classici als de grote Moses Finley hebben een generatie lang volgehouden dat er geen markten in Rome bestonden. En niet in Griekenland. Want ze wilden dat het verhaal was: er was geen markt, er was geen eigendom, er was geen kapitalisme, want kapitalisme begon pas in de zestiende of zeventiende eeuw, en daarmee de moderne wereld. Ze stonden ronduit vijandig tegenover de markt; het waren socialisten. Finley was feitelijk een communist en ze schilderden de markt af als een slecht iets. Daarmee onderkenden ze niet hoe verrijkend markt-beproefde innovatie is geweest voor arme mensen als jij en ik.’

Mijn familie was nimmer arm.

‘Well, good for you! Maar voor de bulk van de mensen geldt: als ze welvarend zijn, werden ze dat pas twee generaties geleden, op z’n best. De marxisten hebben dat niet meegekregen. Tot rond 1800 de bourgeoissamenleving en het kapitalisme goed van de grond kwamen, leefde het overgrote deel van de bevolking korte en barre levens. Er bestaat het wijdverbreide geloof dat de markt nieuw is – en dat is ze niet. Dus kan het niet alleen de markt zijn die de moderne wereld verklaart.’

Brengt kapitaal geen kapitaal voort?

‘Accumulatie is niet de bron. Ik weet: de gemiddelde mens tegenwoordig beschikt over veel middelen, maar accumulatie is daarvan een gevolg, niet de oorzaak. Je gebruikt een frase die suggereert dat je denkt dat kapitaal op de een of andere manier zomaar toeneemt – dat is het idee dat Adam Smith had en dat Marx had – en het is fout. Het is verkeerd begrepen. De enige reden waarom kapitaal productief is en dat we er nu meer van hebben, is vanwege innovatie. Het zijn nieuwe ideeën die de moderne wereld schiepen, niet accumulatie.’

Hoewel de Hollanders al honderdvijftig jaar eerder welvarend en kapitalistisch waren, trek je een scherpe lijn rond 1800. Vanaf die tijd begint de triomf van welvaart en kapitalisme.

‘De scherpe lijn die ik trek, is vanwege nieuwe ideeën, niet vanwege onmiddellijke en algemene rijkdom. Eigenlijk is de hele reden dat er socialisme bestaat, en socialisme populair werd onder kunstenaars, journalisten en intellectuelen in de late negentiende eeuw, nu juist dat de pay-off van die scherpe toename van innovatie de gewone mensen een lange tijd nog niet bereikte. Pas in de late negentiende eeuw plukten ze er de vruchten van en de gemiddelde Britse arbeider was in 1900 veel beter af dan in 1850. Hoewel tussen 1800 en 1850 de bevolking in Engeland verdubbelde, was er duidelijk nog geen sprake van algemene toename van de welvaart. De échte pay-off voor gewone mensen was niet voor de twintigste eeuw.’

Maar hoe zit het dan met de gruwelverhalen van de Industriële Revolutie? Het uitgemergelde fabrieksproletariaat? De verhalen van kinderarbeid en Oliver Twist?

‘Die zijn in principe onwaar. Je moet op behoorlijk grote afstand staan om een impressionistisch schilderij te zien; als je te dichtbij staat, zie je alleen de penseelstreken, en die zijn breed en zonder detail. Je neemt afstand en dan zie je het – en dat is essentieel. Als we Charles Dickens lezen, zitten we er te dicht op om het hele plaatje te zien. Overigens begreep Dickens helemaal niets van de industrialisatie. Hij is een buitengewoon slechte reporter. Hij had geen notie van wat er gebeurde, leefde z’n hele leven in Londen. Hij is één keer in het noorden geweest, waar de industrie was – en dat voor slechts twee weken. De meeste mensen ontlenen hun beeld van de industrialisatie aan Oliver Twist en het is totale nonsens. Zeker: er waren toen arme mensen en die waren straatarm, maar het was niet de industrie die hen arm maakte, ze waren altijd al arm geweest.’

Maar ze werden van hun land verdreven en trokken gedwongen naar de steden, zo gaat toch het verhaal?

‘Ze trokken vrijwillig naar de steden. Omdat de banen daar beter waren. Het was beter om in de stad te zijn en je kansen te grijpen, ondanks de hoge sterftecijfers, en ze wisten wat het was, te sterven.’

Ondanks de hoge mortaliteit waren ze beter af in de stad?

‘Nog altijd beter. En hoe ik dat weet? Ze gingen. Ze wilden het. In feite werd, onder meer door grootschalige toepassing van klei-pijp-drainage, werken in de landbouw juist profijtelijker in de vroege negentiende eeuw, niet minder. En dit waren vrije mensen, geen horigen.

Overigens waren de meeste mensen die naar de fabrieken gingen helemaal niet afkomstig uit het boerenbedrijf. Het waren arme sloebers die maar wat rondhingen, dagloners zonder werk, met weinig of niets om handen. Stel dat je keuze was te hongeren op het platteland of naar de fabriek gaan en eten, wat zou je doen? Zou je op het platteland blijven en verhongeren omdat daar nou eenmaal veel bloemen zijn? Lees mijn boeken: mijn hele leven heb ik geprobeerd recht te zetten hoe de economische ontwikkeling van de wereld werkelijk was. Het meeste wat geschoolde mensen weten over het economische verleden is onjuist.’

Dus mensen doen iets wanneer ze het gevoel hebben dat ze erop vooruitgaan?

‘Precies, dat is waar het om draait. Kijk; aan hun caramel macchiato grande nippende intellectuelen roepen om het hardst: o, wat verschrikkelijk dat zelfs nog vandaag de dag in arme landen mensen in de fabrieken moeten werken! Tot die mensen van de grachtengordel zeg ik: wait a second, iedere keer dat een fabriek opent, hopen er vijfduizend mensen op een baan. Dan roepen ze: nee nee, het is verschrikkelijk, die mensen worden uitgebuit! Dan zeg ik: now wait a second, wat is het alternatief? Als ze geen werk vinden in de fabriek bedelen ze op straat. Of ze kunnen naar de vuilnisbelt gaan en daar het afval eten.’

Dus de wereld gaat in één richting? Meer mensen krijgen meer rijkdom? Meer en meer landen, als India en China, zullen zoals jij dat noemt ‘the virtues of capitalism’ omarmen?

‘Op de lange termijn zal ieder land inhaken en ik zou graag willen dat ze daarmee haast maakten. De eerste moderne economie begon in de Lage Landen. Er waren kleine aanzetten voordien, als Venetië en Florence, en er waren natuurlijk de enorme geürbaniseerde gebieden in China, lang voordat er grote steden waren in het Westen, en ook daar waren bourgeoismensen. Maar de Nederlanden waren de eerste waar de hele economie was gericht op bourgeoisprojecten. Waarbij het hele idee is: we gaan iederéén rijk maken. Het is geen socialistisch paradijs, het is een kapitalistisch paradijs. En dat is wat gebeurde: Holland werd, gemeten met de maatstaf van de tijd, verschrikkelijk rijk. En nu gebeurt hetzelfde in India en China – en dat is veertig procent van de mensheid, voorwaar geen klein bier. Er is een ontzagwekkende aanwas aan privé-bedrijfjes en privé-bezit, die er in de jaren zestig of zeventig niet was. Worldwide now, the socialists are dying.’

Wat is het geheim van de triomf van het kapitalisme?

‘Markt-beproefde innovatie en altruïsme, dat is de truc. Zoals Adam Smith zegt: je moet voeling hebben met je klanten. Dat is een soort modern zakendogma geworden: je moet constant denken vanuit het perspectief van de klant – en je zult rijk worden. Mensen denken dat kapitalisme geheel draait om zelfzucht en ik-eerst, maar eigenlijk is het zeer altruïstisch, omdat het geheel en al draait om: waarmee kan ik u van dienst zijn? Je komt een winkel binnen: kan ik u helpen? De zinspreuk van het kapitalisme is niet: ik ga winst maken, de zinspreuk is: waarmee kan ik u van dienst zijn?’

Je zegt: de Zeven Deugden staan aan de basis van de Vrije Markt. De vier kardinale deugden, Prudentia, Justitia, Fortitudo en Temperantia, zijn de essentie van goed koopmanschap. Maar hoe zit dat met de drie goddelijke deugden van Geloof, Hoop en Liefde?

‘The world runs on love too.’

Hoe kan liefde een economisch middel zijn?

‘Via vertrouwen, om maar iets te noemen. Mensen zijn geen robots. Ze moeten eropuit, zich ontspannen, een biertje drinken met hun zakenpartner. Samen gaan ze naar een voetbalwedstrijd. Het is iets wat ik in de jaren negentig geleidelijk ben gaan inzien, dat menselijke verbinding, waarvan liefde een deel is, essentieel is voor de handel. We kunnen geen zaken doen op enige andere manier.’

Intussen zitten we in een economische crisis.

‘We zijn bezig daar uit te komen. Maar we zullen in de toekomst van crisis naar crisis blijven gaan; dat is wat kapitalisme is. Het is een systeem van creatieve destructie. Oude ideeën worden vernietigd door nieuwe. Kijk naar het stuk vensterglas, hier in het raam; tot 1700 had je slechts kleine stukjes glas-in-lood, kon je geen grote glasplaten maken. Dus de bedrijven die begonnen grote platen glas te produceren vernietigden de makers van het glas-in-lood. Het geldt voor de kunsten en het geldt voor de wetenschap: de oude theorieën, de oude kunst, de oude muziek wordt vernietigd om het zo te zeggen, wordt tot op zekere hoogte vervangen.

Maar het is niet zozeer van-crisis-naar-crisis, het is van creatieve destructie naar creatieve destructie. Sinds 1800 zijn er veertig crises geweest. Four-zero! Waarvan zo ongeveer zes zoals de huidige, want ze hadden in essentie te doen met het bankwezen: de jaren rond 1830, 1850, 1870, 1890, 1930 en nou deze, de zwaarste van allemaal. Er zijn crises omdat we experimenteren, dingen uitproberen. Als iedereen hetzelfde deed als z’n ouders en jij hetzelfde doet als gisteren, had je nooit een crisis. We leggen spoorwegen aan, we worden overenthousiast en leggen er te veel aan, dus gaan we bankroet. We zijn euforisch over de automobiel, dotcom, of de beleggingshypotheken die het voor mijn broer, die arm is, mogelijk maakten een huis te kopen; we gaan door het dak, we gaan failliet. Maar mensen vergaren nieuwe ideeën, zelfs in het midden van een recessie, en uiteindelijk hopen die zich op tot het punt dat iemand dat honderd-dollarbiljet op de grond ziet liggen dat anderen niet opraapten. Ik raap het op, ik ga het maken! Ik trek er mijn voordeel uit! En hup, opnieuw begint de race – en opnieuw krijg je een boom.’

Raken we in het Westen onze voorsprong niet kwijt?

‘Dat kan. Het ergste wat een regering kan doen is het om zeep brengen van innovatie. Nog steeds horen de Europeanen tot de meest ingenieuze mensen op aard. Ik heb zelf veel Aziatische studenten, maar waarom denk je dat die naar Europa of de VS komen om te studeren? Je komt hier omdat dit het intellectuele centrum van het universum is. En we zullen deze koppositie de komende twintig, dertig jaar ook wel vasthouden, we zijn nog steeds een innovatieve plek. Maar, weet je, eigenlijk doet het niet ter zake of wij innovatief zijn of niet; waar het om gaat is: is de hele wereld innovatief? Want we plegen een ieder die vernieuwend is rad te imiteren en kunnen meeliften op succes. Dat is ook waarom het kapitalisme zo prachtig is: omdat het niet gáát om kapitaal. Je hoeft geen stapels stenen te hebben, je moet slechts de ideeën hebben en de stapels stenen zullen waardevol genoeg zijn om er gemakkelijk mee rond te komen. We zullen wereldwijd steeds meer dezelfde waarden gaan delen, want de markt is niet demoraliserend, maar genereert de deugden. Uiteindelijk wordt de hele wereld bourgeois.’

Wat verschrikkelijk saai.

‘Nee! Integendeel! De middenklasse is opwindend! Kijk hier om je heen, in Arjo’s boekenkast, dat is allemaal middle class: boeken, ideeën, spirituele groei. Ik waag te stellen: hoe rijker, hoe stadser, hoe meer bourgeois mensen zijn, hoe groter hun geestesleven is. Ze hebben meer, niet minder, echte vrienden dan hun zwoegende betovergrootouders in afgelegen dorpen. Ze hebben een dieper, niet oppervlakkiger, contact met het transcendente van kunst of wetenschap of God – en soms zelfs met de natuur – dan de bijgelovige en door spookbeelden geplaagde boeren en jagers-verzamelaars van wie ze afstammen. Ze hebben een grotere, niet geringere, ruimte om hun eigen identiteit te kiezen anders dan hen is opgelegd door taal, gewoonte, religie, afkomst of sekse.’

Identiteit. Sekse. Meer dan vijftig jaar lang was Deirdre McCloskey man. Aanvoerder van het High School-footballteam. Dertig jaar getrouwd. Vader van twee volwassen kinderen. Als jongen van elf verkleedde ze zich soms als vrouw. Voor het overige was ze, schrijft ze in haar memoires Crossing, ‘normaal, just a guy’. Grote handen. ‘Té grote handen voor een vrouw.’ Grote ring om haar vinger, cadeau van haar studenten. ‘Ik ben idolaat van ringen.’ Ze heeft een hese stem, niet soepel of zacht, maar een beetje als Edith Piaf – ‘Still, sexy when you hear it right.’ ‘Mijn gendercrossing’, noteert de econome, ‘was gemotiveerd door identiteit, niet door een balansrapport van utiliteit.’

De reeks geslachtsveranderende operaties die ze in haar memoires schetst, was bijna bijzaak – al is het voor de interviewer wat ongemakkelijk om op de hoogte te zijn van de meest intieme fysieke details – vrouw worden schuilt hoofdzakelijk in iets anders dan het omvormen van een penis in een vagina. ‘In zekere zin, heb ik ontdekt, is gender hoogst oppervlakkig, een performance, iets wat bestudeerd moet worden en aangeleerd. We zijn onze maskers.’ ‘Doing gender’, noemt ze het. ‘Gender moet dagelijks uitgevoerd worden op honderd-en-één manieren. Maar om het uit te voeren, moet het van binnen ook gevoeld worden. Het is als method acting. Doe alsof je een sinaasappel bent. Wees een sinaasappel. Wees een vrouw. Voel als een vrouw! Gender is niet zomaar “natuurlijk”. Vrouwelijke gebaren, bijvoorbeeld, zijn niet Gods eigen creatie. De sociale constructie van gender is iets waar een transseksueel met de neus op wordt gedrukt, met ongewone helderheid.’ Het heeft haar, zegt ze, gevoeliger gemaakt. Meer oplettend.

‘Ik denk inderdaad dat het worden van een vrouw mijn horizon verbreed heeft, ook als econoom. De economie verklaren in termen van psychologie en moraal is misschien meer vrouwelijk dan steeds weer vol te houden dat economie slechts handel of investering is. Mannen plegen te denken in termen van uitruil: jij geeft mij dingen en ik geef jou dingen. Ik hou van jou omdat jij van mij houdt. Terwijl vrouwen van hun kinderen houden omdat het hun kinderen zijn. Maar toen ik nog Donald was, was mijn benadering van de economische wetenschappen zich al aan het verbreden – dus het is moeilijk voor me om een scherp onderscheid te maken. Maar zeker was mijn geslachtsverandering een extra impuls om los te komen van de zeer masculiene wereld van de economie – om er vervolgens van een afstand naar te kunnen kijken. Ik denk dat mijn huidige werk een synthese is van mijn hele intellectuele, persoonlijke en spirituele leven.’

Je memoires lezen bij vlagen als een horror story. Dat gaat zo ver dat je familie je in 1994 laat opsluiten in een psychiatrische inrichting, om maar te voorkomen dat je de geslachtsveranderende operatie doorzet. Als gerenommeerd hoogleraar word je, midden in de collegezaal, terwijl je lesgeeft aan je studenten, in de handboeien geslagen en door de politie afgevoerd.

‘Ja. Twee keer. In zekere zin was het een eye-opener en ik denk dat iedereen uit de middenklasse zo’n ervaring zou moeten hebben. Hoewel ik niemand de psychiatrische versie van een inrichting aanbeveel, omdat je niet weet of je er ooit weer uit zult komen.’

Je werd in de boeien geslagen! Wat doet dat met je?

‘Het maakt je doodsbang. Ik bedoel: ik ben een libertariër. Ik heb een levendige theoretische kennis van hoe gevaarlijk staten zijn. En hoe, als je eenmaal in handen van de regering gevallen bent, ze met je kunnen doen wat ze willen, precies zoals je zegt. Ik heb de theoretische kennis om de regering niet te zien als mijn mensen, die ik gekozen heb en die me zullen helpen, maar ik zie de regering als een roversbende in wier klauwen we gevallen zijn en die een monopolie heeft op geweld.’

‘Stel je coöperatief op!’ schrijft ze in Crossing. ‘Presenteer je zo normaal mogelijk aan de shrinks. Wees niet arrogant. Geef ze geen handvat. Teken niks. Ga nergens over redetwisten. Maak vooral geen grappen.’ Uiteindelijk komt ze vrij en Arjo Klamer haalt haar voor een jaar naar Nederland, waar ze gaat doceren op de Erasmus Universiteit. Het is een vlucht. Een vlucht naar vrijheid ook, ‘Gentle Holland’. Nog voor de reeks van operaties groeit ze in haar nieuwe sekse. Ze kleedt zich uitsluitend nog als vrouw. In Rotterdam maakt ze ‘vriendinnetjes’ (in haar boeken gebruikt ze consequent het Nederlandse woord), graait bij de V in bakken ringen, wordt langzaam maar zeker vrouw onder de vrouwen. De constante onzekerheid om op straat ‘gelezen’ te worden verdwijnt. Als Arjo Klamer haar op haar eerste werkdag haar nieuwe werkkamer toont, leest ze op het naambordje Mw. prof. McCloskey. ‘Dear Lord, let us be who we are.’ Dank God voor Holland.

Is er meer begrip voor transgenders sinds 1994?

‘Ja en nee. Transseksualiteit staat nog steeds in de nieuwe editie van de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders, de DSM-5, het standaardboek van de American Psychiatric Association, dat afgelopen mei uitkwam en wereldwijd gebruikt wordt. Op mijn website vecht ik tegen deze club van theoretici die mensen willen genezen van de wens tot geslachtsverandering, zoals ooit homoseksuelen genezen moesten worden.’

Dat is… krankzinnig.

‘Dat hoef je mij niet te vertellen. De voorzitter van de dsm-commissie over transgenderzaken is ervan overtuigd dat je mensen op een of andere manier moet disciplineren. “Heb je ooit seks gehad? Heb je ooit gemasturbeerd als je je als vrouw verkleedde? Dat deed je? Wel, dan kun je niet geopereerd worden.” Want ze zijn ervan overtuigd dat het allemaal om seksuele kick draait. No dear, de strijd is allerminst gewonnen.’

Van haar kinderen, haar zoon en haar dochter, inmiddels bijna van middelbare leeftijd, heeft ze, ondanks al haar pogingen contact te krijgen, al achttien jaar niets gehoord. Ze hebben na haar geslachtsverandering alle contact verbroken. ‘Mijn kinderen hebben me afgezworen. Ja, het doet pijn, nog steeds. Liefde is een schaars goed.’

Maar soms, zegt ze, barst ze van geluk zomaar in tranen uit, in de stomerij of in de boekwinkel – ‘so pleased to be’. Voor het overige werkt ze, schrijft ze bestsellers en haar naam is een begrip. Ze doceert in Chicago, Nijmegen, Stockholm.

‘En nu ik ben op weg naar Sint-Petersburg! Ik ben nu zeventig, heb niet het eeuwige leven. Deze zomer hoop ik het derde boek af te hebben van mijn trilogie over de bourgeois-era – en er zijn nog vier boeken die ik wil schrijven voordat ik met pensioen ga. Ik blijf reizen en ik blijf jagen op eredoctoraten. I love honorary degrees. Ik heb er al zes. Voor ik dood ben, wil ik er twintig hebben. Dus werk aan de winkel, girl!’


Deirdre McCloskey was te gast in Nederland op uitnodiging van het Soeterbeeck Programma en het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit Nijmegen


Heerlijke nieuwe wereld?

De wereld bevindt zich op een snijvlak. De alomtegenwoordige crisis – niet alleen in de economie, maar ook in de politiek en het milieu – doet vermoeden dat er een tijdperk is afgesloten. ‘Niets wordt meer als vroeger’, betogen politici van links tot rechts. Maar hoe wordt het dan wel? Hoe moeten we de huidige crises begrijpen, wat kunnen we verwachten van de stormachtige technologische ontwikkelingen, wat betekent dit voor ons mensbeeld, en waar gloort er hoop?

In een serie interviews met De Groene Amsterdammer buigen de meest toonaangevende denkers van het moment, uit binnen- en buitenland, zich over deze vragen – en komen al tastend tot een antwoord: hoe ziet die heerlijke nieuwe wereld eruit?


Beeld: Joost van den Broek