Ongewenste democratisering van de nieuwsgaring

Uitgeblogd

Kwaliteitsmedia verliezen hun autoriteit wanneer zij de vierentwintiguursjournalistiek van kabelnieuws en weblogs proberen bij te houden. Koninginnedag 2009 was wat dat betreft exemplarisch.

Medium koninginnedag

BEHALVE EEN DRAMA en (voor sommigen) een trauma is Koninginnedag 2009 ook een journalistieke casus van de eerste orde geworden. De Apeldoornse dodenrit van Karst Tates was niet alleen een kennelijke aanslag op het staatshoofd, hij was ook een aanslag op het vermogen tot nieuwsgaring van de ‘oude’ en ‘nieuwe’ Nederlandse media.
Welnu, de uitslag is 10-0. De blogosfeer wist op de dag zelf en ook in de daaropvolgende veertien dagen niets toe te voegen aan de nieuwsgaring van radio, tv en kranten. Vooruit, de blogosfeer had één primeurtje met de ontdekking dat het NOS Journaal het applaus voor Beatrix tijdens de dodenherdenking op de Dam kunstmatig met acht seconden had verlengd. Maar die ontdekking kwam tot stand doordat de webredacteuren van de videowebsite Dumpert.nl de journaalbeelden vergeleken met die van de oorspronkelijke uitzending door diezelfde NOS.
Voordat zulke beelden en de bijbehorende verslagen uit de eerste hand kritisch kunnen worden vergeleken, moeten ze wel eerst gemaakt worden. De voornaamste oorzaak van het collectieve falen van de Nederlandse bloggers is dan ook dat ze geen medewerkers ter plaatse hadden. Die kunnen ze eenvoudig niet betalen. Zelfs de relatief ‘snelle’ radio en tv liepen achter bij de nieuwsgaring door het geoefende voetvolk van het ANP. De snelste onder de snelle media (zoals Twitter of Vista Gadget) putten uit websites als Nu.nl, die op hun beurt ouderwets hun nieuws betrokken van het ANP, aangevuld met NOS-beelden en foto’s van krantenredacties. De blogs liepen op hun beurt weer achter Twitter aan, met alle risico’s van desinformatie van dien.
Menig blogredacteur heeft die middag hyperventilerend zitten wachten op het materiaal dat de traditionele media vergaarden en vrijgaven, te beginnen met de bewegende beelden afkomstig van NOS, RTL en ANP Video. De foto’s van de overleden Karst Tates achter het stuur van zijn autootje, die dagenlang boven aan menig blog pronkten, waren ook al geen eigen werk. Het waren beelden van Pim Ras, een beroepsfotograaf met jarenlange ervaring bij het Algemeen Dagblad. Ras liep niet als een ‘burgerjournalist’ op de plek des onheils doelloos met zijn Nokia Communicator te zwaaien. Hij maakte ogenblikkelijk messcherpe professionele foto’s van Tates vanuit de best denkbare hoeken, een prestatie die een gerechtsfotograaf (die ook nog eens alle tijd van de wereld heeft) niet zou verbeteren. Er is die dag menig relevant bericht over de aanslag verschenen, maar the man of the hour was een fotojournalist van de oude stempel.

ZONDER GEBRUIKMAKING van het vakwerk van de oude media viel er letterlijk niets te bloggen over Koninginnedag 2009. Afgezien van geruchten en verdachtmakingen natuurlijk. De website Indymedia NL (naar eigen zeggen een ‘onafhankelijk lokaal en mondiaal vrij communicatie orgaan’) wist op 30 april in zijn ‘nieuwslijn’ (sic) niets beters te brengen dan een berichtje van een redacteur van het krakersblad Ravage die achter de buis had gehangen. Niettemin wist deze man te melden dat er helemaal geen aanslag was geweest en dat ‘Trix’ de persofficier van justitie woorden in de mond had gelegd om zichzelf tot onterecht middelpunt van een dronkemansongeluk te maken. ‘Ja, ik weet het, makkelijk lullen vanachter de pc’, schreef hij in een moment van bezinning.
Zo’n moment van bezinning was geen overbodige luxe geweest voor diverse gevestigde journalisten die zich op Koninginnedag ook aan een blog waagden. Op bijna elke krantenwebsite hangt tegenwoordig een wolk van discussiefora, blogs en Twitter-profielen waarmee de redactie de ‘snelle’ media probeert bij te houden. Het nut is twijfelachtig. Zo reed Marc Chavannes van NRC Handelsblad op Koninginnedag een vreselijk scheve schaats. Binnen enkele uren na de aanslag schreef hij op de site van zijn krant een blog waarin hij betreurde dat het drama zo ‘wit’ was: ‘Er stonden zo te zien niet veel nieuwe Nederlanders daar in Apeldoorn. Ik hoop dat zij het vandaag wel zien en mee boos en bezorgd zijn.’ En dat terwijl op de tv-beelden vanaf de Naald duidelijk zowel allochtone slachtoffers als allochtone hulpverleners en veiligheidsmensen te zien waren.
Ook Henk Steenhuis, voormalig hoofdredacteur van opinieweekblad HP/De Tijd, vergaloppeerde zich. Sinds kort maakt hij samen met Gerard Driehuis en Thieu Vaessen (eveneens ex-HP/De Tijd) het blog Welingelichtekringen.nl. Op 30 april schreef hij: ‘Opvallend is dat de kroonprins – die in het leger de rang van generaal bekleedt – niet deelnam aan de eerste hulpacties. Als Welingelichte kringen goed is geïnformeerd, is het strafbaar om je snel uit de voeten te maken als mensen zich in levensgevaar bevinden.’ Het kwam blijkbaar niet bij Steenhuis op dat in geval van een aanslag het doelwit zo snel mogelijk moet worden verwijderd teneinde (verdere) onschuldige slachtoffers te voorkomen. Het blog van Steenhuis werd al gauw verwijderd, dat van Chavannes werd aangepast. Maar het onheil was geschied.
‘Wat een ongelooflijk racistische column is dit’, schreef de allereerste reageerder op Chavannes’ blog: ‘Kan het NRC deze monsterlijke column die in de chaos er vast per ongeluk door geglipt is niet gewoon verwijderen?’ Hij sloeg de spijker op de kop. Journalisten zijn net zo ontvankelijk voor eerste indrukken, vooroordelen en vergissingen als elke willekeurige blogger. Bij een grote krant of tv-zender worden uitschieters normaliter voorkomen door collegiaal overleg, advies van ervaren adjuncts, een zorgvuldige eindredactie en desnoods het veto van de hoofdredacteur. Er is met andere woorden een professioneel vangnet. Indien dat vangnet wordt opgeheven vanuit het verlangen om de vierentwintiguurscyclus van het kabelnieuws en de blogosfeer bij te houden, wordt de autoriteit van een krant of tv-redactie uitgehold.

HELAAS is de economische dynamiek van de huidige mediawereld onheilspellend. Het verdwijnen van kranten en publieke zenders gaat razendsnel, met name in de Verenigde Staten. De Senaatscommissie voor Handel houdt er momenteel hoorzittingen over. Op woensdag 6 mei kruisten blogster Arianna Huffington, vice-president Marissa Mayer van Google en enige schrijvende journalisten de degens voor de commissie. Het was een buitengewoon treurige zitting, omdat de kwaliteitskloof tussen oude en nieuwe media met geen mogelijkheid gedicht lijkt te kunnen worden.
De mevrouw van Google stelde dat nieuwsproducenten op het web worden afgerekend op een enkel stuk of een enkele video, niet op hun kwaliteit of op de reputatie van hun bedrijf. Bovendien moeten ze hun materiaal gratis aanbieden. Ze kon helaas niet zeggen hoe de traditionele media onder die voorwaarden hun ‘autoriteit’ zouden kunnen behouden. Huffington kondigde aan dat zij haar vermaarde blog, dat nu nog put uit de ‘oude’ journalistiek, wil omtoveren tot een volwaardige virtuele nieuwsredactie. Maar ook zij kon niet aangeven hoe ze dat wilde financieren nu de advertentiemarkt instort.
Zodoende werd de hoorzitting ongewild gedomineerd door de journalistieke rot David Simon, die tot tien jaar geleden werkzaam was bij de Baltimore Sun. ‘De bewindvoerders in de krantenindustrie beweren dat ze heldhaftig en naar beste vermogen de democratie hebben gediend totdat ze werden overvallen door een aardverschuiving in de technologie en de opkomst van het web. De vertegenwoordigers van nieuwe media, weblogs en alles wat kwettert zullen u verzekeren dat de journalistiek een fantastische toekomst op het web heeft en dat er een grootscheepse democratisering van de nieuwsgaring plaatsvindt’, aldus Simon: ‘In mijn stad hebben we voor zulke beweringen een technische term: uit je nek kletsen. En dan zeggen we het thuis in Baltimore nog wat explicieter.’
Simon vindt de term ‘burgerjournalist’ bespottelijk. Journalistiek is een professioneel voltijdbedrijf met serieuze maatstaven, en geen hobby: ‘Een goedbedoelende buurman met een tuinslang heet toch ook geen burgerbrandweerman?’ Bloggers parasiteren volgens hem op de gevestigde media: ‘De parasiet vermoordt langzaam zijn gastheer.’ Maar ook die gastheer is schuldig aan zijn lot, meent Simon. De geschreven pers heeft de bedreiging door de tv in de jaren zestig en zeventig glansrijk afgeslagen door verdieping en originaliteit. In de jaren tachtig stonden kranten er financieel beter voor dan ooit. Helaas hebben ze zichzelf vervolgens verkocht, gestroomlijnd, redactioneel uitgedund en kapot gefuseerd omwille van kortetermijnwinsten en vooral hoge advertentie-inkomsten. Ze zijn het contact met hun lezers, hun besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid en hun zin voor kwaliteit kwijt.
De weg terug bestaat volgens Simon uit de omvorming van de traditionele media tot non-profitorganisaties. Door het belastingvoordeel dat zulke organisaties genieten te combineren met betaling voor webcontent zouden kwaliteitsmedia behouden kunnen blijven. Vroeg of laat moet het besef terugkeren dat voor kwaliteit ouderwets betaald moet worden, niet door de overheid in de vorm van subsidies, maar door burgers die in volle vrijheid voor een krant of tv-zender van hun voorkeur kiezen. ‘Een andere manier om professionele kwaliteitsjournalistiek te behouden is er niet’, aldus Simon.