Film: ‘You Were Never Really Here’

Uitgeholde man

Medium film
Joaquin Phoenix en Ekaterina Samsonov in You Were Never Really Here © The Searchers

Waar Joe (Joaquin Phoenix) precies is, waar hij lééft in de nieuwe film van de Schotse regisseur Lynne Ramsay, is in de momenten die in gewone thrillers verdwijnen, omdat ze niet interessant zijn voor de plot. De hitman die zijn moeder in bed stopt. Die op de metro staat te wachten. Toeristen die aan hem vragen even een foto van hen te maken terwijl hij onderweg is naar een klus. En deze onvergetelijke scène: hitman en slachtoffer bloedend op de keukenvloer na een vechtpartij. Op het aanrecht speelt de radio een nummer, de jaren-tachtigklassieker I’ve Never Been To Me van Charlene. De zwaargewonde mannen prevelen samen de mierzoete lyriek: ‘I can see so much of me still living in your eyes…’, terwijl ze zachtjes meezingen pakt Joe de hand van de man die hij vermoordt.

Het wonder van You Were Never Really Here is dat Ramsay, die voorheen psychologische drama’s zoals We Need To Talk About Kevin (2011) maakte, het genre waarin ze hier werkt geen moment ondermijnt. Haar nieuwe film ís een thriller, en die herinnert sterk aan John Boormans Point Blank (1967) en Mike Hodges’ Get Carter (1971), die allebei gaan over mentaal uitgeholde mannen die op wraak zinnen. Wat er met haar Joe aan de hand is, is niet meteen evident. Via flashbacks, haast subliminale beeldflitsen, blijkt iets van een jeugdtrauma veroorzaakt door een gewelddadige vader, en van een incident in een oorlogsgebied ergens in het Midden-Oosten, toen hij bij de mariniers zat. En zijn relatie met zijn hoogbejaarde moeder bij wie hij woont is zacht gezegd vreemd. Deze psychische letsels maken hem uitermate geschikt voor zijn werk als huurmoordenaar die minderjarige meisjes uit de klauwen van giftige mannen redt, vaak politici. Een opdrachtgever zegt tegen hem: ik hoor dat je wreed kunt zijn. Wat Joe alleen maar kan beamen. (Zijn favoriete wapen: een bolhamer van vier kilo met slanke steel. Zwaait lekker. En zwaar.)

Terwijl ze de ‘plot’ helemaal uitkleedt, schetst Ramsay via stijl de psychologie van Joe. De flitsende montage op de maat van dwingende, elektronische muziek die meer dan eens het werk van Ennio Morricone oproept, creëert een fragmentarische verhaalwerkelijkheid. Dit is hoe Joe de wereld ziet: hij leeft in een cocon van geweld en psychose, in ruimten waar niet wij, maar mensen zoals hij bestaan. We kennen hem van soortgelijke verhalen, en toch is het alsof we hem voor het eerst zien – zo nieuw maakt Ramsay de bekende conventies. Hierin wordt ze vooral gesteund door de sterk acterende Phoenix. Zijn Joe is geen regular Joe, maar een complexe man achtervolgd door demonen. De jonge meisjes die hij uit de seksholen haalt waar machtige mannen de scepter zwaaien bieden hem misschien een kans op persoonlijke verlossing. Maar leeg is hij. En suïcidaal. Een klein beetje hoop is er desalniettemin. Hoe kan het ook anders voor een man die zich laat meevoeren door de valse romantiek van het nummer van Charlene. Wát een dappere keuze door Ramsay, en wát een film heeft zij gemaakt.


Nu te zien