Ministerie gokte op een app; GGD’en wachtten op instructies

Uitgeklede GGD’en tastten weken in het duister over corona-strategie

Door onderbezetting en jarenlange bezuinigingen waren de regionale gezondheidsdiensten niet toegerust op het uitgebreide testprogramma waarmee Nederland – als een van de laatste West-Europese landen – vorige week is begonnen.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Het uitgebreide testen en de bron- en contactonderzoeken, bedoeld om nieuwe uitbraken van corona tegen te gaan, hebben bijna een maand vertraging opgelopen omdat GGD’en niet wisten wat van hen werd verwacht. Door onderbezetting en jarenlange bezuinigingen waren de regionale gezondheidsdiensten niet toegerust op het uitgebreide testprogramma waarmee Nederland – als een van de laatste West-Europese landen – vorige week is begonnen.

Dat blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en De Groene Amsterdammer. GGD’en bleven lang wachten op instructies toen het kabinet nog inzette op een app die het werk van de GGD’en zou moeten verlichten. Op het moment dat die strategie werd omgegooid waren de GGD’en onvoorbereid en raakte hun landelijke telefoonlijn overbelast, liepen computersystemen voor het maken van afspraken vast en moesten patiënten te lang wachten op hun uitslag.

‘De hele exit-strategie uit de corona-epidemie wordt opgehangen aan de GGD’en, maar die zijn daar niet op toegerust’, zegt crisisexpert en hoogleraar Arjen Boin. Dat was volgens hem ook al jaren bekend. Volgens een peiling van het RIVM uit 2015 had bijna de helft van de GGD’en ruim te weinig artsen infectieziektebestrijding. GGD’en trokken in 2014 zelf aan de bel omdat hun organisaties ‘onder het waakvlamniveau’ waren gezakt. Daar werd echter niets aan gedaan. Dat het ministerie nu zo’n zware taak neerlegt bij uitgeklede en onderbezette organisaties noemt Boin ‘een op-hoop-van-zegen-strategie’.

Het Outbreak Management Team adviseerde al op 6 april om voldoende personeel voor testen en bron- en contactonderzoek klaar te stomen. Minister Hugo De Jonge van Volksgezondheid erkende dat het ‘natuurlijk ondoenlijk’ zou zijn om ‘dat allemaal te laten bemannen door de GGD’en’. Mede daarom koos hij voor de ontwikkeling van een app die de taak van de gezondheidsdiensten zou moeten verlichten. Pas toen bleek dat die app geen soelaas zou bieden, vroeg De Jonge de GGD’en op 17 april om een plan voor handmatig bron- en contactonderzoek.

Zo’n plan was volgens de diensten niet te maken omdat onduidelijk was wat van hen verwacht werd. Zo was onbekend met hoeveel tests de GGD’en rekening moesten houden; hoe het onderzoeksprotocol eruit zou zien; of er een landelijk callcenter zou komen en wie de kosten zou betalen. ‘Het maakt nogal wat uit of je iedereen moet terugbellen of mensen alleen een e-mail stuurt’, zegt Sjaak de Gouw van koepelorganisatie GGD GHOR Nederland. Pas op 6 mei kregen ze – tegelijk met de rest van Nederland via de openbare persconferentie van premier Rutte en minister De Jonge – de cruciale informatie.

‘Wij hoorden dat toen ook voor het eerst’, zegt De Gouw. Ook instructies van het RIVM aan de GGD’en kwamen pas begin mei. Het RIVM wist niet dat GGD’en de richtlijn nodig hadden om te kunnen beginnen met opschalen. ‘Dat onze richtlijn zo’n impact had, was ons op dat moment niet bekend’, zegt een woordvoerder. Ook het ministerie zegt niet te weten dat de regionale gezondheidsdiensten om informatie verlegen zaten. ‘Het gegeven signaal is ons niet bekend.’