Uitgesproken bewegingen

Nog tot en met april te zien, o.a. in Leiden, Amersfoort, Enschede, Emmen, Apeldoorn en Arnhem. Inlichtingen 020-6696232.
‘Where is ta-dee’, stond er onlangs in de krant boven een stukje over Ballet, de nieuwe film van Frederick Wiseman, die te zien was op het Documentaire Film Festival. Deze film, die ik helaas heb gemist, toont dansers en choreografen aan het werk tijdens repetities. ‘Where is ta- dee’ was een uitspraak van een choreograaf in de documentaire. Met ‘ta-dee’ bedoelde hij blijkbaar een bepaalde beweging, of een ritmisch accent binnen een bepaalde beweging. In het kader van de repetitie voldeed deze terminologie; de dansers wisten waarschijnlijk precies waar de choreograaf op doelde. Maar voor buitenstaanders is deze manier van communiceren over bewegingen volstrekt geheimtaal.

De choreografie Between L… die Itzik Galili maakte voor de dansers Anne Affourtit en Derrick Brown, gaat over deze woorden die bewegingen aanduiden. De dansers voeren synchroon een snelle reeks bewegingen uit, die ze zelf begeleiden met klanken, woorden, en vervolgens met flarden van een gesprek. De klanken en woorden hebben een directe link met de bewegingen. ‘And-ehhhhh’ is een korte handbeweging, gevolgd door een langzamer omhoog brengen van de arm. Zoiets als 'ta-dee’, maar dan met iets meer uitloop op het einde.
Als de dansers zinnen gaan maken, komen de woorden los van hun bewegingen. De choreografie gaat gewoon door, in hetzelfde tempo, als de dansers achteloos aan elkaar vragen wat ze later willen worden. Het is alsof ze een beetje babbelen onder een repetitie, maar intussen spelen de woorden een precies getimed betekenisspelletje met de bewegingen.
Between L… doet denken aan het vroegere werk van William Forsythe. Hij is de tweede choreograaf die speciaal voor Affourtit en Brown een dansstuk maakte voor hun eigen programma met drie nieuwe choreografieen. In Forsythes The, The herinneren alleen de geprojecteerde teksten aan het postmoderne onderzoek naar de relatie tussen woorden en bewegingen, dat een tijdlang zijn werk kenmerkte. De bewegingen die Affourtit en Brown maken, zijn niet 'uitgesproken’ genoeg om een spel te spelen met de teksten. Ze zijn klein en onbepaald, en worden door de dansers uitgevoerd vanuit een zittende positie. De dansers proberen elkaar onhandig dichterbij te trekken, voeten draaien verwrongen naar binnen - twee hulpeloze wezens in een hoek van een groot podium.
Ook Amanda Miller, die bekendheid kreeg door haar choreografieen van het Ballet Frankfurt van Forsythe, heeft het luchtige achtervolgingsspel uit bijvoorbeeld Pretty Ugly (1986) ver achter zich gelaten. Haar bijdrage aan het drieluik van Affourtit & Brown is adembenemend mooi. In Meidosems - genoemd naar het boek van Henri Michaux waardoor Miller zich liet inspireren - roepen Anna Afourtit en Derrick Brown, puur met hun bewegingen, twee personages op die doen denken aan speelgoed dat tot leven is gekomen. Als een verdwaalde teddybeer hobbelt Brown over het podium, zijn armen uitgespreid met slappe handjes. Affourtit, met de lichte melancholie van een pierrot-pop, zoekt steeds zijn hand, maar weet niet hoe ze deze moet pakken. Dit klinkt houterig, maar het universum dat Miller oproept, is juist zacht en vol snelle, verbaasde sprongen en draaien. In de bewegingen van de dansers zit een voortdurende verstoring, alsof ze halverwege een beweging afgeleid raken door een wereld die te groot is voor een beer met een beetje verstand, zoals Winnie the Pooh zei.
Die verstoring in het lichaam, daarin schuilt de ontroering bij Miller en bij Forsythe. Die verstoring gaat dieper dan de vrolijke verwarring die Galili zoekt. Bij Galili spreken de dansers geheimtaal, maar ze weten zelf precies waarover het gaat. Bij Miller en bij Forsythe leveren de dansers een gevecht om zich uit te drukken. Ze kunnen er maar nauwelijks bewegingen voor vinden, laat staan woorden.