Uitgeven: De revolutionaire toekomst

De culturele impact van de digitalisering is enorm, stelt Jason Epstein. Zelf wil hij liever geen filmpjes in zijn e-book tijdens het lezen. J. Bernlef (schrijver), Maarten Asscher (boekhandelaar), Saskia de Coster (schrijfster) en Joost Nijsen (uitgever) reageren op zijn betoog.

Het uitgeven van boeken maakt op dit moment een onstuitbare overgang door: van fysieke voorraden die zijn opgeslagen in een pakhuis en naar verkopers worden vervoerd, naar digitale bestanden die zijn opgeslagen in cyberspace en net zo snel en goedkoop als e-mail vrijwel overal op aarde worden bezorgd. Die historische verschuiving zal het mondiale uitgeven van boeken drastisch veranderen, en ook de culturen die het beïnvloedt en waarvan het afhankelijk is. Ondertussen staat, om heel andere redenen, de chique boekenbusiness waar ik me ruim een halve eeuw geleden bij aansloot onder grote spanning, en lijdt onder de ontembare verslaving aan het gokken op riskante, seizoen-gevoelige bestsellers, waarvan er vele hun kosten niet terugverdienen, en tegelijkertijd onder het afbrokkelen van de backlist, de vitale lijfrente waar boekenuitgevers in betere tijden op vertrouwden om jaar in, jaar uit, in slechte en goede tijden, stabiel te blijven. De vertrouwenscrisis weerspiegelt die elkaar kruisende schokken, een overgespecialiseerde markt overheerst door eendagsvliegen met een hoog risico en een technologische verschuiving die onmetelijk veel groter is dan de gedenkwaardige evolutie van monastieke scriptoria naar verplaatsbare, losse zesletters die zes eeuwen terug begon in de Duitse stad Mainz, waar Gutenberg woonde.
Gutenbergs uitvinding heeft onze huidige moderne wereld mogelijk gemaakt, met al haar wonderen en al haar ellende, maar niemand, zeker Gutenberg niet, kon hebben voorzien dat zijn drukpers hiertoe zou leiden. En vandaag kan niemand voorzien, behalve misschien in vage contouren, wat de nog veel grotere impact op onze eigen toekomst zal zijn van digitalisering. Uitgevers voelen de aarde onder hun voeten trillen en het is geen wonder dat ze, met één voet in het afbrokkelende verleden en de andere tastend naar vaste grond in een onzekere toekomst, aarzelen om de kans te grijpen die digitalisering hun biedt om hun backlists bij te werken, uit te breiden en te promoten op een gedecentraliseerde, wereldwijde markt. Maar nieuwe technologieën wachten niet tot ze toestemming krijgen.
Gutenbergs technologie was het sine qua non voor de wedergeboorte van het Westen, alsof geletterdheid, wetenschappelijkheid en constitutionele regering er altijd impliciet waren geweest en slechts wachtten tot Gutenberg de knop zou omdraaien. Binnen vijftig jaar draaiden in heel Europa drukpersen, en dat stopte pas bij de grens met de islamitische wereld, die de pers schuwde. Misschien uit dezelfde angst voor ontwrichtende geletterdheid als in de islam wilde China geen fonetische transcriptie van zijn ideogrammen, die misschien het gebruik van losse letters mogelijk had gemaakt.
Het huidige verzet onder uitgevers tegen de aanstormende digitale toekomst komt niet voort uit vrees voor ontwrichtende geletterdheid, maar uit de begrijpelijke angst voor hun eigen overbodigheid en de complexiteit van de naderende digitale transformatie, waarin veel van hun traditionele infrastructuur én misschien zijzelf redundant zullen zijn. Karl Marx schreef in zijn Communistisch Manifest over de revoluties van 1848 dat al het vaststaande verdampte. Zijn visioen van een arbeidersparadijs was natuurlijk 180 graden verkeerd, een wens die vader was van de gedachte. Wat verdampte, nam al snel de vaste vorm aan van het industrieel kapitalisme, een paradijs voor enkelen ten koste van velen. Maar het krachtige beeld van Marx past bij de uitgeefindustrie van deze tijd, nu haar kapitaal-intensieve infrastructuur - drukpersen, pakhuizen vol fysieke voorraden-met-recht-van-retour, verkooppunten in prijzige panden - dreigt te gaan verdampen in een enorme wolk waarin uiteindelijk alle boeken van de wereld een plek zullen vinden als digitale bestanden die instant, titel voor titel, overal ter wereld waar aansluitingen bestaan te downloaden zijn, en op een verkooppunt met één exemplaar tegelijk on demand kunnen worden gedrukt en gebonden door de Espresso Book Machine als paperbacks van bibliotheekkwaliteit, en worden verzonden naar elektronische leesapparaten als Kindles, Sony Readers, en hun veelzijdige opvolgers, waaronder recent de iPad van Apple. Deze technologie is in staat - en dat is ongekend - voor een uitgebreide nieuwe veeltalige markt een vrijwel grenzeloos aanbod van titels te verzorgen, en zal het Gutenberg-systeem verdringen met of zonder de medewerking van de hedendaagse gebruikers ervan.

Digitalisering maakt een wereld mogelijk waarin iedereen kan beweren uitgever te zijn en iedereen zichzelf schrijver kan noemen. In die wereld zullen de traditionele filters zijn weggesmolten en alleen het ultieme filter - het menselijk onvermogen te lezen wat onleesbaar is - zal overblijven om te onderscheiden wat het waard is om bewaard te worden in een virtuele markt waar Keats’ nachtegaal een elektronische ruimte deelt met de haiku’s van Tante Marie. Dat de inhoud van de bibliotheken van de wereld uiteindelijk praktisch overal toegankelijk zal zijn met één muisklik is geen onverdeelde zegen. Een andere muisklik zou diezelfde inhoud kunnen uitwissen, de beschaving tot een eind kunnen brengen: een erg overtuigend argument, als er een nodig zou zijn, vóór fysieke boeken in het digitale tijdperk.
In de literaire chaos van de digitale toekomst zullen lezers worden gegidst door de wegwijzers van gerenommeerde uitgevers, te vinden binnen een wereldwijd, veeltalig bestand, een functie die Google graag lijkt te willen domineren - hopelijk met de medewerking van grote nationale en universiteitsbibliotheken en hun kundige bibliografen, onder herziene mondiale copyrightstandaards in overeenstemming met het bereik van het World Wide Web. Titels zullen ook worden gepost op de eigen websites van auteurs en uitgevers en op betrouwbare gespecialiseerde websites waar biografieën van Napoleon of handleidingen voor hondentraining zullen worden geëvalueerd door competente recensenten en direct gedownload van auteur of uitgever naar eindgebruiker, terwijl software de passende aankoopprijs bepaalt, waarbij traditionele formules niet meer gelden. Kosten voor voorraad, transport en retouren zullen zijn verdwenen, lezers betalen minder, schrijvers verdienen meer en boekenuitgevers, ontdaan van hun overbodige infrastructuur, zullen overleven en wellicht zelfs succes hebben.
Digitalisering zal een ongekende diversiteit van nieuwe gespecialiseerde content in vele talen stimuleren. De algemene uitgevers van vandaag die zich soepel aanpassen zullen de overbodigheid van hun traditionele infrastructuur overleven, maar digitalisering heeft al gespecialiseerde uitgevers voortgebracht in allerlei niches waar kleine groepen gelijkgestemde redacteuren werken, wellicht niet in hetzelfde kantoor of zelfs hetzelfde land, zoals softwarebedrijven zelf gedecentraliseerd zijn met mensen in Californië die online samenwerken met collega’s in Bangalore en Barcelona.

Het moeilijke, eenzame scheppen van literatuur vereist echter bijzonder individueel talent en kan, in het geval van fictie, bijna nooit door samenwerking. Sociale netwerken kunnen lezers in contact brengen met een boek, maar ze schenden de eenzaamheid die nodig is om kunstmatige werelden te creëren met echte mensen erin. Tot het moment dat het kan worden getoond aan een vertrouwde vriend of redacteur is het work in progress van een schrijver uitermate privé. Dickens en Melville schreven in afzondering op papier met een pen; afgezien van hun gebruik van typemachines en computers hebben honderden schrijvers met wie ik jaren werkte precies hetzelfde gedaan.
In culturen zonder kennis van het schrift waren de grote saga’s en epische verhalen noodzakelijkerwijs gemeenschappelijke creaties die door de stam uit het hoofd werden geleerd en generatie na generatie werden gezongen of gescandeerd onder priesterlijk toezicht. Door de uitvinding van het alfabet waren schrijvers niet langer afhankelijk van het gemeenschappelijk geheugen maar legden ze hun werk vast op steen, papyrus of papier. In moderne tijden blijven gemeenschappelijke projecten veelal beperkt tot ingewikkelde naslagwerken, zoals Wikipedia. Hoewel sociale netwerken geen nieuwe Dickens of Melville zullen voortbrengen, is het web nu al een krachtig reservoir voor schrijvers: het biedt makkelijk online een grote verscheidenheid aan bijgewerkte encyclopedieën, woordenboeken, tijdschriften et cetera, instant en overal, beschikbaar door intekening of, zoals Google Search en Wikipedia, gratis.
Intelligent geschreven literatuur van hoge kwaliteit over algemene onderwerpen zal even zeldzaam en noodzakelijk zijn als altijd en zal overleven zoals het altijd heeft gedaan in druk en online voor kritische lezers. Geniale werken zullen voortkomen uit delen van de wereld waar boeken eerder nauwelijks zijn doorgedrongen, net zoals zulke werken na Gutenberg ongevraagd opdoemden vanuit de donkere en stille hoeken van Europa. Maar Gutenbergs drukpers gaf Europa, met haar strakke culturele grenzen, geen gemeenschappelijke taal. Digitalisering kan tot een ander resultaat leiden door wereldwijde exposure te geven aan fundamentele wetenschappelijke en literaire teksten in grote talen: Rome in een nieuw jasje, terwijl vertalers nog steeds meer dan genoeg werk vinden.
De kosten voor toekomstige uitgevers zullen minimaal zijn en alleen nodig voor het onderhoud van de redactiegroep en haar directe dienstverleners, en zonder de uitgaven aan traditionele distributiefaciliteiten en management. Kleine uitgevers vertrouwen nu al op zulke externe diensten als bedrijfsmanagement, juridische zaken, boekhouden, ontwerpen, bureauredactie, publiciteit et cetera, terwijl het internet virale publiciteitsmogelijkheden zal bieden waarvan YouTube en Facebook voorlopers zijn. Auteursvoorschotten kunnen worden gefinancierd door externe investeerders, net als bij film en toneel. Als grote concerns de exorbitante eisen weerstaan van bestsellerauteurs wier boeken de verkooplijsten domineren, zullen die auteurs, met de hulp van agenten en businessmanagers, hun eigen uitgevers worden, en alle netto-opbrengsten uit zowel digitale als traditionele verkoop behouden. Met de Espresso Book Machine kunnen ondernemende boekhandelaars zelf uitgevers worden, net als hun achttiende-eeuwse voorvaderen.
Traditionele territoriale rechten zullen overbodig worden en een wereldwijde, uniforme conventie over auteursrecht wordt essentieel. Het beschermen van content tegen ongeautoriseerde file sharers, bestandendelers, zal een ergerlijk probleem blijven dat serieuze vragen oproept over de levensvatbaarheid van het auteurschap, want zonder bescherming zullen schrijvers verhongeren en zal de beschaving ten onder gaan. Dat werd erkend door de Grondwet van de Verenigde Staten, die pleit voor auteursrecht om schrijvers te steunen niet primair als een kwestie van rechtvaardigheid maar voor het algemeen belang van publieke verlichting.
Sommige muzikanten compenseren gemiste royalty’s door concerten te geven, T-shirts te verkopen of aan commercials mee te werken. Voor schrijvers is er niet zo'n oplossing. Het verfijnen van de huidige software voor digitale rechten, die file sharing moet tegengaan, zal een voortdurende strijd worden met file sharers die betaling ontduiken, vaak in de perverse overtuiging dat ‘content vrij wil zijn’. Het ongeautoriseerd delen van bestanden zal een probleem zijn, maar volgens mij geen serieus probleem, misschien op het niveau dat bibliotheken en individuele lezers altijd boeken met anderen hebben gedeeld.

Tot nu toe heb ik geprobeerd in de digitale toekomst te kijken in instrumentele termen. Er is ook een morele dimensie, want wij zijn een lastige soort met een lange geschiedenis van zelfdestructie. De industrie die Gutenberg lanceerde maakte uiteindelijk een brede verspreiding mogelijk van Montaigne, Shakespeare en Cervantes, om nog te zwijgen over Babar de olifant. Maar zijn technologie gaf ons ook De protocollen van de wijzen van Zion, Mein Kampf en de onzin die Pol Pot in Parijs transformeerde van domkop tot massamoordenaar. Digitalisering zal onze goede aard versterken, maar ook het duivelse tegendeel ervan. Censuur is niet het antwoord op die kwaden.
Digitale content is fragiel. Het veilig bewaren van boeken tegen elektronische bemoeials, rovers en de gevaren van elektronische opslag, is derhalve essentieel. Recentelijk zagen we dat Amazon op verzoek van de uitgever Orwells 1984 verwijderde voor Kindle-gebruikers die het hadden gedownload - wat laat zien hoe gemakkelijk bestanden kunnen worden verwijderd zonder waarschuwing of toestemming. Dat is een onvermijdbaar risico van elektronische distributie. In Denemarken vernietigt muziek die is gedownload met een abonnement zichzelf als de termijn is verlopen. Dat doet mijn jaarabonnement op de online Oxford English Dictionary ook als ik het niet verleng. Veel ander naslagmateriaal dat gewoonlijk actualiteit-gevoelig is en daarom nooit hoeft te worden gedrukt en gebonden, wordt nu al verkocht op verlengbare abonnementen. Als ik nu uitgever was zou ik nadenken over een vernieuwbaar huurmodel voor alle e-book-downloads - de 'uitleenbibliotheek’-techniek van het Depressie-tijdperk - dat nauwkeuriger de voorwaardelijke verhouding tussen content provider en eindgebruiker beschrijft.

Sinds het begin van mijn loopbaan ben ik geobsedeerd geweest door het bewaren en verspreiden van de backlist - de eerder uitgegeven boeken, nog steeds in druk, die de onmisbare component zijn van de stabiliteit van een uitgever en over het algemeen de schatkamer van beschavingen. In die zin kun je zeggen dat het uitgeven van boeken meer is dan business. Zonder de inhoud van onze bibliotheken - onze collectieve backlist, ons cultureel geheugen - zou onze beschaving instorten.
Halverwege de jaren tachtig was ik me inmiddels bewust geworden van de ernstige erosie van de backlists van uitgevers doordat bergen langzaam verkopende maar nog steeds levensvatbare titels maand na maand werden afgevoerd. Doordat Amerikanen de steden verruilden voor de suburbs verdwenen honderden goed voorziene, onafhankelijke, in een stad gewortelde boekhandels, en werden vervangen door winkelketens in winkelcentra die dezelfde huur betaalden als de schoenenwinkel naast ze voor dezelfde minimale ruimte en dezelfde snelle omzet vereisten.
Die demografische verschuiving zette de boekenbranche op z'n kop doordat verkopers nu een hoge omzet nodig hadden, vaak van kortstondig levende titels. Bestsellerauteurs wier loyaliteit aan hun uitgever voorheen de norm was geweest, waren nu fiches in een casino met hoge inzet: een zegen voor auteurs en agenten met hun niet-terugvorderbare voorschotten en een nachtmerrie voor uitgevers die al het risico dragen en geluk hebben als ze uit de kosten komen. Ondertussen bleef de backlist slinken. De kleinere uitgeverijen, die deze risico’s niet konden nemen, fuseerden met de grotere, en de grotere vielen uiteindelijk in de armen van de conglomeraten van vandaag.
Als tegenwicht voor de ondergang van de backlist lanceerde ik halverwege de jaren tachtig de Reader’s Catalog, een onafhankelijke boekwinkel in catalogusvorm waarvan lezers per telefoon veertigduizend backlisttitels konden bestellen. Het internet bestond al maar het was nog niet gecommercialiseerd. De Reader’s Catalog was een onmiddellijk succes, wat mijn geloof in een sterke wereldwijde markt voor backlisttitels sterkte. Maar ik had de kosten van het afwerken van individuele bestellingen onderschat en concludeerde, met mijn financiers, dat als we zouden doorgaan onze verliezen ondraaglijk zouden worden. Toen werd het internet beschikbaar voor de commercie. Amazon maakte daar dapper gebruik van en leed in het begin de verliezen waar ik bang voor was. Maar tegen die tijd had ik gehoord over digitalisering en het sleutelwoord ervan, disintermediation, ont-bemiddeling, wat inhield dat uitgevers nu vooruit konden kijken naar het marketen van een praktisch grenzeloze backlist zonder fysieke voorraad, vervoerskosten, of onverkochte exemplaren die werden geretourneerd. Klanten betaalden vooraf voor hun aankopen. Dat betekende dat zelfs de geautomatiseerde vervoersfaciliteiten van Amazon uiteindelijk zouden worden omzeild door elektronische voorraad. Dat was 25 jaar geleden. Vandaag is digitalisering het fysieke uitgeven aan het vervangen op de manier die ik me voorstelde.
Relatief goedkope veelzijdige apparaten die zijn uitgerust met leestoepassingen zullen de markt voor e-books vergroten en wellicht tot nieuwe literaire vormen inspireren, zoals de Japanse mobiele-telefoonromans. Hoewel bloggers een verscheidenheid aan gemeenschappelijke projecten en nieuwe vormen van expressie in het verschiet zien, is de literaire vorm gedurende haar lange geschiedenis opmerkelijk conservatief geweest terwijl lezen niet gebaat is bij afleiding, zoals alle web-based toevoegingen - muzikale begeleiding, animatie, kritisch commentaar en andere metadata - die sommige profeten van het digitale tijdperk voorzien als winstgevende zijwegen voor aanbieders van content.
De radicaalste fantasie stelt dat de inhoud van de digitale wolk zich zal mengen of gemengd zal worden om één enkele, gemeenschappelijke, autonome intelligentie te vormen, een alles omvattend, enkel boek of collectief brein dat elektronisch op een universele schaal de synergieën reproduceert die zich spontaan aandienen binnen individuele geesten. Lachen om een gewaagde nieuwe hypothese - dat de aarde rond is, rond de zon draait - is altijd een risico, maar hier is het risico minimaal. Het nihilisme - de achteloze minachting voor teksten - die in deze lelijke fantasie huist is desalniettemin verontrustend als bewijs van culturele verarming.
De reusachtige, wereldwijde markt voor digitale content is echter geen fantasie. Ze zal heel groot zijn, heel divers, en heel verrassend: de culturele impact ervan is onvoorstelbaar. E-books zullen een significante factor zijn in deze onzekere toekomst, maar daadwerkelijk gedrukte en gebonden boeken zullen de onvervangbare schatkamer van onze collectieve wijsheid blijven vormen.
Ik ben niet onpartijdig. Mijn kamers staan van vloer tot plafond vol boeken zodat ik twee keer moet nadenken waar ik het volgende moet laten. Als, door een of ander onvoorstelbaar ongeluk al die boeken zouden verdampen, waarna lege planken zouden resteren met als herinnering slechts een lijst van digitale bestanden die waren achtergebleven, zou ik zelf ook willen verdampen - want boeken zijn mijn leven.


Jason Epstein is redacteur en uitgever. Hij was (in 1963) een van de oprichters van The New York Review of Books, waarin hij onlangs dit essay publiceerde.
Vertaling Rob van Erkelens