Uitgevers zijn dom

Hoe komt het toch dat ‘allochtone schrijvers’ in Nederland in ‘t algemeen zo slecht zijn?

Dat heeft in de allereerste plaats te maken met het feit dat zij zich afficheren als allochtone schrijvers. Zolang allochtone schrijvers mee blijven werken aan literaire avondjes waaraan alleen allochtone schrijvers deelnemen, of die als onderwerp hebben ‘Medelanders’, 'De dialoog in onze multiculturele samenleving’, of 'Veelkleurige literatuur’ wordt het nooit wat.
In Nederland zijn schrijvers die Nederlands schrijven, Nederlandse schrijvers.
Verder is er - op een uitzondering na - een groot gebrek aan humor. Ik ken geen allochtone schrijvers (de term is trouwens niet van mij, ik lees hem voortdurend in de krant) in Nederland om wie je nu eens hartelijk kunt lachen - iets wat ze gemeen hebben met negentig procent van de andere Nederlandse schrijvers.
De noodzakelijke 'veranderingen’ gebeuren dan ook niet in de literatuur, maar in een ander circuit: in het cabaret, bij de stand-ups. Ik heb allochtone stand-ups gehoord (Marokkanen, Surinamers) om wie ik hard heb moeten schateren; ze namen de eerste generatie op de korrel, het geloof, blanken, moslims, katholieken, alles. Wie mij niet gelooft moet even Raoul Heertje bellen van café Toomlers in Amsterdam en vragen naar de Fresh Wagon. Ik hoop maar dat deze mensen niet te snel voor de televisie komen, maar nog een tijdje blijven klieren.
Zolang er geen uitgevers zijn met een ander dan commercieel gevoel voor allochtone schrijvers wordt het ook nooit wat.
Uitgevers - breek me de bek niet open! - hebben totaal geen idealisme meer. Zodra je ergens een uitgeverspand binnenloopt ('Hoe heet deze uitgeverij tegenwoordig?’ vraag ik tegenwoordig) merk je angst en schrik. En wanneer je dan voorgesteld wordt, luidt de naam van je uitgever meestal 'mijnheer Winstmaximalisatie’. Uitgevers - er wordt niet meer over dat vak nagedacht - dienen iets in gedichten, verhalen en romans te zien vanuit een visie die verschilt van andere uitgevers. Van Oorschot ziet iets in Voskuil, terwijl Querido meer iets ziet in Van der Heijden. Allochtone schrijvers zouden alleen maar baat hebben bij een Nederlandse uitgever die hun werk Echt Goed vindt omdat deze uitgever een visie heeft op de literatuur waar de allochtone schrijver in past. Waarbij afkomst en kleur niet de bepalende elementen zijn, maar de manier van schrijven. Er ligt een grote kans voor nieuwe auteurs.
De uitgeverswereld weet niet meer wat ze moet uitgeven. De smaak ontbreekt. Er wordt alleen maar gelet op mogelijke 'media-aandacht’ die een schrijver kan krijgen. Ik weet waarover ik praat.
'Hai… Zeg Opheffer, ik heb een ontzettend leuk Marokkaans ding voor je… Ziet er lekker uit, schrijft goed… Iets voor jou. Het zal je erg meevallen als je dit leest.’
'Toch geen Marokkaanse potenrammer hè, wiens literatuur eigenlijk een sociale reportage is over hoe moeilijk het leven is?’
'Nee, het is een lekker wijf, anders zou ik je toch niet bellen, helemaal in die wereld van seks, Marokko en wat niet mag, je weet wel.’
'Nou, bel me maar weer op als de Chinese Welle is afgelopen, want ik zal het volgende half jaar wel weer bezig zijn met de Chinese vrouw in Nederland en de rest van Europa. Er is in dat China van alles aan de hand. Eerst deugde het niet, en nu deugt het nog niet. Maar de kunst en de literatuur bloeien als duizend bloemen in onze uitgeverijen.’
'Leuk dat je dat zegt; ik heb ook nog een leuke Chinese voor je… Schrijft gedichten, heel mooi. Is dat niets voor jou?’
Allochtone schrijvers doen er het beste aan om allochtone schrijvers te bestrijden.