Amerika ontwricht Irak

Uithollen in vermomming

De straten van Bagdad zijn een moeras van misdaad en vuilnis. Beschadigde lokale zaken gaan failliet, omdat ze niet kunnen concurreren met goedkope import. De werkloosheid rijst de pan uit en duizenden ontslagen overheidswerknemers demonstreren.

Met andere woorden, Irak ziet eruit als elk land dat in noodtempo «structurele aanpassingen» heeft doorgemaakt zoals voorgeschreven door Washington, van Ruslands beruchte «shocktherapie» begin jaren negentig tot de rampzalige «operatie zonder cosmetische afwerking» van Argentinië een paar jaar later. Zij het dat in vergelijking met de zogenaamde reconstructie van Irak die ontwrichtende hervormingen meer op een behandeling in een kuuroord leken.

Paul Bremer, de door Amerika aangewezen gouverneur van Irak, heeft in drie weken al enige mislukkingen laten zien in de afdeling democratie, doordat hij een streep haalde door plannen om de Irakezen hun eigen interim-regering te laten kiezen ten gunste van zijn eigen zelfgeselecteerde team van adviseurs. Maar Bremer heeft bewezen dat hij een zekere gave bezit als het gaat om het uitrollen van de rode loper voor Amerikaanse multinationals. Geen wonder dat George Bush zo blij leek toen hij Bremer ontmoette in Qatar.

Twee weken lang heeft Bremer lopen inhakken op de publieke sector van Irak. Op 15 mei verbande hij zo’n dertigduizend senior officials van de Baath-partij uit banen bij de overheid. Een week later ontbond hij het leger en het ministerie van Informatie, zodat vierhonderdduizend Irakezen werkloos werden zonder pensioen of omscholingsprogramma.

Natuurlijk zou het een mensenrechtenramp zijn als Saddam Hoesseins beulen en propagandisten de macht zouden houden in Irak. «De-Baathificatie», zoals het verwijderen van partijofficials is gaan heten, kan wel eens de enige manier zijn om een terugkeer van Saddams crew te voorkomen — en vast te houden aan het enige echte voordeel dat uit Bush’ illegale oorlog zou kunnen voortkomen.

Maar Bremer ging veel verder dan het afzetten van machtige Baath-loyalisten: hij vervolgde met een grootschalige aanval op de staat zelf. Artsen die zich als kind aansloten bij de partij en Hoessein niet liefhebben, staat ontslag te wachten, terwijl lage ambtenaren zonder banden met de partij en masse op straat zijn gezet.

Nu de regering-Bush steeds opener wordt over haar plannen de staatsbedrijven en delen van de overheid van Irak te privatiseren, krijgt de de-Baathificatie van Bremer nieuwe betekenis. Probeert hij alleen maar om van leden van de Baath-partij af te komen, of probeert hij ook de publieke sector als geheel in te krimpen zodat ziekenhuizen, scholen en zelfs het leger worden klaargemaakt voor privatisering door Amerikaanse bedrijven? Net zoals wederopbouw de dekmantel is voor privatisering, lijkt de-Baathificatie erg veel op uithollen in vermomming.

Vergelijkbare vragen worden opgeroepen door de actie van Bremer tegen Iraakse bedrijven. Hij wachtte niet eens tot het licht weer aanging in Bagdad, of de dinar stabiliseerde alvorens te verklaren, op 26 mei, dat Irak «open for business» was. Belastingvrije import-tv’s en verpakt voedsel stroomden over de grens en deden vele Iraakse bedrijven failliet gaan, niet in staat te concurreren. Dat is hoe Irak zich aansloot bij de mondiale «vrije markt»-economie: in het donker.

Paul Bremer is, volgens Bush, «een can-do-type». Dat is hij zeker. In nog geen maand heeft hij grote delen van de overheidsactiviteiten klaargemaakt voor overname door privé-ondernemingen, de Iraakse markt voorbereid voor buitenlandse importeurs, en verzekerd dat er geen onaangename inmenging van de Iraakse overheid zal zijn — in feite heeft hij ervoor gezorgd dat er in het geheel geen Iraakse overheid zal zijn in die cruciale periode wanneer zoveel essentiële beslissingen zullen worden genomen. Bremer is het eenmans-IMF van Irak.

Net als zo veel mannen in de Bush-buitenlandpolitiek ziet Bremer oorlog als een uitgelezen kans om zaken te doen. Op 11 oktober 2001, een maand na de terroristische aanslagen in New York en Washington, lanceerde Bremer — ooit Ronald Reagans ambassadeur-op-grote-schaal voor contraterrorisme — een bedrijf, opgezet om munt te slaan uit de nieuwe atmosfeer van angst die heerst in Amerikaanse directiekamers. Crisis Consulting Practice, een divisie van verzekeringsgigant Marsh & McLennan Companies (MMC), is gespecialiseerd in het helpen van multinationals om «geïntegreerde en veelomvattende crisisoplossingen» te bedenken voor zaken van terroristische aanslagen tot boekhoudfraude. En dankzij een strategische alliantie met Versar Inc, een analist van chemische en biologische wapens, worden klanten van de twee bedrijven getrakteerd op «totale dienstverlening op het gebied van contraterrorisme».

Om dergelijke dure bescherming te verkopen aan Amerikaanse bedrijven moest Bremer dezelfde verbanden leggen tussen terrorisme en de verzwakkende mondiale economie, die activisten, als zij ze gebruiken, het stempel krankzinnig oplevert. In een beleids nota uit november 2001 met de titel New Risks in International Business legt hij uit dat vrije handel «het ontslaan van werknemers vereist. En het openen van markten voor buitenlandse handel legt enorme druk op traditionele detailhandelaren en handelsmonopolies.» Dat leidt tot «groeiende inkomensverschillen en sociale spanningen», die weer kunnen leiden tot een scala van aanvallen op Amerikaanse bedrijven.

Hij had daarmee de reactie kunnen beschrijven die zijn eigen beleid losmaakt in Irak. Maar types als Bremer weten hoe ze van twee walletjes moeten eten. Als een hacker die websites van bedrijven verminkt en zichzelf vervolgens verkoopt als specialist in netwerkbeveiliging zou Bremer heel goed binnen een paar maanden terrorismeverzekeringen kunnen verkopen aan dezelfde bedrijven die hij verwelkomde in Irak.

Waarom niet? Zoals Bremer zijn klanten bij Marsh voorhield kan globalisering «directe negatieve consequenties hebben voor velen» maar ook leiden naar «de creatie van ongekende rijkdom».

Voor Bremer en zijn trawanten is dat gebeurd. Op 15 mei, enkele dagen nadat hij in Irak aankwam, meldde zijn voormalige baas bij MMC dat 2002 «een geweldig jaar voor Marsh was — de omzet was met 31 procent gestegen (…) Naar de expertise van Marsh in het analyseren van risico en het helpen van cliënten om risicomanagementprogramma’s te ontwikkelen, is enorme vraag (…) Onze vooruitzichten zijn beter dan ooit.»

Veel mensen zeggen dat Paul Bremer geen expert is in Iraakse politiek. Maar daar ging het ook nooit om. Hij is expert in het profiteren van de war on terror, en in het helpen van Amerikaanse multinationals geld te verdienen in verre landen waar ze net zo min populair als welkom zijn. Kortom, hij is the perfect man for the job.

© The Nation

Vertaling: Rob van Erkelens