Uitkleding van de wetgeving leidde tot vuurwerkramp

Ex-rijksambtenaar luidt de noodklok: “De overheid wist het, maar greep niet in”
Uitkleding van de wetgeving leidde tot vuurwerkramp

De vuurwerkramp in Enschede in 2000 is het directe gevolg van een gapend gat in de wetgeving, dat willens en wetens door de overheid is gecreëerd. Handelaren hadden hierdoor vrij spel, handhaving was onmogelijk. Dit blijkt uit een reconstructie van de jaren voorafgaand aan de ramp gebaseerd op verklaringen en documenten van een voormalige rijksambtenaar, deze week in weekblad De Groene Amsterdammer.

De ambtenaar werd nooit door de commissie Oosting, die de ramp onderzocht, gehoord. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat de overheid slechts faalde in het toezicht op SE Fireworks. In werkelijkheid kwamen in de jaren voorafgaand aan de ramp een aantal voor de veiligheid cruciale bepalingen te vervallen. De branche kon daarna ongestraft illegaal Chinees vuurwerk in Nederland vervoeren, opslaan en verhandelen - zo ook SE Fireworks in Enschede.

De gebreken in de regelgeving waren het resultaat van een ambtelijk steekspel tussen Verkeer en Waterstaat en VROM dat eind jaren tachtig begon. Het milieudepartement weigerde het dossier ‘professioneel vuurwerk’ over te nemen. Beide ministeries kenden de risico’s die uit de ondeugdelijke wetgeving voortkwamen, blijkt uit de toelichting op wetgeving die vijf maanden voor de ramp werd gepubliceerd in de Staatscourant.

De rijksambtenaar was als specialist op het gebied van (ontploffings)gevaarlijke stoffen indertijd betrokken bij de regelgeving voor professioneel vuurwerk. In 2004 keerde hij ‘Den Haag’ de rug toe uit gewetensnood.

Hoewel na de vuurwerkramp de wet werd aangepast, is het “gevaar voor nieuwe rampen met andere gevaarlijke stoffen anno 2012 onverminderd groot”, aldus de ambtenaar, die als klokkenluider anoniem wil blijven.

Het onderzoek werd uitgevoerd door journalist Simon Vuyk.


Het artikel over de Vuurwerkramp verschijnt op donderdag 26 januari in De Groene Amsterdammer.