Uitlegcircus

Gaan de Europese verkiezingen eigenlijk wel over Europa? Jazeker, maar de uitslagen zullen vooral worden vertaald naar de landelijke politiek.

KORT NADAT donderdag om negen uur ’s avonds in heel Nederland de stembureaus hun deuren hebben gesloten, kan na binnenkomst van de eerste exit polls in het Atrium van het Haagse stadhuis het grote uitlegcircus beginnen. De NOS verzorgt daar de uitslagenavond en alle politieke partijen zijn er aanwezig.
VVD-partijleider Mark Rutte nam afgelopen zondag in het tv-programma Buitenhof vast een voorschotje op dat uitlegcircus. Nee, hij zal niet aftreden als de VVD slecht scoort bij de Europese verkiezingen. In zo’n antwoord liggen meer of minder verborgen andere antwoorden besloten. De belangrijkste is dat de uitslag zal worden vertaald naar de landelijke politiek en daarbinnen de erkenning dat hij onder vuur ligt. Niet vanwege Europa dus, maar vanwege zijn gestuntel als partijleider.
Eerst was er in maart de opmerking over het financieringstekort dat van Rutte ook in deze economisch slechte tijden keurig binnen de lijntjes moest blijven, met als gevolg dat er van de VVD gigantisch bezuinigd zou moeten worden. Rutte bleek dat vervolgens zelf eigenlijk ook niet haalbaar te vinden. Ach ja, je zegt wel eens wat in het parlement.
Vorige week ging het fout met de vrijheid van meningsuiting die Rutte zo vrij leek te willen maken dat ook het ontkennen van de Holocaust moet kunnen. De nuance dat dit een probleem is wanneer het bewust wordt geventileerd om er haat mee te zaaien, de kiem voor geweld, kwam pas later. Wederom leek hij ondoordacht te hebben gehandeld.
CDA-partijleider Jan Peter Balkenende en PVDA-partijleider Wouter Bos zullen donderdag bij een slechte uitslag zeggen dat het geen referendum was over het kabinetsbeleid of betogen dat het hier om Europa ging en niet over hun populariteit als partijleider. Voor Rutte is dat laatste moeilijker juist omdat zijn optreden al gemor oproept bij de achterban. De partij vraagt zich al een tijdje af hoe dit de komende twee jaar moet, met eerst in maart komend jaar de gemeenteraadsverkiezingen en vervolgens in 2011 landelijke verkiezingen. Er zijn heel wat mensen voor hun banen en hun liberale idealen afhankelijk van zijn opereren. Rutte kan dus zelf wel zeggen dat hij niet aftreedt, de vraag is eerder hoeveel tijd zijn partijleden hem nog gunnen om zijn partijleidersleven te beteren.
Ook de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders zal in het uitlegcircus een grote rol spelen. Daarbij zal ook de uitslag voor de PVV landelijk worden vertaald. Een goed resultaat zal Wilders niet alleen uitleggen als een nee tegen Europa, maar ook als een nee tegen ‘de Haagse kliek’, een nee tegen het huidige asiel- en immigratiebeleid en een beaming door de kiezer dat ‘de Nederlandse elite’ zich laat ‘verkrachten’ door de islam en daar nog begrip voor heeft ook, zoals hij vorige week in de Kamer betoogde.
De mate waarin de kiezer donderdag de moeite neemt zijn stem te laten horen, zal bij dit alles een grote rol spelen. Valt het voor de PVV tegen, dan zal Wilders zeggen dat zijn achterban in groten getale thuis is gebleven, wat overigens heel goed mogelijk is. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat de kiezer met een – wat inmiddels heet – traditionelere keuze zich verplicht voelt een dam op te werpen tegen de PVV en juist daarom naar het stemlokaal gaat. Waardoor de uitslag twee keer scheef trekt.
Vandaar dat de hoop op regen op de verkiezingsdag weer groot was: dat is in het voordeel van de partijen met trouwe achterbannen. Waarmee direct gezegd is dat de PVV niet alleen een nieuwe partij is en dus daarom al geen trouwe achterban kan hebben, maar eveneens dat haar potentiële kiezers wispelturig zijn en meer gecharmeerd van het overal tegen zijn dan dat ze ergens vóór zouden zijn.
Gaat het dan ook nog over Europa donderdag? Ja. Een goed resultaat voor niet alleen de PVV, maar ook de SP zal worden uitgelegd als een nee tegen de zich uitbreidende macht van Europa, als een tweede referendum over de gewijzigde grondwet. Andersom kunnen goede resultaten voor met name GroenLinks en D66 worden gezien als de erkenning door de kiezer dat de klimaatcrisis, de voedselcrisis, de economische crisis, veiligheid en immigratiestromen grensoverschrijdende vraagstukken zijn die niet meer door natiestaten in hun eentje zijn op te lossen.
Want dat was het bijzondere van deze verkiezingscampagne. Zij die zich ervoor interesseerden en naar een van de werkelijk honderden bijeenkomsten gingen of niet wegzapten van verkiezingsdebatten op de televisie kregen meer dan ooit het ‘nieuwe’ belang van Europa voorgeschoteld. Enigszins gechargeerd gezegd: niet meer het Europa dat bezig is een herhaling van de vorige oorlog te voorkomen, maar een Europa dat zijn rol zoekt bij de aanpak van de wereldproblemen van nu.
Loffelijk was dat de landelijke kopstukken daarbij hun kandidaten niet voor de voeten liepen, zoals president Nicolas Sarkozy in Frankrijk en bondskanselier Angela Merkel in Duitsland met het oog op hun eigen belangen welhaast schaamteloos wel hebben gedaan. Maar in Nederland leek het daardoor net alsof Den Haag en Brussel niks met elkaar te maken hebben, alsof het twee gescheiden werelden zijn.
De verklaring daarvoor is dan dat de Nederlandse kopstukken juist willen voorkomen dat de Europese verkiezingen een referendum worden over de Haagse politiek. Maar standpunten in de Tweede Kamer en in Brussel zijn met elkaar verweven, besluiten uit Brussel hebben invloed op het werk in Den Haag. Dus zeggen Europese verkiezingen uiteraard ook iets over hoe een partij zich in Den Haag opstelt, kijk bijvoorbeeld naar de verkoop van energiebedrijven. Juist door veel meer samen op te trekken, als Haagse en Brusselse politici, kun je dat laten zien: dat het ook in Europa over Nederland gaat en straks bij de landelijke verkiezingen dus ook over Europa.