Uitpuilend van ideeën

Ambush van Dull Schicksal, AMF Musik (AMF 1057), Reinhold Knieps Verlag, (tel/fax 49 241 875 985)
Over één ding kan geen misverstand bestaan: de constante factor in de Rotterdamse band Dull Schicksal is gitarist/zanger Lukas Simonis. Een glasheldere tabel, opgenomen in het boekje bij de nieuwe cd Ambush, toont hoe na de oprichting van Dull Schicksal in 1984 alleen Ronnie Krepel het tot 1990 wist vol te houden.

Nog zo'n doorzetter in de historie van de groep was trompettist Frans Friedrich, die zes jaar lang zijn partij meeblies. De huidige tweede man is bassist Colin McClure. De onbetwiste koploper is echter Simonis, die al meer dan twaalf jaar de richting van Dull bepaalt.
Is het wel en wee van de groep met een eenvoudige grafiek in kaart te brengen, veel moeilijker is het om een vinger achter de muziek zelf te krijgen. Het is een ongrijpbaar ratjetoe van stijlen en genres dat Dull door elkaar gooit. De muziek heeft een hoog camp-gehalte, zoals ook blijkt uit de popperige cd-hoes, waarop een allerschattigst boerentafereeltje staat afgebeeld. De omlijstende versieringen zouden zo uit een ouderwets poesie-album afkomstig kunnen zijn.
De muziek is een optelsom van breukeriaanse hoempapa, half gezongen spreekkoortjes, naoorlogse science-fictionmuziek, Lou-Reed-achtige songs inclusief rauwe gitaarsolo’s, de kitscherige klanken van een surfgitaar, vervormde stemmen als van een tape die te langzaam wordt afgespeeld en een hoop geouwehoer en geschreeuw zoals dat op rapplaten gebeurt. Dit alles binnen de context van een groep improviserende musici die er met veel vaart en energie op los spelen.
De teksten zijn veelal vervreemdend of absurd van karakter. Of sinister, zoals in het nummer ‘Snuff’: 'There’s no choice but see yourself die and like it. It’s unbridled fun it’s inevitable happiness.’
De muzikale en tekstuele ingrediënten worden met grote behendigheid en virtuositeit in elkaar gestoken. Grillige wendingen, abrupte overgangen en voortdurend veranderende ritmische patronen zijn kenmerken van een tot het uiterste doorgevoerde montagetechniek. Niet zelden worden in één nummer vijf of zes totaal verschillende muzikale stijlen met elkaar versneden.
Strak en trefzeker. Het samenspel van de musici wekt daarom zonder meer bewondering. Ondanks de permanente verandering en de vlijmscherpe cuts klinkt er geen enkele aarzeling.
De keerzijde van de medaille is dat de luisteraar geen moment rust wordt gegund. Ook al is de energie van de nummers aanstekelijk en straalt de cd een fantasierijke en vrolijke anarchie uit, de onafgebroken tegendraadsheid en hoekigheid gaan op den duur ook een beetje irriteren. Met name het gebrek aan ritmische continuïteit - eenzelfde ritmische patroon wordt maximaal vier maten volgehouden - werkt een al te grote kortademigheid in de hand.
Het in de inhoudsopgave geleverde luisteradvies om de drie delen van de cd - 'Ambush’, 'Humanistische wellust’ en 'Dirk’ - afzonderlijk te beluisteren is alleen al om die reden serieus te nemen. Nog beter is het wellicht om elk nummer apart te draaen. Want zelden kom je muziek tegen die zo volgestouwd is en uitpuilt van ideeën, commentaren en details, die tegelijkertijd serieus, ironisch, kritisch en absurd zijn.