Uitruilen

Net als acht jaar geleden in Nederland gebeurde, kwam ook de onverwachte coalitie in Oostenrijk tot stand door een potje kwartetten met standpunten. Is dit de oplossing voor de verlammende impasses van Europese kabinetten?

Zouden ze in Oostenrijk bij de recente kabinetsformatie ook hebben zitten kwartetten, net als in Den Haag destijds bij de kabinetsformatie van 2012? Die gedachte kwam op toen bleek dat de Oostenrijkse wonder boy van de conservatieve övp, Sebastian Kurz, een kabinet heeft weten te vormen met de Groenen. Voorwaar een politieke combinatie die zich niet had laten bedenken. Totdat de voorman van de vorige coalitiepartner van Kurz, de radicaal-rechtse fpö-leider Heinz Christian Strache, gevoelig bleek voor vrouwelijk schoon en omkoping, en moest aftreden.

De verwachtingen voor dit Oostenrijkse experiment zijn hooggespannen. Misschien is het een voorbeeld voor andere Europese landen, werd er haast juichend geschreven. Wie weet kan deze niet eerder vertoonde samenwerking tussen twee zeer verschillende partijen ervoor zorgen dat ook elders kabinetten uit een verlammende impasse komen, een impasse die ertoe leidt dat op het terrein van migratie en klimaatverandering onvoldoende beleid wordt gemaakt. Onvoldoende althans in de ogen van telkens een deel van de bevolking en politieke partijen.

Wat de nieuwe Oostenrijkse coalitiepartners, voormalige tegenpolen, bij de kabinetsformatie hebben gedaan, is uitruilen. De Groenen zijn akkoord gegaan met een strengere aanpak van migratie en integratie. Andersom moet de conservatieve övp de klimaatmaatregelen van de Groenen accepteren. Voor beide partijen en hun kiezers zijn dat zware pillen.

Acht jaar geleden deden vvd en pvda na de toenmalige verkiezingen ook aan uitruilen. Kwartetten werd dat genoemd. Het was nieuw. En de kritiek was destijds niet van de lucht.

In een uitgave van het Montesquieu Instituut met de titel Het nieuwe formeren schreef Aalt Willem Heringa, hoogleraar vergelijkend constitutioneel recht in Maastricht, dat bij uitruilen ‘het minderheidsstandpunt plotsklaps door een meerderheid omarmd kan worden en daarmee mogelijk minder geloofwaardig kan zijn’. Hij vergeleek het met wat Nederland was gewend bij kabinetsformaties, het sluiten van compromissen: ‘We hebben het ene extreme, kronkelige compromissen, ingeruild voor kwartetten…’

Ook voormalig vice-voorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, uitte in deze essaybundel zijn zorgen. Volgens hem zouden de door het kwartetten gemaakte afspraken extra kwetsbaar kunnen zijn. ‘Niet alleen ontbreekt de zekerheid van politieke steun, ook het maatschappelijk draagvlak is verwaarloosd.’ Op het sluiten van compromissen komt echter juist vaak de kritiek dat een kabinet met maatregelen komt die door geen van de coalitiepartners precies zo gewild zijn. Afspraken die vlees noch vis zouden zijn.

In Nederland hield het uitruilkabinet het de hele rit vol

Maar ook aan uitruilen kleven bezwaren. Zo had de pvdahet zwaar met de concessie aan de vvd om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Het interne verzet in de pvda was zo groot dat de twee coalitiepartners tijdens de rit een nieuwe uitruil deden. De strafbaarstelling ging van tafel, in ruil daarvoor kreeg de vvd een verhoging van de arbeidskorting.

Deze praktijkervaring in Nederland roept de vraag op hoe het de Groenen in Oostenrijk zal vergaan, uitgerekend op ditzelfde gevoelige onderwerp: migratie en integratie. Te meer daar deze partij nog nooit heeft geregeerd, dus geen ervaring heeft met medeverantwoordelijk zijn voor maatregelen waar ze kortgeleden nog faliekant tegen was. En haar achterban dit dus ook niet gewend is.

Maar misschien zal blijken dat Nederland zijn tijd eigenlijk vooruit was. Waardoor Oostenrijk al heeft kunnen leren van de ervaringen in Den Haag. Zo lijkt de uitruil in Oostenrijk vooralsnog resoluter: migratie en integratie versus klimaat. Weet u nog waar de uitruil tussen vvd en pvda in 2012 om ging? Waarschijnlijk niet. De pvda kreeg volgens het cpb ook maar 41 procent van haar verkiezingsprogramma in het regeerakkoord, terwijl de vvd maar liefst 77 procent van haar wensen wist binnen te kwartetten.

Wat ook in het voordeel van de Oostenrijkse coalitie kan zijn, is dat de tijd rijp lijkt voor verandering. Dat övp-stemmers langzaam maar zeker inzien dat er wat tegen de klimaatverandering moet worden gedaan. Zodat dit regeerakkoord voor de övp een manier is om die draai te maken. Omgekeerd kan het zijn dat Groenen-stemmers bereid zijn om oog te hebben voor gevolgen van migratie die voor zowel de nieuwkomers als de reeds aanwezige bevolking negatief kunnen zijn. En dat deze coalitie de discussie daarover in de samenleving evenwichtiger maakt.

In Nederland hield het uitruilkabinet het, ondanks de kritiek vooraf, uiteindelijk de hele rit vol. Wel moest de pvda voor haar regeringsdeelname bij de eerstvolgende verkiezingen een zware tol betalen. Maar of dat aan het uitruilen lag? De partij werd in één klap gedegradeerd tot kleine partij, met een fractievoorzitter die niet eens meer in de voorste Kamerbankjes zat. Eenmaal in die oppositiebankjes bleek de pvda spijt te hebben van het sluiten van de sociale werkplaatsen, het snel verhogen van de aow-leeftijd en het leenstelsel. Allemaal onderwerpen waar ze zelf de ministers voor had geleverd. In Oostenrijk vermijden ze die vermenging; Groenen-ministers doen groen, övp-ministers migratie.

Nederland heeft nu een ruim jaar de tijd om te kijken hoe het dit Oostenrijkse uitruilkabinet vergaat voordat ook hier weer parlementsverkiezingen zijn. Nu al juichen over die uitruil is prematuur, zoals ook het somberen over het kwartetten in Nederland destijds voortijdig was. Maar interessant is het Oostenrijkse experiment wel.