Profiel: Hilbrand Nawijn

Uitsmijter met softe trekjes

Kosten noch moeite zijn gespaard om Hilbrand Nawijn de komende twee maanden op de kaart te zetten als de enige echte recht matige opvolger van Pim Fortuyn. Met een budget van een miljoen euro wordt de promotiecampagne rond de Cerberus van de Lage Landen nu al omschreven als de duurste uit de geschiedenis. Tijdens zijn campagne door het land, onder het motto: «Heb lef, stem LPF», zal de demissionaire minister van Vreemdelingenzaken en Integratie onder meer kunnen beschikken over een complete luchtvloot, een rocksterachtige toerbus met internet- en satellietverbinding, alsmede contigenten tot op de tanden gemotiveerde LPF-jongens en -meisjes die geen braderie in het land zullen sparen tijdens hun pr-bombardement. Nawijns beeltenis zal op maar liefst veertienhonderd billboards verspreid over het gehele land zijn te bewonderen, en ook van de beeldbuis zal hij de komende weken niet weg te zappen zijn. Hoe lang nog, zo vraagt politiek Den Haag zich af, voordat de Lijst Pim Fortuyn zich definitief omvormt tot de Lijst Hilbrand Nawijn?

Geflankeerd door zijn running mate Mat Herben en LPF-huisadvocaat Oscar Hammerstein verklaarde Nawijn het electorale jachtseizoen vorige week vrijdag officieel voor geopend. «Het moet afgelopen zijn met de knuffelcultuur», zo hield de nieuwe sterke man de vakpers voor, geheel in overeenstemming met zijn opgebouwde politieke profiel als LPF-minister, in welke functie hij uiteen lopende maatschappelijke misstanden als zwemles voor allochtone vrouwen aan de kaak stelde en korte metten maakte met de Bulgaarse kolonie in de Haagse Schilderswijk.

Het was een apocalyptische toon die Nawijn aansloeg bij de start van zijn campagne. Hij richtte zijn pijlen onder meer op de recente ontdekking van het massale cocaïnegebruik onder de Volendamse jeugd en pleitte voor «heropvoedingskampen» ten behoeve van de Antilliaanse jeugd in de eigen regio, die bovendien langs ferme weg dient te worden geherkoloniseerd. Naast de reeds bestaande inburgeringstoets voor nieuw komers dient er volgens Nawijn nu ook een «integratietoets» te komen, en het hebben van een dubbele nationaliteit moet ten strengste worden verboden. Met dit alles moet het gedesillusioneerde LPF-electoraat weer worden gereanimeerd. Niet voor niets luidt een andere campagneslogan van de LPF op weg naar 22 januari nogal smekerig: «Geef ons een tweede kans».

Hilbrand Nawijn presenteert zichzelf graag als een Macher, alhoewel hij afgelopen week in de Tweede Kamer van alle kanten werd bestookt met kritiek dat achter de façade van al zijn proefballonnen een gapende leegte van bestuurlijke inertie gaapt. Staande achter het spreekgestoelte van de Kamer kreeg Nawijn iets schutterigs en bedremmelds over zich, hetgeen niet erg strookte met zijn zorgvuldig opgebouwde imago van onverzettelijke uitsmijter, maar hem tegelijkertijd voor het eerst ook wel iets aaibaars gaf. Wellicht is het deze verrassende cocktail van enerzijds oer-Hollands conservatisme uit de school van Hendricus Colijn en anderzijds die allercharmantste, onhandige Winnie the Pooh-kant die LPF-godfather Ed Maas uiteindelijk over de streep heeft getrokken en al zijn geld heeft doen zetten op dit politieke renpaard uit Zoetermeer.

Nawijn zei in principe te gaan voor een «doorstart» van het huidige kabinet, waarin hij als «vakminister» verder zou kunnen bouwen aan een vreemdelingenvrijer Holland. Maar als dat er niet in zit, is hij nu ook bereid om plaats te nemen in de oppositiebankjes, een vooruitzicht waarvoor hij eerder nog feestelijk bedankte. Met dit offer onderstreepte Nawijn zijn trouw aan de LPF-zaak. Daaraan werd in het prille verleden in fortuyneske kring nogal eens getwijfeld, nadat gebleken was dat de LPF-minister zijn oude politieke liefde het CDA — waarvoor hij actief was in de gemeenteraad van zijn woonplaats Zoetermeer — nog steeds geen vaarwel had gezegd. Ook bestond Nawijn het eerder dit jaar nog het wetenschappelijk bureau van het CDA een veertig punten tellend rapport op te sturen waarin hij wees op de mogelijkheden voor de christen-democraten om het fenomeen Fortuyn op zijn eigen natuurlijke territorium te verslaan, namelijk dat van het vreemdelingenbeleid, het allesoverheersende thema van de psychedelische verkiezingsstrijd van 2002.

Hilbrand Pier Anne Nawijn, geboren op 8 augustus 1946 te Kampen, lijkt wel eens bezeten van persoonlijke vendettagevoelens jegens het allochtone volksdeel. Tijdens zijn achtjarige carrière ten burele van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) genoot de jurist reeds een schrikwekkende reputatie als poortwachter van Nederland. Zijn naam werd zelfs al genoemd in het pamflet uit 1993 van de terroristenbrigade RaRa, waarmee deze onbekende bommenleggers hun aanslagen op de woning van staatssecretaris van Justitie Aad Kosto en de IND-opsporingsdienst DIA in Den Haag poogden te rechtvaardigen. PvdA’er Kosto was toen de politiek verantwoordelijke voor de harde, «sobere doch humane» lijn die Nawijn versus de illegale vreemdeling had uitgezet. Het bracht de twee mannen in elk geval nader tot elkaar. Toen Nawijn begin dit jaar zijn eigen advocatenbureau Nawijn te Zoetermeer opende, was het de oud-staats secretaris die zorgde voor de feestelijke inwijdingsspeech.

In weerwil van zijn hardvochtige imago is Hilbrand Nawijn zeker geen fulltime xenofoob. Integendeel, hij is juist gek op allochtonen, mits hij ze succesvol kan integreren. «Er zijn allochtonen die heerlijk kunnen koken, prachtige muziek maken, of geweldige atleten zijn», zo liet hij zich al eens ontvallen. Die model-allochtonen zijn bij de demissionaire minister meer dan welkom, zoals hij zich — nog tijdens zijn periode als CDA-gemeenteraadslid — ook al eens ontfermde over een heel specifiek geval van een allochtoon met aanpassingsproblemen, te weten Jorge Zorreguieta, de Argentijnse schoonvader in spe van de kroonprins. Premier Kok had de politiek belaste schoonvader nog maar net opgezadeld met een bordesverbod tijdens het huwelijk van zijn dochter op 2 februari, toen Hilbrand Nawijn in de lokale pers van Zoetermeer de deuren van het Oranje-feest in deze gemeente wijdopen zette voor de verdrukte Argentijn. Als advocaat liet Nawijn zich sowieso van een geheel andere kant zien. Dezelfde mensen die hij eerder als IND-chef nog liet detineren in zijn illegalenbunkers konden nu vrij bij hem aankloppen om gebruik te maken van de specifieke expertise van de voormalige uitsmijter. Het beviel Nawijn enorm. «Ik heb te lang op het departement gezeten», sprak hij schuldbewust. Tijdens een progressief getoonzette conferentie over het vreemdelingenbeleid in Amsterdam verbaasde Nawijn vriend en vijand door opeens heel humaan te bespiegelen over de noden van de illegaal. «Men moet niet jarenlang sollen met mensen die echt niet meer terug kunnen, bijvoorbeeld naar Somalië», zo hield Nawijn zijn publiek toen voor.

Ook toen hij via het ministerschap weer terug was op het oude honk betoonde Nawijn zich zeker niet in alle gevallen de keiharde Terminator waaevoor hij door RaRa werd versleten. Zeker twee uitgeprocedeerde illegalen kregen door speciale voorspraak van de minister toch de felbegeerde verblijfsstatus. Nawijn deed altijd wat mysterieus over deze gevallen waar zijn persoonlijk sentiment het won van de smalle marges van zijn beleidsveld. Opmerkelijk is dat hij één van de gevallen zelfs hardnekkig probeerde te verzwijgen. Wellicht betrof het hier oud-cliënten van de advocaat Nawijn, want loyaliteit staat bij dit nieuwe LPF-kopstuk hoog in het vaandel.

Zelf ziet Nawijn zijn talenten vooral in zijn vermogen om netwerken op te bouwen. Als IND-chef kwam dat netwerken hem nog duur te staan. De Ombudsman en de Algemene Rekenkamer hadden zware kritiek op de nepotistische trekjes van de topambtenaar, die als directeur van de IND sponsorgeld had doorgesluisd naar voetbalclub Door Samenwerking Onoverwinnelijk (DSO), alwaar hij als voorzitter actief was. Het was een van de redenen voor zijn einde als rijksambtenaar bij het ministerie van Justitie. Typerend voor Nawijn is dat hij bij het accountantskantoor KPMG, waar hij aan de slag ging voordat hij zijn heil zocht in de advocatuur, voor enige miljoenen aan opdrachten van hetzelfde ministerie in zijn aktetas meenam. Netjes oogde het allemaal niet, maar het gaf Nawijn wel de juiste nestgeur om succesvol te integreren in het old boys network van de LPF, waartoe hij overigens pas toetrad op de dag dat hij door formateur Balkenende werd gepolst over een ministerschap.

Eenmaal minister liet Hilbrand Nawijn zich weer zien als de unverfroren allochtonenvreter van weleer. Al in 1990 betoonde hij zich een voorstander van het «Deense model», een ultra-streng toelatingsbeleid. Die droom probeerde hij in de korte tijd die hem vooralsnog als minister is gegeven, waar te maken. Zo introduceerde Nawijn eerder deze maand de zogeheten «campus» (let wel, geen «kamp») in Vught, de stad waar in een grijs verleden joodse illegalen werden ingesloten in afwachting van transport naar hun kampen. Aldaar worden minderjarige illegalen onder een streng regime nu klaargestoomd voor uitzending naar hun thuisland. Het leren van de Nederlandse taal is in dit kampement een doodzonde. Alles is juist gericht op de dag van het vertrek, geheel in overeenstemming met de methode-Nawijn. In een brief aan de Tweede Kamer ontvouwde hij de achterliggende filosofie van deze ijver. Bij ongewijzigd beleid, zo hield Nawijn het parlement in een doemscenario voor, zal Nederland straks vergeven zijn van no go-areas, waar moslimfundamentalisme, terrorisme en georganiseerd gangsterdom hand in hand zullen gaan ten koste van het Nederlandse volk.

De ijver van Nawijn viel niet altijd in goede aarde bij zijn chef Balkenende. De laatste moest hard aan de noodrem trekken toen Nawijn voorstelde allochtonen die hun vrouw slaan onverwijld de grens over te zetten, alsmede Nederlanders met een Marokkaanse afkomst die in aanraking komen met justitie hun nationaliteit af te pakken en toe te vertrouwen aan de zorg van de jonge Marokkaanse koning. Dat alles rijmde echter niet met internationale juridische gedragscodes als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, zo realiseerde de jonge premier zich, en dus moest hij zijn minister op venijnige wijze corrigeren. Nawijn werd zelfs verboden nog langer zogeheten proefballonnen op te laten. Even zag het ernaar uit dat ook Hilbrand Nawijn terecht zou komen in de bak met politiek onbemiddelbare ministers van de LPF. Het was met name aan de flamboyante onverzettelijkheid van zijn collega-minister Herman Heinsbroek — de eerste kandidaat voor de overname van de LPF-erfenis — te danken dat Nawijn toch nog een kans kreeg om zich op te werpen als de nieuwe charismatische volks leider in de geest van Pim.

De komende weken zullen voor deze ambitie van cruciaal belang zijn. Geheel in de geest van zijn Grote Voorganger heeft Nawijn nu beloofd om medio december zijn programma uiteen te zetten in een boek, waarvan de werktitel al in de wandelgangen van het Binnenhof wordt rondgefluisterd: «Mijn campus».

Het is nog te vroeg om te kunnen voorspellen of Nawijn erin zal slagen de LPF te behoeden voor de finale val naar de vergetelheid. Voorlopig geven de premature enquêtes hem niet meer dan zes zetels, zeker niet genoeg voor een doorstart als vakminister. In dat geval liggen er voor deze hyperambitieuze carrièreman vier treurige jaren te wachten in de kamerbankjes. Hij zal zich het leven anders hebben voorgesteld. Zijn campagne zal desondanks niet voor niets zijn geweest. De plaatsing van zijn kingsize foto op veertienhonderd billboards zal ongetwijfeld bijdragen aan de inperking van de instroom van vreemdelingen naar ons land.