De tragische familie Mann

Uitstekende partij voor Thomas

In Duitsland zijn twee biografieën verschenen over Katia Mann, de vrouw van Thomas Mann. Nieuwe feiten uit een begaafde maar tragische familie.

Het was een bijzonder begaafde familie, maar ook een familie met een eigen tragiek. Thomas Mann vormde het middelpunt, maar rond deze literaire grootheid bewogen zich nog andere talentvolle mensen: zijn oudere broer Heinrich, zijn beide oudste kinderen Erika en Klaus. Ook zij hadden succes, maar ze kwamen allen vroeg of laat in zijn schaduw te staan. En ze waren, op de een of andere manier, niet opgewassen tegen het leven. Klaus Mann, net als zijn vader schrijver, raakte verslaafd aan drugs en alcohol en pleegde in 1949 zelfmoord. Verslaafd was ook Erika, tussen 1945 en 1955 steun en toeverlaat van haar vader, maar tegelijkertijd ook een last vanwege haar depressies, wantrouwen en verbittering. Heinrich Mann stierf, verarmd en vereenzaamd, in 1950 in Amerika, waar deze Duitse familie toevlucht had gezocht voor de nazi’s.

Dat Thomas Mann ook onder soms moeilijke omstandigheden aan zijn imposante literaire oeuvre kon werken, had hij te danken aan zijn vrouw. Katia Mann stimuleerde hem, droeg soms ideeën aan, waakte over zijn gezondheid en zorgde ervoor dat hij niet werd lastig gevallen met zaken die de voortgang van het literaire werk zouden kunnen belemmeren. Voor de middag mocht de Zauberer, zoals de oudste kinderen hun vader noemden, absoluut niet gestoord worden. Dan schreef hij.

In 1974 verscheen van Katia Mann — overleden in 1980, ze overleefde haar man 25 jaar — Meine ungeschriebenen Memoiren; een lang interview, want zelf schrijven wilde ze niet. Sinds kort weten we nog wat meer over haar, want in Duitsland zijn twee biografieën verschenen: Frau Thomas Mann: Das Leben der Katharina Pringsheim door Inge en Walter Jens, en Katia Mann: Die Frau des Zauberers van Kirsten Jüngling en Brigitte Rossbeck. Het eerstgenoemde boek is het meest interessante, want gebaseerd op honderden nog niet eerder gepubliceerde brieven en documenten, waaronder notities van Katia Manns moeder, Hedwig Pringsheim.

Uit de biografieën blijkt dat Thomas Mann bewust heeft gekozen voor een huwelijk met Katia Pringsheim. Hij wilde geen bohémien blijven, zich niet overgeven aan de mannenliefde. «Huwelijk, orde, betrouwbaarheid, waardigheid», zo schrijven Inge en Walter Jens, werden de vaste elementen in zijn leven. Het waren de elementen van een goed burgerlijk bestaan.

Waarom Katia Pringsheim? Daarop geven de biografen geen direct antwoord. Wel wordt duidelijk dat Katia Pringsheim een uitstekende partij was. In haar familie kwamen Besitz en Bildung, de twee kenmerken van de Duitse burgerij, samen. De liberale ouders hadden vijf kinderen, Katia en tweelingbroer Klaus waren de jongsten. Het in München welbekende gezin bewoonde een groot, statig herenhuis aan de Arcissstrasse, waar regelmatig kunstschilders en musici te gast waren. Vader Alfred Pringsheim was hoogleraar wiskunde en groot liefhebber van de muziek van Richard Wagner. En hij was, dankzij het vermogen van zijn vader, rijk.

Thomas Mann schreef Katia in 1904 «zeer hartstochtelijke» liefdesbrieven, maar ze aarzelde. Ze was intelligenter dan de jonge schrijver die inmiddels al wel naam had gemaakt met de familieroman Buddenbrooks, maar in Lübeck niet het gymnasium had afgemaakt. Katia daarentegen had in 1901 als een van de eerste meisjes in München eindexamen gedaan en was vervolgens natuurwetenschappen gaan studeren. Dit mede op aanraden van haar grootmoeder, Hedwig Dohm, een van de eerste Duitse feministes. Haar aangename studentenleven wilde ze eigenlijk niet opgeven. Waarom ze zich eind 1904 dan toch verloofde met Thomas Mann? Zelf heeft ze ooit aangegeven dat ze een gezin prefereerde boven een wetenschappelijke loopbaan.

Dat een van de biografieën de titel Frau Thomas Mann draagt, is geen toeval. Ze noemde zichzelf zo. Haar status en identiteit ontleende ze aan die van haar man; zijn aanzien en roem als schrijver beschermen en vergroten was, naast zorg voor het gezin, haar levensinhoud. Ze had een eigen mening, maar liet die niet prevaleren. Ze schreef eens in een brief: «U weet dat ik niet over alles zo denk als Tommy, maar ik streef er steeds naar zijn standpunt te respecteren.»

«Katia Pringsheim nam haar man zoals hij was — zonder enig voorbehoud», schrijven Inge en Walter Jens als ze het hebben over de homo-erotische neigingen van Thomas Mann, waarover deze in zijn dagboeken heeft geschreven. «Ze kende zijn moeilijkheden bij het zoeken naar een precair evenwicht, en die wetenschap beschermde haar tegen gevoelens van vernedering, wrok of zelfs jaloezie.»

Katia Mann had in alle opzichten begrip voor haar man, bewonderde hem, en dat gaf haar de ruimte waar nodig invloed uit te oefenen en te bemiddelen; tussen vader en kinderen, maar ook tussen de twee broers, Heinrich en Thomas Mann, beiden auteur en toch zo verschillend. Hun twist gedurende de jaren van de Eerste Wereldoorlog en ook nog daarna behoort tot de Duitse literatuur geschiedenis. Heinrich Mann bewonderde het «vrijheidslievende Frankrijk» en grote Franse auteurs als Choderlos de Laclos, van wie hij Liaisons dangereuses vertaalde, Victor Hugo, Stendhal en vooral Emile Zola. Over Zola, zijn grote voorbeeld, schreef hij in 1915 een essay, waarin Thomas Mann een persoonlijke aanval zag.

Hun standpunten lagen in die tijd ver uit elkaar. Heinrich Mann was tegen de in 1914 uitgebroken oorlog, verwierp het autoritaire wilhelminische keizerrijk (schreef daarover zijn roman Der Untertan), en was voorstander van een democratische republiek. Een schrijver, zo vond hij, moest net als Emile Zola strijden voor waarheid en rechtvaardigheid, en zo voor een menselijker samenleving. Het mag hem niet louter om schone kunst gaan.

Thomas Mann, zoals veel Duitsers in 1914 conservatief en nationalistisch, schreef gedurende de Eerste Wereldoorlog zijn Betrachtungen eines Unpolitischen en dit lijvige boek, zo vond Katia Mann, was een «hartstochtelijke polemiek tegen zijn broer». Hij noemde hem een Zivilisationsliterat, waarbij Zivilisation stond voor politiek, democratie, maatschappij en geëngageerde literatuur, kortom voor Frankrijk. Duitsland daarentegen was het land van de cultuur, van de ziel, de kunst en de muziek. Zivilisation en Kultur konden niet met elkaar worden verzoend. Want «democratie en politiek zijn wezensvreemd aan het Duitse volk».

Tegelijkertijd besefte hij dat de democratische republiek niet viel tegen te houden en die kwam er dan ook eind 1918. Hij schaarde zich in 1922 achter de Republiek van Weimar en dit maakte een verzoening met zijn broer mogelijk. Katia Mann moest echter eerst het terrein verkennen.

Het is niet verwonderlijk dat Heinrich Manns beste vriend een Fransman was. Félix Bertaux was germanist, leraar en hij schreef over Duitse literatuur in het tijdschrift La Nouvelle Revue Française, onder meer over Heinrich Mann. Deze stuurde Bertaux in 1922 een brief waarin staat: «Reeds lange tijd ben ik ervan overtuigd dat, zowel intellectueel als materieel, de landen van Europa, maar vooral Frankrijk en Duitsland, moeten streven naar toenadering en verzoening, anders zal ons werelddeel niet kunnen overleven.» Deze overtuiging kwam overeen met die van Bertaux en andere Franse intellectuelen die jaarlijks bijeenkwamen in het dorp Pontigny. In 1923 nam Heinrich Mann deel aan hun discussies en leerde toen ook Bertaux kennen. Hieruit groeide een lange, hechte vriendschap, waarvan enkele honderden brieven getuigenis afleggen.

Deze briefwisseling, die begon in 1922 en eindigde met de dood van Bertaux in 1948 en alleen werd onderbroken gedurende de oorlogsjaren, is onlangs in Duitsland gepubliceerd. Alle bewaard gebleven brieven en ansichtkaarten, in totaal 256, staan in het boek. Van Heinrich Mann zijn 217 brieven en kaarten, van Bertaux slechts 39. Als gevolg van zijn vlucht in 1933 uit Duitsland en zijn vele omzwervingen heeft Heinrich Mann de brieven van zijn vriend niet kunnen bewaren, ofschoon onlangs nog in Praag brieven werden gevonden.

Opvallend is het optimisme van Heinrich Mann. Toen hij in 1922/1923 schreef en sprak over Frans-Duitse verzoening als het begin van een proces van Europese eenwording, was de realiteit een geheel andere. De Eerste Wereldoorlog had diepe wonden geslagen en van enige toenadering tussen beide landen was absoluut geen sprake; integendeel, in 1923 bezetten Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied, omdat Duitsland bij de opgelegde herstelbetalingen in gebreke was gebleven. Wat de schrijver nastreefde, was toen nog een utopie die hij echter zijn leven lang bleef koesteren.

De idealist Heinrich Mann geloofde dat literatuur de macht bezit de mensheid op te voeden. In 1924 schreef hij aan Bertaux over zijn streven in Duitsland de sociale roman te introduceren. «We hebben er geen, zoals u ziet; maar gelooft u dat democratie zich kan ontwikkelen zonder de beschrijving van de samenleving?»

In de brieven komen de politieke activiteiten van Heinrich Mann aan de orde na zijn vlucht naar Frankrijk. Hij schreef artikelen over nazi-Duitsland en zette zich in voor de vorming van een Duits volksfront tegen het nationaal-socialisme. Maar in Frankrijk begon hij ook te schrijven aan zijn grote, tweedelige roman over de Franse koning Henri IV, de «beste van alle koningen». In de jaren dertig, de jaren van groeiend fanatisme, straatterreur, oorlog en oorlogsdreiging, schreef Heinrich Mann over de koning die in de zestiende eeuw in Frankrijk een einde maakte aan de godsdienstoorlogen, het land verenigde en in het edict van Nantes gewetensvrijheid afkondigde.

Hij hing erg aan deze roman die in feite ging over zijn ideaal van tolerantie en menselijkheid. In augustus 1935 verscheen het eerste deel bij Querido in Amsterdam. Hij schreef toen aan Bertaux: «Het boek is niet alleen dik, ik heb er ook veel van mezelf ingelegd. Soms vrees ik dat mijn krachten het zullen begeven, voordat ik het heb voltooid.» Dat was niet het geval, drie jaar later verscheen het tweede deel.

De briefwisseling laat zien dat naarmate de oorlogsdreiging groter wordt, Bertaux moedelozer wordt. Zo niet Heinrich Mann. In maart 1939 verscheen een laatste bundel met essays onder de titel Moed.

Pas in Amerika, waarheen Heinrich Mann in het najaar van 1940 vluchtte, voelde hij zich werkelijk in ballingschap, zo schreef hij in 1945 aan Bertaux. Hij verarmde, Thomas Mann moest hem financieel ondersteunen. Zijn vrouw werd depressief, raakte aan de drank en pleegde eind 1944 zelfmoord. In de daaropvolgende jaren van eenzaamheid en verslagenheid was het Katia Mann die zich vaak om haar zwager bekommerde. Zij was het ook die er begin 1950 mede uit naam van haar echtgenoot bij Heinrich Mann op aandrong naar Oost-Berlijn te reizen, waar hem de eervolle functie van voorzitter van de Academie der Kunsten wachtte. Heinrich Mann, inmiddels 78 en niet meer gezond, had geaarzeld om dit aanbod uit de DDR aan te nemen. Vlak voordat zijn schip naar Europa vertrok, stierf hij.

Inge und Walter Jens

Frau Thomas Mann: Das Leben der Katharina Pringsheim

Uitg. Rowolt, 351 blz., € 19,90

Kirsten Jüngling & Brigitte Rossbeck

Katia Mann: Die Frau des Zauberers

Uitg. Propyläen, 415 blz., € 22,-

Heinrich Mann & Félix Bertaux

Briefwecksel 1922-1948

Uitg. S. Fischer, 799 blz., € 49,90