Uittrillen

De eurocrisis, de rol van Europa, buitenlanders - onenigheid troef. En ook premier Rutte weigert om duidelijkheid te scheppen.

BIJ MIJ wil het beeld maar niet scherp worden, het blijft trillen. Deze zomer is het zelfs erger geworden. Nederland, maar ons land niet alleen, kampt met twee grote problemen waarbij menig vraagstuk uit het recente verleden verbleekt: de schuldencrisis in de eurozone, mogelijk zelfs een nieuwe economische crisis, en een afgenomen tolerantie ten opzichte van buitenlanders, vooral als die een islamitische achtergrond hebben. Die twee problemen zijn ook nog eens niet helemaal los van elkaar te zien, want tolerantie - zo leert de geschiedenis - heeft de neiging af te nemen als mensen onzeker zijn en het minder goed krijgen.
Uitgerekend in zo'n politiek zware tijd heeft Nederland een minderheidskabinet van VVD en CDA dat bestaat bij de gratie van een gedoogpartij, die het juist op deze twee onderwerpen fundamenteel met de twee regeringspartijen oneens is, en omgekeerd. Dat lijkt toch op een huwelijk waarin de partners noch over hun woonplaats noch over het krijgen van kinderen overeenstemming hebben weten te bereiken.
Neem de schietpartij en bomaanslag in Noorwegen. Leider van de gedoogpartij, Geert Wilders, heeft deze veroordeeld. De PVV-leider heeft formeel gelijk als hij zegt dat zijn partij niet oproept tot geweld. De dader, Anders Breivik, trok zich op aan Wilders’ anti-islamretoriek, en derden vinden dat Wilders daarom eens goed stil moet staan bij wat zijn woorden voor impact kunnen hebben. Dat weigert de PVV-leider echter, alsof woorden er niet toe doen. Maar zelf wil Wilders wel de woorden van de koran verbieden.
Twee jaar geleden riep Mark Rutte, toen nog als fractievoorzitter van de VVD, op om de vrijheid van meningsuiting te verruimen. Dat maakt het volgens hem makkelijker om extreme opvattingen te hanteren en er minder verkrampt mee om te gaan. Voor minister-president Rutte was de moordpartij in Noorwegen echter het werk van ‘de verknipte geest van één fanatiekeling’. Het zijn bewoordingen waarmee hij zichzelf ontslaat van elke verplichting om nu verder te discussiëren over hoe denkbeelden en de wijze waarop die worden uitgedragen invloed hebben op de samenleving. Terwijl in zijn toenmalige opvatting het minder verkrampt omgaan met meningen alleen kon door er telkens weer over te argumenteren.
Het beeld blijft ook maar voortdurend trillen als het over de eurocrisis gaat. Drie oppositiepartijen die zeggen het kabinet nog liever vandaag dan morgen te zien verdwijnen, steunen Rutte en zijn ploeg in de aanpak van de eurocrisis, waardoor dit minderheidskabinet kan blijven regeren. De PVV die het kabinet niet steunt in deze eurocrisis en zelfs in harde bewoordingen de aanpak veroordeelt, blijft daarentegen het kabinet gedogen, waardoor ze dat crisisbeleid de facto toch steunt.
De drie oppositiepartijen, PVDA, GroenLinks en D66, verwijten de PVV dat laatste, en de PVV verwijt de drie het eerste. Maar als de PVV zou nalaten wat de drie haar verwijten, zou de eurocrisis verergeren, wat deze oppositiepartijen juist niet willen. En als de drie zouden nalaten wat de PVV hen verwijt zou de invloedrijke rol van de PVV zijn uitgespeeld, hetgeen de PVV op haar beurt niet wil.
Wat de trillingen ook geen goed doet, is dat Rutte, op inhoudelijke gronden, fel gekant is tegen de grote som geld die de Finnen van Griekenland hebben geëist als onderpand voor hun bijdrage aan de lening die de Griekse schuldenlast moet verlichten. Maar als de Finnen die borg krijgen, wil Rutte er ook een, want hij heeft op de Europese top in juli wel ingestemd met de mogelijkheid dat er zo'n borgsom zou komen. Daardoor dreigt dan te gebeuren wat Rutte eigenlijk juist niet wil: dat de Griekse schuldenlast door al die borgsommen nog ondraaglijker wordt. Dat zou dan mogelijk tot gevolg hebben dat de Griekse schuld kwijtgescholden moet worden. Die premie op slecht gedrag zal de PVV helemaal in het verkeerde keelgat schieten, terwijl juist de angst voor de Ware Finnen, een soort Finse PVV, de reden is dat de Finse regering een borg had bedongen.
Ook zegt Rutte zich in Europa hard te zullen gaan maken voor automatische sancties als een van de eurolanden zich niet aan de afspraken houdt over het jaarlijkse tekort op de begroting en de totale staatsschuld. Maar als SP-leider Emile Roemer hem erop wijst dat een land als Ierland door sancties nog erger in de problemen zou zijn gekomen, zwakt Rutte dat automatisme af. En als D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold hem er vervolgens op attendeert dat die sancties met de huidige schuldcijfers ook voor Nederland zouden gelden, blijkt automatisch opnieuw minder automatisch dan je uit Rutte’s woorden meende te mogen opmaken.
Rutte is ook niet voor het overdragen van nieuwe bevoegdheden aan Brussel. De 'automatische’ sancties zijn voor de premier bevoegdheden die Nederland al had afgestaan bij de invoering van de euro. Die sancties zijn echter nooit opgelegd in de afgelopen tien jaar, terwijl daar wel aanleiding voor was. Niemand weet ook welke instantie in Europa bevoegd is om ze op te leggen en daar bestaat ook nu binnen de eurozone geen overeenstemming over. Maar het brengt Rutte allemaal niet van zijn redenering af. De minister-president beweert zelfs dat het hier niet gaat om het overdragen van bevoegdheden, omdat Nederland zich aan de afspraken van het Stabiliteitspact houdt. Dat is als zeggen dat je de rechter de bevoegdheid geeft om straf op te leggen als iemand de wet overtreedt, maar omdat je zelf de wet niet overtreedt, beweren dat je de rechter die bevoegdheid niet hebt gegeven.
Pratend over de begroting voor volgend jaar zei Rutte afgelopen vrijdag dat het beeld nog moest 'uittrillen’ om zo de groei- en andere cijfers voor 2012 vóór Prinsjesdag scherp te krijgen. Maar met uittrillen verwijder je iets zwaars, met gevaar voor verzakkingen.