Economie

Uitvreter/melkkoe

Minister Van der Laan wil binnen een maand antwoord geven op de vraag van de PVV wat de kosten van migratie zijn. In de woorden van Kamerlid Fritsma: ‘Kunt u aangeven welk deel van alle voorzieningen, volksverzekeringen en werknemersverzekeringen aangewend wordt voor (niet-westerse) allochtonen…’ Ongetwijfeld wil Van der Laan zo maandenlang gedram en het publicitaire muntgeld dat de PVV er uit kan slaan zo veel mogelijk beperken.
De hoge kosten van niet-westerse migratie voor de Nederlandse schatkist zijn een publiek geheim, hoezeer de linkse oppositie ook rept van stigmatisering. Al in 2003 publiceerde het CPB daarover. En bedrijvenonderzoeker Pieter Lakeman publiceerde in 1999 over hetzelfde onderwerp Binnen zonder kloppen. Beide publicaties stoelden op publieke data van het CBS en het SCP en kunnen dus zonder veel moeite geactualiseerd worden.
Geen wonder. De Nederlandse staat is van oudsher gespecialiseerd in het maken van etnische en religieuze categoriseringen. In de jaren veertig wist zij tot op de laatste zuigeling hoeveel joden er waren (waar de bezetter dankbaar gebruik van maakte), in de jaren vijftig tot aan de laatste kruimel hoeveel broden katholieken en protestanten consumeerden, en in de 21ste eeuw tot op de laatste cent hoeveel er aan lokale integratieprojecten wordt verspild.
Beide publicaties lieten er geen misverstand over bestaan dat de gastarbeidersprogramma’s van de jaren vijftig en zestig, en de huwelijksmigratie daarna, een verliesgevende investering zijn geweest. Lakeman raamde de kosten over pakweg twintig jaar op zeventig miljard gulden en het CPB concludeerde dat de bijdrage van migranten met dezelfde onderwijsprofielen als de bestaande niet-westerse allochtonen negatief zou uitpakken voor de schatkist. Daar voegde het CPB overigens aan toe dat dat niet alleen kwam door achterblijvende prestaties maar ook door de generositeit van de Nederlandse verzorgingsstaat. En, zo zou daaraan moeten worden toegevoegd, door een discriminerende arbeidsmarkt, een te vroeg selecterend onderwijsbestel en voor buitenstaanders ondoorzichtige regelgeving. Als gevolg daarvan is onder Turken en Marokkanen nu al drie decennia lang de werkloosheid vier keer zo hoog als onder autochtonen, zijn zij oververtegenwoordigd in de armoedestatistieken en de uitkeringsprogramma’s, en vinden nieuwe generaties maar moeizaam hun weg in het Nederlandse onderwijs.
Dat het anders kan laat het Verenigd Koninkrijk zien. In tegenstelling tot het xenofobe Nederland zette Groot-Brittannië de grenzen wijd open voor arbeidsmigranten uit de nieuwe Europese lidstaten. Uit recente rapportage blijkt dat de economische opbrengsten daarvan groot zijn geweest. De half miljoen migranten die sinds 2004 Groot-Brittannië zijn binnengekomen hebben 37 procent meer afgedragen in de vorm van directe en indirecte belastingen dan ze hebben gekost. Het eerder genoemde CPB-rapport parafraserend is dat deels te danken aan individuele kenmerken (jong, goed opgeleid, goed ontwikkeld arbeidsethos) maar evenzeer aan een minder genereuze verzorgingsstaat die economische zelfstandigheid stimuleert.
In Nederland is de grens voor Oost-Europese arbeidsmigranten pas in 2007 geopend. Ook hier was dat goed voor de schatkist. Onderzoek leert dat de netto opbrengst van Poolse werknemers voor de schatkist op jaarbasis circa 1,2 miljard euro bedraagt. Maar in Nederland spelen dit soort cijfers in het publieke debat nauwelijks een rol. Sterker, de kamervragen van de PVV suggereren dat de kostbare integratie van Turken en Marokkanen kenmerkend is voor iedere vorm van migratie en dat er dus een hek om Nederland moet. De interessantere vraag waarom Nederland zo veel ongeschoolde neven en nichten uit premoderne bergdorpjes trekt en wordt gemeden door de meer ondernemende migranten uit India en China wordt niet gesteld. Het antwoord zou wel eens kunnen luiden dat de Nederlandse regeldichtheid ondernemerschap dempt, dat het Nederlandse egalitarisme middelmaat beloont en dat het uitkeringsvangnet risicomijdende mensen trekt en kweekt.
Dat laat onverlet dat wij een ereschuld hebben jegens de nazaten van de gastarbeiders die vroeger onze vermoeide industrieën bemensten. Jaren van relatieve verwaarlozing en culturele verwennerij hebben de economische integratie van deze groepen geen goed gedaan. Beter onderwijs, een open arbeidsmarkt en meer ondernemerschap door minder regels en lagere loonkosten zijn een probater middel tegen uitvreterdom dan burgerschapscursussen, buurtbarbecues en inburgeringsrituelen. Overal is de migrant een melkkoe. Alleen Nederland heeft dat niet begrepen. Men staart zich blind op culturele integratie, terwijl economische zelfstandigheid het enige is wat werkelijk telt. Als men de eigen broek kan ophouden, belasting en premies betaalt en niemand tot last is, zijn het boek dat men leest, het gebed dat men prevelt, het gerecht dat men nuttigt en het wereldbeeld dat men huldigt irrelevant.