Groen

Ulmus contorta

Langs de Oostelijke Handelskade in Amsterdam zijn twee jaar geleden, misschien al wel drie jaar (ja, de tijd, die vliegt maar en wordt steeds grimmiger), iepen gepoot. Altijd goed, zo’n kaarsrechte rij bomen langs een serie nieuwe gebouwen die zelf ook als met behulp van een enorme liniaal langs de rooilijn zijn gebouwd, behalve de oude pakhuizen. Er was wel iets raars aan de hand met de betreffende iepen: ze hadden een wijkende top. Daardoor dacht ik te maken te hebben met een nieuwe cultivar, een soort treur-iep, naast de al bestaande Ulmus glabra. Die dan ook nog eens iepziekteresistent was natuurlijk. En ik voorzag problemen, want sommige bomen weken in de richting van het fietspad, en dwars door scherpe iepenbladeren en zwiepende iepentakken fietsen is onplezierig.
Een week of wat geleden stonden er mannen bij de iepjes. Mannen met trapjes en lange, maar dunne bamboestokken. Ik was op weg naar het station. Nadat ik mijn treinreis had gemaakt en weer terugfietste langs de Handelskade, besefte ik pas wat er gebeurd was: de mannen hadden met de bamboestokken de iepentoppen rechtop gebonden, en in één moeite door hadden ze de bomen ook gesnoeid. Wat me nog het meeste verbaasde, was dat het gelukt was. Met een iele bamboestok veel dikkere stammen rechtop binden, ik vind het een enorme prestatie.
Een veel grotere prestatie is het natuurlijk dat de groenverzorging van de gemeente vorig jaar (of, dus, drie jaar geleden) zonder blikken of blozen die ondeugdelijke bomen in de grond heeft gezet, zonder dat iemand zei: ‘Hé, een Ulmus contorta, die bestaat toch helemaal niet?’ Ik weet vrijwel zeker dat ze uit de eigen stadskweektuin komen, en dat ze daarom niet meteen vervangen zijn. Immers: wat je zelf gekweekt hebt, daarop heb je geen garantie. Kromme bomen? Eigen schuld, dikke bult. Ik fiets elke dag langs de gestutte iepen en zal ze scherp in de gaten houden. Misschien interesseert het u ook wel hoe het de bomen verder vergaat. En zo niet, dan is er altijd nog de fijne sportcolumn van Van Erkelens.