6 september 1935 – 14 juni 2014

Ultra Violet

Haar lippen schilderde ze paars met het sap van rode bieten. Isabelle Collin Dufresne, beter bekend als Ultra Violet, promoveerde van Salvador Dalí’s muze tot Andy Warhols superstar.

Het Andy Warhol Museum in Pittsburgh bezit een wonderlijke collectie. Naast achtduizend kunstwerken bevinden zich er onder meer dertig zilveren pruiken en het ondergoed dat Warhol droeg op de dag dat hij stierf, uitgevouwen in een vitrine op zaal. Maar zijn roemrijkste accessoires schitteren alleen op foto’s: de jonge socialites die de kunstenaar dag en nacht omringden. Warhols camera maakte ze met een portret van vijftien minuten tot zijn superstars.

Viva, Candy Darling, International Velvet, Ingrid Superstar en Edie Sedgwick verbleven in de Factory, op zoek naar films, faam en amfetamine. Zo ook Ultra Violet, in de Warhol-biografie Pop: The Genius of Andy Warhol getypeerd als het meisje dat altijd vlak voor het moment dat een foto werd genomen rechts in het poserende gezelschap zou opduiken, zodat het fotobijschrift als eerste melding moest maken van haar naam.

Ultra Violet ontmoet Warhol in 1964 als de Française Isabelle Collin Dufresne. Afkomstig uit een plaatsje nabij Grenoble was ze begin jaren vijftig door wanhopige ouders naar een zus in New York gestuurd. In Franse katholieke kringen had ze zich dusdanig misdragen dat ze aan exorcisme zou zijn onderworpen. ‘When I came of the ship from France when I was 16 years old, the first person I met was Salvador Dalí and I realized I was born surreal’, vertelt ze in een interview. ‘But then I realized that surrealism had a beginning and would probably have an end (…) It’s just an art movement. And that’s not the answer to life.’ Het leven lonkt in de Factory en het is Dalí die haar bij Warhol introduceert.

Ze krijgt een rol in de experimentele zwart-witfilm The Life of Juanita Castro en Warhol schiet haar portret, maar om in de Factory te kunnen resideren moet je geen Isabelle heten. Op het openingsfeest van het Andy Warhol Museum, in 1994, vertelt ze tegen The New Yorker hoe ze met Warhol onderhandelde over haar naam: ‘Andy said, “What about Poly Ester?” I said, “No, thank you.” Andy said, “What about Notre Dame?” I said, “No, thank you.”’ In de krant zag ze een artikel over ultraviolet licht. ‘And I thought, “What a phenomenal name!”’

Ultra Violet doopt zich met pruik en bieten in de kleur paars en speelt in I, a Man (1967), een parodie op een Zweedse erotische film, naast onder anderen Tom Baker, Ingrid Superstar, Nico en Valerie Solanas. Het leven van een superster duurt vaak niet lang. Baker overlijdt aan een overdosis. De aan drugs verslaafde Ingrid Superstar is op een dag verdwenen. Edie Sedgwick overlijdt op haar 28ste aan een overdosis, Nico wordt vijftig. Valerie Solanas vuurt een jaar na de filmopnamen drie kogels af op Warhol en krijgt drie jaar celstraf.

De nacht voor zijn dood verscheen Warhol in haar droom

In 1973 overlijdt Ultra Violet bijna zelf als gevolg van de excessen van de jaren zestig. Ze is verslaafd aan amfetamine en heeft naar eigen zeggen in 1968 niet geslapen. In het ziekenhuis heeft ze een spirituele ervaring en bidt ze voor het eerst. Ze geneest, gaat theaterstukken en boeken schrijven en blijft haar leven lang werkzaam als beeldend kunstenaar.

Ze distantieert zich openlijk van het hedonistische leven en de mensen in de Factory, inclusief Warhol zelf, maar kan er niet echt van loskomen. Na Warhols onverwachte dood in 1987 storten journalisten zich op zijn kring, op zoek naar die ene onbekende anekdote, alles, iets over Warhol. De nacht voor zijn dood, zo vertelt Ultra Violet tegen The New Yorker op het feest in het museum in Pittsburgh, verscheen Warhol in haar droom. Ze stonden samen in een kathedraal zonder dak, omringd door miljoenen spullen, en Warhol kon maar niet kiezen wat hij zou meenemen naar de hemel. ‘I told him, “The shroud has no pockets, Andy.”’ Een jaar na zijn overlijden verschijnen haar memoires Famous for Fifteen Minutes: My Years with Andy Warhol.

De korte film Ultra Violet for Sixteen Minutes (2011), online te bekijken, portretteert de serieuze kant van de kunstenaar. Kunst is voor haar altijd belangrijk gebleven, ook al gaf het geen antwoord op het leven. Ze wijst naar de zeefdruk van een bloem, afkomstig uit Warhols beroemde Flowers-serie, die prominent in haar woonkamer hangt. ‘What is this painting about? It’s a portrait of a flower. Who created the flower? God. If God had not created flowers, Warhol would have never done that painting.’

Ondanks dat inzicht behield ze de naam Ultra Violet. Ook haar beeldende werk staat in de traditie van pop art – spiegelende zelfportretten en reproducties van Michelangelo’s Adam, voorzien van het lachende hoofd van Mickey Mouse, engelenvleugels en een revolver als geslacht. Dit voorjaar wijdde Dillon Gallery een solotentoonstelling aan haar werk ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van de Factory. Het persbericht kondigde Ultra Violet aan als ‘an artist who has been creating work for five decades, while also being a muse to Andy Warhol, Salvador Dalí, John Chamberlain and Ed Ruscha, to name a few’.

De faam van de Factory bleef lang aan de supersterren kleven. Het turbulente leven van Ultra Violet werd verwerkt tot de opera Famous. Maar Warhol zelf is de enige die 24 uur per dag live een webcam op zijn graf gericht heeft staan.


Beeld: Andy Warhol en Ultra Violet, jaren zeventig (Tim Boxer/Getty Images).