Umberto Eco haalt torenhoge kijkcijfers

Rome – Drie jaar na de dood van Umberto Eco doet een nieuwe De naam van de roos zijn bestseller uit 1980 de volle eer aan. De tv-serie met de Italiaanse Amerikaan John Turturro in de rol van William van Baskerville, de franciscaner monnik die de serie moorden in een benedictijnenklooster komt oplossen, is een groot succes op de Italiaanse televisie en op voorhand al in 132 landen verkocht. En Umberto Eco had zijn goedkeuring nog aan het script verleend voor hij, glashelder, stierf, een wapenfeit waar de productie trots mee schermt.

‘Mijn goede vriend Umberto wist dat zijn free climbing over de gladde rotsen van de Middeleeuwen waar geen ander mens dan hij een houvast kon vinden, het risico in zich droeg van misinterpretatie. Maar in deze serie zit de filosofische acrobaat en meester-interpreteur van de geschiedenis Umberto Eco, dat is zeker’, schrijft Furio Colombo, de grijze eminentie van de Italiaanse journalistiek.

John Turturro (62) is een heel andere William van Baskerville dan de Schotse he-man Sean Connery, die ook een prachtige interpretatie neerzette in de film uit 1986. Maar een film van anderhalf uur is iets anders dan een tv-serie die zich uitstrekt over acht delen. Het fregatschip van de Italiaanse publieke omroep, de zender Rai Uno, zendt twee delen per avond uit, honderd minuten achter elkaar, waar de Italiaanse kijker heel goed mee overweg kan, gezien de torenhoge kijkcijfers (zes miljoen op de maandagavond). De magere, bedachtzame Turturro met zijn priemende blik is een analyticus, geen verleider. Hij introduceert de reden, de interpretatie van de feiten, in het klooster waar iedereen bevangen lijkt door godsdienstwaanzin als dekmantel voor duistere praktijken.

Alles is tot in de puntjes verzorgd, er is zes maanden achtereen gedraaid op het studioterrein van Cinecittà in Rome, waar een productie van deze omvang al sinds de tijden van Ben-Hur (1959) niet meer was gezien. Zes maanden bewoog een cast van veertig acteurs en zo’n drieduizend figuranten zich door de nepsneeuw rond het middeleeuwse klooster dat ‘ergens in Noord-Italië’ moet liggen. De berglandschappen waar de troepen van de paus doorheen galopperen zijn opgenomen in de Abruzzen en in Umbrië, wat een beetje Lord of the Rings-achtig oogt. Iets van de intimiteit van de film, die zich strikt binnen de muren van het klooster afspeelt, mis je toch een beetje.