Umberto Eco’s nieuwe kruistocht: niet surfen

Rome – ‘Er zijn twee manieren om censuur toe te passen: één is door informatie achterwege te houden, de andere is om er te veel van te geven. En dat is de censuur waar we vandaag mee te maken hebben: niet door mensen het zwijgen op te leggen, want dat is onmogelijk in het internettijdperk, maar juist door zo veel mogelijk lawaai te creëren. Het grote probleem van de onbeperkt beschikbare informatie is de selectie. Ik, met mijn culturele bagage, ben in staat om te selecteren. De enorme massa’s die die bagage niet hebben, gaan reddeloos kopje onder in de informatie.’ Aldus professor Umberto Eco (80), ’s werelds beroemdste semioloog en bestsellerschrijver.

Het is Eco’s nieuwe kruistocht. Toen in 1980 De naam van de roos uitkwam bestond internet nog niet. De middeleeuwse thriller die zich afspeelt in een klooster gaat juist over het ‘onder ons’ houden van de informatie, wat in 1327 nog kon. Als de bibliotheek van het klooster in vlammen opgaat, gaat unieke informatie voor de wereld verloren. Anno 2012, is het tegenovergestelde het probleem, betoogt de professor. ‘Onze gemeenschappelijke cultuur is gebaseerd op een gemeenschappelijk historisch geheugen, dat niet alleen een confettiregen van feiten is, maar ook – of juist – de selectie van die feiten. Ik heb het uiteraard niet over een ideologische selectie, maar een objectieve. Er bestaat zoiets als een historische waarheid.’

Internet dreigt ons in de nieuwe Middel­eeuwen te storten, waarschuwt Eco. ‘De feitjesridders die dag en nacht aan het scherm gekluisterd zitten zijn de gevaarlijksten die er zijn. Dat is een vorm van krankzinnigheid die nog niet als zodanig is onderkend.’ Door het oerwoud van informatie je weg vinden is een vaardigheid waarvoor steeds minder mensen de culturele bagage hebben. Niet iedereen is Eco, getraind in het interpreteren van tekens en informatie. ‘Alleen als je een innerlijke encyclopedie hebt die meteen alarmsignalen afgeeft bij het koeterwaals dat je op internet aantreft, ben je zeewaardig. Anders zou ik zeggen: ga niet surfen.’