Und dann die moral

Er is een mooi jubileumboek verschenen: Das Grips Buch: Theatergeschichten. Bestellen: Grips, Altonaerstrasse 22, 10557 Berlin, tel. 00-49-30-3914004.
BERLIJN - Een Duitse toneelcriticus bezocht een aantal jaren geleden het Nederlands Theaterfestival. Hij stelde vast dat het toneel in Nederland het blikveld op de wereld voortdurend verbindt aan de microkosmos, aan dat wat dicht op de huid van individuen kleeft. Een Hollandse collega viel hem daarin bij. En voegde aan die bijval de mededeling toe dat de Duitse theatermakers hun kijk op de wereld ieder moment tot iets metafysisch proberen te maken. Ieder voorval wordt meteen tot een metafoor voor de complete Duitse geschiedenis verbouwd. Waarvan vooral veel moet worden geleerd. De beide heren werden het vervolgens glimlachend zeer eens.

Ik moest aan deze anekdote denken toen ik vorige week aanschoof bij een voorstelling van de Berlijnse theatergroep Grips, die al vijfentwintig jaar voor kinderen en jongeren werkt. De neiging tot metafysica en metaforen, die het Duitse theater zo eigen is, werkt in het kinder- en jongerentheater bij onze Oosterburen - de spaarzame uitzonderingen niet te na gesproken - vaak contraproduktief. Het Nederlandse kindertheater heeft in de jaren zeventig het dictaat van de pedagogen en andragogen (en daarmee ieder impliciet moralisme) verlaten, althans voorlopig. Met de vraag wat ‘goed’ zou zijn voor de kleintjes hebben theatermakers zich lange tijd niet meer bezig gehouden. Ze vertrouwden op hun eigen intuitie, hun artistiek kompas. Dat open klimaat creeerde een vrijheid, ja zelfs een vrijplaats, waarin het op een bepaald moment dermate anarchistisch toeging dat zich vanuit de kunstenaars zelf weer de vraag opdrong: kunnen we dit nog wel aan kinderen laten zien? Onder dit gesternte ontwikkelde het Nederlandse jeugdtoneel zich tot een van de meest spraakmakende theaterculturen van West-Europa.
In Duitsland is de neurose van het pedagogische dictaat eigenlijk nooit weg geweest. Het Duitse kindertheater heeft de neiging om op een ronkende manier te moraliseren en slaagt er maar voetje voor voetje in om uit dat klimaat weg te komen. Nederlandse theaterteksten zijn er ongekend populair. En een van de beste jeugdgezelschappen, Theater der Jugend in Munchen, heeft zelfs een Nederlandse artistiek leider, en een veelal Nederlands repertoire.
En dan is er Grips. Vaak de sprankelende, politiek gekruide hoop in bange Duitse dagen, al een kwart eeuw lang. Ze zijn in Berlijn ongekend populair. En hun artistiek leider en kompas heet al een kwart eeuw lang: Volker Ludwig. Toen de Muur gevallen was, was hij de eerste die er een voorstelling over had: Auf der Mauer auf der Lauer (Op de Muur op de loer, 1990), en dat stuk ging meteen over de dreigende controverse tussen Ossi’s en Wessi’s. Grips is een alert gezelschap.
Dat het ook mis kan gaan, zie ik op deze Tweede Pinksterdag. Opnieuw gaat het in Vorsicht! Grenze! over een breekbare grens. Een beetje sullige meneer bewaakt een grensboom. Een anarchistisch meisje komt zijn rust verstoren. Eerst ontstaat er een ingewikkeld gevecht. Dan ontdekt de sullige ambtenaar dat die grens ook maar gewoon een paaltje is. En dat hij en het meisje er overheen kunnen vliegen. Gelukzalig stijgen ze beiden op. Doek.
Het opzettelijk knullige, aan de slapstick ontleende, maar met een soort verkeerde Duitse Grundlichkeit uitgevoerd acteren werkt klaarblijkelijk op de Duitse lachspieren. Zeker niks gewend, denk ik boosaardig. De moraal van het verhaal zie je al van kilometers in de verte aankomen: niks grenzen, laten we samen onze angsten overwinnen, laten we leren vliegen. En jawel, wat blijkt het motto van deze enscenering (regie: Tini Cermak) te zijn? De volgende tekst van de sociaal-psycholoog Alfred Adler: 'Het mooiste wat een fee in de wieg van een kind kan leggen, zijn veel moeilijkheden, die het kind vervolgens leert te overwinnen.’ Het staat er echt. En ik geloof ook echt dat de makers van Vorsicht! Grenze! het allemaal heel serieus bedoelen. Dat is ook het griezelige aan deze onderneming.