Unieke verleider

De vrouwenversierder is van alle tijden, maar de context is veranderd. Heeft de archetypische casanova in de geseksualiseerde digitale samenleving nog bestaansrecht?

Op iedere middelbare school loopt wel zo’n jongen rond die de ontluikende hormonen bij het ene na het andere meisje weet op te wekken en verovering op verovering scoort, terwijl zijn klasgenoten zich stuntelend wagen aan de eerste kus. En wie kent hem niet uit eigen omgeving, de charmeur die het telkens voor elkaar krijgt om de leukste, knapste, slimste vrouwen om zijn vingers te winden, met wie hij soms een verbintenis aangaat en een nestje bouwt, maar die zodra de gezapigheid in de relatie toeslaat nieuwe hartstochten ziet opdoemen en de benen neemt.
In films, toneel en literatuur fungeren versierders als heldhaftig middelpunt van groteske drama’s. Publieke figuren met een lijvige staat van dienst op het terrein van de liefde zijn er oneindig veel, in de geschiedenis en nu. Lord Byron, Charley Chaplin, Rudolf Valentino, Mick Jagger, Jack Kennedy, François Mitterrand, Bill Clinton – en ach vooruit, van eigen bodem – Ischa Meijer, Johnnie de Mol, Jeroen Pauw, prins Bernhard, Theo van Gogh, Herman Brood, Jan Mulder: mannen met een aanzuigende werking die niet is terug te voeren op hun macht en roem alléén.

Versierders kunnen tot op hoge leeftijd, met of zonder hulp van Viagra, rokken blijven jagen. Leeftijd speelt geen rol, uiterlijk evenmin. Echt knap ogen zij zelden. Vaak zijn ze klein, dik, zelfs ronduit lelijk en ook hoeven ze niet per se goed in bed te zijn. Het is evident dat ze beschikken over sex-appeal waarmee ze hun reputatie opbouwen. Dit heeft, zo totaal anders dan bij vrouwen, ook nog eens een zichzelf versterkend effect. Een man met een reputatie is voor veel vrouwen extra zinnenprikkelend.

Treden deze types in de voetsporen van de achttiende-eeuwse Venetiaan Giacomo Casanova, die vanwege zijn scandaleuze seksleven uitgroeide tot een man van mythische proporties en wiens naam synoniem is geworden voor een dwangmatige versierder met bindingsangst?

Het antwoord is nee. De meesten zijn als Don Juan – die andere (fictieve) prototypische vrouwenveroveraar – uit op korte avontuurtjes zonder moraal en diepgang. De archetypische casanova onderscheidt zich daarentegen door zijn bijzondere talenten. Hij is vrijgevochten, schrander, humoristisch, avontuurlijk, erudiet, innemend, welgemanierd, welbespraakt en bovenal geheimzinnig. Het is veeleer te danken aan zijn scherpe geest dan aan zijn erotische uitstraling dat hij vrouwen als rijpe appels in de schoot geworpen krijgt. In de eerder dit jaar uitgebrachte film Casanova van Lasse Hollstrum, met in de titelrol de Australische acteur Heath Ledger – die met vlag en wimpel slaagt voor zijn vertolking van onweerstaanbare womanizer, zegt hij: ‘Ik verleid niet, maar ik word verleid.’

Wat deze zoveelste geromantiseerde vertolking ook duidelijk maakt, is dat zijn rol niet los te zien is van de context van zijn tijd. Vrouwen uit de hogere kringen, waarin Casanova zich begaf, zaten als maagden bordurend te wachten op een man. De ouders regelden als spindoctors voor hun dochters een goede partij. Dwars daar doorheen manoeuvreerde Casanova. Hij bood hun niet alleen welkome afleiding, maar deed ook met zijn witty mind een beroep op hun verstandelijke vermogens. Zijn aandacht schonk hun erkenning. Hij was kundig in het verheffen van kleinburgerlijke lusten tot een erotisch spel met filosofische en esthetische kanten. Met zijn gevierde hartstocht tartte hij de geboden van de katholieke kerk. Dat hij openlijk een loopje nam met de klassieke deugden van trouw, kuisheid, matigheid, voorzichtigheid, geloof, hoop en naastenliefde, maakte deel uit van zijn scandaleuze faam. Hoewel hij daar in die tijd zeker geen uitzondering in was. Veel van zijn seksegenoten hadden een rijkelijk voor- en buitenechtelijk amoureus bestaan. Een verfijnde verleidingscultuur gedijt juist in een puriteinse omgeving.

Alleen, Casanova stak er bovenuit en bovendien: hij schreef het allemaal op in zijn memoires. Daarmee heeft hij zichzelf onsterfelijk gemaakt. Toen de zwaar gecensureerde memoires in 1830 verschenen, veroorzaakten ze een sensatie. Pas in 1962, aan de vooravond van de seksuele revolutie en de tweede feministische golf, verscheen een eerste volledige editie. Deze werd, geheel ten onrechte, door velen in die tijd als een pornografisch werk gezien. Porno heeft niets met romantische passie te maken.

Als de ware casanova staat voor de geraffineerde romantische verleider, bestaat hij dan nog in het geseksualiseerde digitale tijdperk met een verregaande openbaarheidscultuur? Je zou zeggen van niet, althans dat dit type vanwege de context zijn glans heeft verloren. Het internet heeft als het ware zijn rol overgenomen. Een kwart van de internettende jongeren blijkt zich volgens onderzoek voor de webcam uit te kleden. De meeste jongeren klikken met grote regelmaat naar pornosites. Vergeleken met de achttiende eeuw zijn de middelen voor een heimelijke affaire oneindig toegenomen. De met de hand geschreven brief heeft plaats gemaakt voor het flitsverkeer van sms-berichten in stenostijl of msn-dialogen die sneller gaan dan gedachten. En ja, daarmee is veel verloren gegaan. Geen handschrift dat zoveel verraadt over het karakter van de afzender. Geen vlekken van inkt of koffie, krassen van drift, doorgestreepte passages of tekeningetjes. De verleidingsmiddelen zijn anders, directer en sneller. Op seks rust geen taboe meer, hoewel buitenechtelijke affaires nog steeds kunnen zorgen voor schandalen. De positie van de vrouw is drastisch veranderd. Zij wacht niet smachtend af, maar opereert actief en assertief.

Dit alles wil niet zeggen dat er geen behoefte is aan een man die fluistert: ‘Je bent de enige op dit moment dat een leven lang duurt.’ De ware casanova heeft misschien wel meer bestaansrecht dan ooit. De gewone versierder is inwisselbaar, een casanova is een unieke kunstenaar van de verleiding. De eretitel blijft weggelegd voor een enkeling.