Duurzaamheid als business case

Unileef, Unilever, Unileefst

Multinational Unilever moet zijn klanten gaan opvoeden, anders komen zijn duurzaamheids- doelstellingen in gevaar. ‘Wist je dat douchende Amerikanen veertig procent van de uitstoot voor hun rekening nemen?’

Medium hh 5246087

‘Ontdek onze boeren’, staat er trots op de Unox Gelderse rookworst. De uitleg volgt op de achterkant van de verpakking: ‘Voor deze rookworst gebruiken we vlees met het Beter Leven Keurmerk. Ontdek nu zelf welke boer heeft bijgedragen aan jouw rookworst.’

De varkens van Jan en Gerda uit Wilp hebben inmiddels vloerverwarming, lezen we vervolgens op de site van Unox. De energie wordt opgewekt door zonnepanelen. ‘Ik zie dat mijn varkens nu veel relaxter zijn’, vertelt boer Jan, van wie en passant nog wordt vermeld dat hij veevoer als maïs en granen op een nabijgelegen akker zelf verbouwt. Jammer is alleen dat de code op onze worst (nog) niet werkt en Jan en Gerda als vervanger worden gepresenteerd.

‘Het is een hell of a job om een multinational als Unilever duurzaam te krijgen’, realiseert Anniek Mauser zich. Als directeur duurzaamheid Benelux is dat haar dagtaak. ‘Over een paar maanden hebben ze bij Unox meer boeren geportretteerd’, belooft ze.

Unilever is huge. Dagelijks gebruiken wereldwijd twee miljard mensen een product van het bedrijf, per 24 uur gaan er 150 miljoen keer potten pindakaas, pakken waspoeder, flessen doucheschuim, bussen deodorant, doosjes thee of Magnums over de toonbank.

De Engels-Nederlandse voedsel- en levensmiddelenmultinational presenteerde in 2010 het Unilever Sustainable Living Plan, waarin de doelen voor over tien jaar geformuleerd zijn. In 2020 wil het bedrijf per product nog maar de helft van de huidige hoeveelheid broeikassen uitstoten, de helft van het water verbruiken en de helft van het afval produceren. Bovendien moeten alle landbouwgrondstoffen duurzaam geproduceerd worden. Maar liefst een miljard mensen moeten in deze periode dankzij Unilever in gezondere omstandigheden leven, met bijvoorbeeld sanitair en stromend water.

‘Juist omdat we als bedrijf zo groot zijn, moeten we hierin het voortouw nemen’, verklaarde topman Paul Polman in The Guardian. ‘Voor ons zijn de risico’s nog beperkt. Ik heb grote bewondering voor kleinere partijen die voor duurzaamheid kiezen. Zij zijn de echte helden.’ Bij de presentatie van het duurzaamheidsstreven hield hij de aandeelhouders voor dat het kiezen of delen was. ‘We nemen dit zeer serieus. Als u er niet in gelooft, dan moet u misschien uw consequenties trekken.’

Bij ruim tweeduizend producten heeft het bedrijf inmiddels de milieueffecten onder de loep genomen. Van grondstoffen, productie en transport tot consumptie – de hele keten moet eraan geloven. ‘Want de grootste uitstoot van broeikasgassen zit bij de consument’, benadrukt Mauser. ‘Wist je dat douchende Amerikanen veertig procent van de uitstoot van heel Unilever voor hun rekening nemen? Het zou enorm schelen als we al die mensen ervan kunnen overtuigen een paar minuten eerder de kraan dicht te draaien.’ Unilever moet dus ook de consument gaan opvoeden en doet dit niet vanuit liefdadigheid, zo laat het bedrijf niet na te benadrukken. Duurzaamheid is hun business case. Als de opwarming van de aarde in het huidige tempo doorgaat, wordt het onmogelijk om in 2050 negen miljard mensen te voeden. De hoeveelheid landbouwgrond neemt zonder maatregelen sterk af en de beschikbaarheid van zoet water wordt een groot probleem. Prijzen zullen stijgen.

De aandeelhouders belooft Unilever tegelijkertijd een verdubbeling van de omzet. Het idee achter het Unilever Sustainable Living Plan is eigenlijk heel simpel: duurzaam geproduceerde goederen zijn op de middellange termijn goedkoper en economische ontwikkeling leidt tot een gezondere wereldbevolking die meer consumeert. Als het bedrijf economische groei kan loskoppelen van het overmatig gebruik van grondstoffen, dan gaat het de goede kant op.

Een typerend voorbeeld hiervan is de deelname van het bedrijf aan World Toilet Day (19 november), een officieel door de Verenigde Naties georganiseerde dag. Ruim 2,5 miljard mensen, een derde van de wereldbevolking, heeft niet de beschikking over een werkende wc. Vaak poepen en plassen deze mensen in hun directe woonomgeving, met alle gevolgen van dien. Verbeterde sanitaire voorzieningen hebben een enorme impact, becijferde de London School of Hygiene and Tropical Medicine and Domestos. Zo sterven jaarlijks 6,9 miljoen kinderen vóór het vijfde levensjaar, vaak door ziekten die worden veroorzaakt door slechte sanitaire voorzieningen, zoals difterie. Vooral jonge meisjes zouden volgens de Londense tropenschool van verbeteringen profiteren: nu spijbelen ze wereldwijd 443 miljoen schooldagen vanwege ziekte, of omdat ze zieken moeten verzorgen.

Met steun van Unilever worden honderdduizenden wc’s aangelegd, veelal in groeimarkten als India en Bangladesh. De nieuwe toiletgangers leven langer en gezonder, consumeren meer en wassen vaak hun handen met… een zeepproduct van Unilever.

‘Ik leverde eerst nog vlees aan Oostbloklanden, maar daar had ik geen goed gevoel bij’

Monter stapt boer Michel Schoneveld over het erf. Verspreid over tien hectare grond liggen zijn varkensstallen, met in totaal vierhonderd varkens. In de zeugenstal slaat de ammoniaklucht bezoekers direct in het gezicht. De dieren krijgen een precies afgepaste hoeveelheid voedsel door een ingenieus voedersysteem. De varkens moeten als ze honger hebben in een speciaal voerstation gaan staan, dat wordt geopend met de chip in hun oor. Varkens die al eens te eten hebben gehad, komen niet meer binnen. Schoneveld doet ‘spekmetingen’ om te kijken hoe goed de varkens op gewicht zijn. ‘Te dikke dieren moeten op dieet en te magere krijgen wat extra voer.’ Een volwassen zeug kan rond de tweehonderd kilo wegen, een volwassen beer nog honderd kilo meer.

Op zo’n honderd vierkante meter drentelen ongeveer veertig volwassen varkens door elkaar heen. Op de grond ligt hier en daar wat stro, door de raampjes komt daglicht naar binnen. Aan de hekken zijn kokers bevestigd waar hooi in kan. Dat is bedoeld als afleiding voor de dieren.

De varkens komen uiteindelijk terecht in de rookworst van Unox. Het familiebedrijf – sinds januari runt Schoneveld het bedrijf alleen, daarvoor werkte hij nog samen met zijn vader en moeder – werd door slachterij Vion geïnformeerd dat vanuit de markt vraag was naar Beter Leven-varkensvlees. Schoneveld had er onmiddellijk oren naar. ‘Ik leverde op dat moment nog vlees aan Oostbloklanden, maar daar had ik geen goed gevoel bij. Mijn interesse in varkens gaat verder dan wat er hier op de boerderij mee gebeurt: ik wil ook weten waar mijn product terechtkomt. Het idee van Beter Leven zag ik dus wel zitten’, vertelt hij.

Het Beter Leven Keurmerk is ontwikkeld door de Dierenbescherming en is verdeeld in categorieën van één, twee en drie sterren. De criteria verschillen per diersoort. Voor varkens geldt dat één ster betekent dat de dieren meer ruimte krijgen, beter afleidingsmateriaal, dat de mannetjes niet meer gecastreerd worden en het vervoer naar het slachthuis korter is. Bij twee sterren is de stalvloer overdekt met stro, is er een overdekte uitloop en worden de staarten niet gecoupeerd. Driesterrenvarkens hebben een nog grotere binnenruimte en mogen in de wei rondlopen. Unox gebruikt voor de rookworsten vlees dat minimaal één ster heeft.

Schoneveld moest wel investeren om die eerste ster te bemachtigen. Zo moesten zijn varkens 25 procent meer ruimte krijgen – iets wat hij op dat moment niet kon waarmaken. Het toeval wilde dat een van zijn buren een schuur beschikbaar had, en die heeft hij erbij getrokken. Verder mogen zijn mannelijke biggen hun ballen behouden en hebben de varkens de strokokers aan het hek. Ook de gezondheid van de dieren wordt regelmatig door een onafhankelijke partij gecontroleerd.

Buiten op het erf wijst hij op de enorme graansilo’s en opvangbakken voor de varkensmest. ‘Ik kom goed van mijn mest af. Een deel kan ik voor een schappelijke prijs verkopen aan mijn buren, en in ruil krijg ik graan, suikerbieten en maïs. De rest gaat naar andere akkers in de omgeving. We hebben hier voor een deel een duurzame kringloop gecreëerd.’

Medium anp 21019835

Duurzaamheid als bedrijfsstrategie maakt ook extra kwetsbaar, merkt Unilever regelmatig. Zoals vorige maand, toen een bbc-documentaire misstanden onthulde op een Indiase theeplantage die levert aan onder andere Lipton, een Unilever-merk. De werknemers zouden zo weinig betaald krijgen dat ze zwak en ondervoed zijn. Ze wonen in krotten zonder riolering en zijn vaak gedwongen hun behoefte te doen in de bosjes bij de plantage. In de publiciteit kreeg vooral het duurzame, mensvriendelijke Unilever het voor de kiezen, terwijl de plantage ook produceert voor grote theemerken als Twinings en Tetley. Alsof de multinational voortdurend moet bewijzen dat de goede doelstellingen waarachtig zijn.

‘Dit raakt me echt, ik voel me dan persoonlijk aangesproken.’ Duurzaamheidsmanager Anniek Mauser gesticuleert steeds heviger. ‘We nemen dit incident heel serieus en aan de misstanden op die plantage moet zo snel mogelijk wat worden gedaan. Tegelijkertijd is die Indiase regio Assam nog erg achtergesteld, is tachtig procent van de productie voor de lokale markt en gaat het merendeel van de export naar Rusland. Dit betekent dat onze invloed relatief klein is.’

Het publiek, de klant, moet ervan kunnen uitgaan dat producten van haar bedrijf verantwoord tot stand komen, vindt Mauser. Misstanden zijn geen regel maar een incident. ‘Het maakt wél uit wat je koopt. Er zit een wereld van verschil tussen ons vlees en dat van de kiloknaller.’

‘Unilever noemt zichzelf een groene voorloper, en in principe maken ze het ook waar’

Milieu-, voedings- en ontwikkelingsorganisaties zijn over het algemeen vol lof over de stappen die het voedings- en levensmiddelenconcern heeft gezet. Joris Wijnhoven, campaigner bij Greenpeace op het gebied van klimaat en energie, is ronduit positief over Unilevers bedrijfsstrategie: ‘Ze noemen zichzelf een groene voorloper, en in principe maken ze het ook waar. In de brancheorganisaties zijn zij vaak degene die hun mond opentrekken.’ Dat werd bijvoorbeeld vorig jaar zomer duidelijk, toen Unilever bekendmaakte uit brancheorganisatie BusinessEurope te stappen vanwege een verschil in visie met betrekking tot klimaatdoelstellingen.

Bij de totstandkoming van het Energieakkoord speelde Unilever een grote rol. Wijnhoven:vno-ncw stelde zich echt op als een conservatief bolwerk. Ze wilden helemaal niets. Door de groene opstelling van Unilever en later ook een bedrijf als Philips werd dat front doorbroken en kwam het akkoord een stuk dichterbij.’ Wijnhoven hoopt alleen dat Unilever binnenkort zijn blik nog wat verder op de toekomst richt: ‘Ze hebben nog geen visie ontwikkeld voor ná 2020.’

Stichting Wakker Dier is tevreden met de Unox Beter Leven-rookworst. Al stelt het éénstervarkensvlees waarvan de worsten vooral zijn gemaakt op diervriendelijk gebied nog niet zo veel voor. ‘Pas bij twee sterren begint het echt te tellen.’

Een probleem dat nog wel speelt is de productie van palmolie, een plantaardige olie die wordt gebruikt in levensmiddelen en biobrandstoffen. In de gebieden waar palmolie wordt gewonnen vinden veel misstanden plaats, zoals illegale ontbossing en landroof. Unilever nam hier eind 2014 afstand van door te beloven dat het er datzelfde jaar voor zou zorgen dat alle palmolie die het bedrijf gebruikt volledig duurzaam en traceerbaar zou zijn. Een actiegroep als Milieudefensie is daarvan nog niet overtuigd. ‘Op de plantages heersen nog steeds misstanden.’

Unilever lijkt dus veelal op de goede weg. Zelf houdt het bedrijf nauwlettend de vorderingen van het Sustainable Living Plan in de gaten, dat in november vijf jaar onderweg is. Alle resultaten worden gemeten en jaarlijks gerapporteerd, voor het laatst over 2014. Toen hadden vierhonderd miljoen mensen een gezonder leven en kwam zestig procent van Unilevers voedselproducten van duurzame landbouw. Het bedrijf produceerde twaalf procent minder afval en in de keten werd twee procent minder water verbruikt. Wel werd er vier procent méér aan gassen als CO2 en methaan uitgestoten, die een grote rol spelen in de opwarming van de aarde.

‘Op zich zitten we op schema’, concludeert Mauser. ‘We voeren grotere systeemveranderingen door die vooral in de laatste jaren van ons plan resultaat gaan opleveren.’ Ze geeft het voorbeeld van de focus op kleine boeren. Door scholing en beter zaaigoed produceren augurkenboeren in India op een duurzame manier vierhonderd procent meer augurken. Er zitten nu tien boeren op een paar hectare grond, door de meeropbrengst kan specialisatie plaatsvinden en kunnen sommige boeren hun land verkopen en werk vinden in de dienstverlening rond de komkommers, zoals bijvoorbeeld het vervoer. ‘Het gemiddeld inkomen stijgt in de regio en kinderen kunnen bijvoorbeeld langer naar school. Zó’n duurzame ontwikkeling willen we op gang brengen.’

Bij de broeikasgassen en het waterverbruik moeten nieuwe initiatieven genomen worden om de doelstellingen te halen. ‘Dat gaan we ook zeker doen’, stelt Mauser. ‘Tegelijkertijd zijn het ook de lastigste doelen, omdat we daadwerkelijk het gedrag van de consument moeten veranderen. Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat iedereen maar vijf minuten doucht?’ Om de energie- en waterdoelstelling dichterbij te brengen zet Unilever in op gels en shampoos die zonder water gebruikt kunnen worden. Vegetarische vleesvervangers moeten de vleesproductie en CO2-uitstoot doen afnemen, en massale herbebossing moet meer CO2 afvangen.

In de biggenstallen van boer Michel Schoneveld is het een geknor van jewelste. De varkentjes zitten hier met 23 dieren bij elkaar. Ze buitelen over elkaar heen in een poging zo ver mogelijk van de mensen vandaan te blijven. Bij elke onverwachte beweging schieten ze alle kanten op. ‘Op de grond kun je hier nog zien hoe klein de hokken vroeger waren.’ Het zal ongeveer vier vierkante meter zijn geweest, nu toch zeker zes. En alles wat is bijgebouwd, is van zachter materiaal, om de poten van de biggen niet te veel te belasten. Hier komt echter nog geen daglicht binnen, dus daar gaat Schoneveld iets op verzinnen. ‘Waarschijnlijk maken we ruimte voor lichtplaten in het dak.’

De allerkleinste biggen liggen in de geboortestallen. Hier liggen de zeugen op hun zij, en drentelen de biggen eromheen. Dat is nog best een klus: voor de zogende zeug is een temperatuur van achttien graden optimaal, maar de biggen vinden dertig graden fijner. ‘We lossen dat nu op door warmtelampen op de biggen te zetten en via ventilatiestromen de moeder wat koelte te bieden’, zegt Schoneveld. De zeugen liggen in een stangenconstructie, waardoor ze niet kunnen bewegen. Dat is omdat een varken van tweehonderd kilo makkelijk een klein biggetje plet.

Er klinkt een geluid dat doet denken aan een huilend kind. Schoneveld ziet binnen een seconde wat het probleem is: een biggetje zit klem onder de moeder. Met een vloeiende beweging haalt hij het diertje onder de enorme rug vandaan. Het staat nog een paar minuten versuft te kijken. ‘Ik voorzie dat er discussies gaan komen over het vastleggen van de moeder’, zegt Schoneveld. ‘Maar na een week zijn de biggen eigenlijk al zo groot dat pletten minder voor zal komen. Als ik weer ga verbouwen, zal ik waarschijnlijk wel kijken of we de zeug na een week vrij kunnen laten rondlopen.’ Gaat hij binnenkort op voor het tweesterrenkeurmerk? ‘Nee’, antwoordt hij nuchter. ‘Die investering zou ik er niet uithalen.’

Twee sterren is heel moeilijk rendabel te maken, realiseert Anniek Mauser zich. ‘Het probleem is ook dat er te weinig tweesterrenvlees wordt aangeboden, we halen het soms zelfs uit Schotland.’ Unilever produceert zo duurzaam mogelijk, maar wel binnen de grenzen van de commercie, erkent ze volmondig: ‘Wij produceren de meest duurzame worst voor een prijs die de massa nog wil betalen. Volledig biologisch zullen deze worsten bijvoorbeeld nooit worden, want dan zouden onze klanten overstappen naar goedkopere B-merken, en nog belangrijker: dat is niet de meest duurzame oplossing.’

Beeld: (1) Fokzeug in een varkensbedrijf in Meijel, Noord-Limburg. Foto Vincent van den Hoogen / HH; (2) Rookworsten in een unox-fabriek in Oss. Foto Robin Utrecht / ANP