Universele noodkreet

György Konrad
Geluk
(vert. H. Kammer) De Bezige Bij, € 15,-

«Het woord geluk heeft een dubbele betekenis. Enerzijds betekent het gelukkig zijn, maar anderzijds betekent het ook geluk hebben, het tegengestelde van tegenslag. Al wie de Endlösung overleefde heeft geluk gehad als gevolg van toevallige omstandigheden», zo vertelde György Konrad mij tijdens een interview in 2004 over zijn boek Geluk, het eerste deel van zijn indrukwekkende autobiografie (daarna volgde Zonsverduistering). Daarin vertelt hij hoe hij in 1944 de trein naar Boedapest nam, één dag voordat alle joden uit zijn geboortestad Berettyóújfalu werden gedeporteerd. Niet alleen zijn klasgenoten, ook vijf van zijn neven en nichten, drie zusters van zijn vader en twee zusters van zijn moeder zijn in Auschwitz en Mauthausen omgebracht en een oom van moederskant werd doodgeschoten door de Hongaarse fascisten. Hij overleefde het, maar raakte later in conflict met het communisme. Tijdens de Hongaarse opstand liep hij rond met een machinegeweer en nadien kreeg hij het aan de stok met de censuur. Zijn boeken werden verboden, maar via de samizdat in het buitenland toch opgemerkt.

Ook na de val van de Berlijnse Muur bleef Konrad sceptisch tegenover de machthebbers. Pas na de aansluiting van Hongarije bij de Europese Unie voelde hij zich veilig. Dat komt door zijn diepe afkeer voor elke vorm van willekeur, fanatisme en geweld die zo kenmerkend was voor de twintigste eeuw. Voortdurend was hij op zoek naar die unieke plek op aarde waar hij zich echt thuis kon voelen. Thuis is «waar ze me niet doodslaan. Waar ik mijn kinderen in veiligheid kan weten. Waar personen en woorden respect verdienen.» Het klinkt als een universele noodkreet. De noodkreet van een wijs man die in zijn leven veel geluk kende en er in dit boek een verpletterende getuigenis van aflegt.