Universiteit verwijdert kunst van Breytenbach

Kaapstad – De Taliban van de Universiteit van Kaapstad (uct) worden ze genoemd, de studenten die eisen dat een aantal kunstwerken van de campus worden verwijderd omdat die aanstootgevend zouden zijn voor niet-blanken.

Het gaat daarbij niet alleen om objecten die zouden gelden als ‘huldebetoon aan de koloniale onderdrukkers’, maar ook om werken van geëngageerde kunstenaars als Breyten Breytenbach en Diane Victor.

De pressiegroep kwam voort uit Rhodes Must Fall, de studentenbeweging die er ruim een jaar geleden voor zorgde dat het standbeeld van de koloniaal Cecil John Rhodes van de campus werd verwijderd. In februari dit jaar verbrandden ze 23 ‘blanke’ uct-kunstwerken die ze verwerpelijk vonden. Dat daarbij ook een schilderij van de zwarte Richard Baholo tussen zat, hadden ze even over het hoofd gezien.

Alhoewel die actie de studenten niet populair maakte, sorteerde ze wel effect. Inmiddels zijn 75 ‘kwetsbare’ kunstwerken die her en der op de campus hangen op advies van een speciaal daarvoor in het leven geroepen Works of Art Committee ‘tijdelijk’ verwijderd, om ze te beschermen tegen mogelijk vandalisme. Tien werken kregen voorrang omdat ze door de studenten als kwetsend worden ervaren; ze zouden zwarte Afrikanen op een denigrerende wijze verbeelden. Soms lukte het verwijderen niet, zoals bij het in de muur verankerde Pasiphaë van Diane Victor. Maar daar werd een oplossing voor gevonden: het werd afgeschermd met houten panelen die nu volgens het comité kunnen functioneren ‘als een platform waarop informatie en commentaar kan worden geplakt over de verspreiding van de kunst over de campus’.

Victor moest volgens website GroundUp een beetje lachen om alle commotie, maar Breytenbach was ziedend. Hij schreef twee open brieven naar het management van uct waarin hij zijn verachting voor de knieval voor een klein groepje studenten uitsprak. Daarmee was de beer los. Van alle kanten werd het universiteitsbeleid aangevallen; termen als ‘censuur’ en ‘boekverbranding’ werden gebruikt. uct-rector Max Price werd gebrek aan ruggengraat verweten.

Voorstanders van de maatregel betogen op hun beurt dat de kunstwerken ooit zijn opgehangen en geplaatst zonder enige consultatie met wie dan ook, en dat de koloniale context (lees de architectuur van de ruim honderd jaar oude campus) de impact van sommige werken versterkt.

Het comité hield zich op de vlakte en legde in zielloze taal uit dat de exercitie deel uitmaakt van de ‘transformatie’ van uct, om die ‘Afrikaanser’ en ‘inclusiever’ te maken.