Reportage: Afghanistan

Urzughan: het hol van de leeuw

Een reportage uit Afghanistan, het land waar over minister Kamp van Defensie twijfelt: stuurt hij ‹onze jongens› er naartoe of niet?

KABOEL – Een donker geraas rolt langs de bergwanden. Echo’s van schoten, net buiten Kaboel. Ze komen uit klein kaliber wapens, maar de bergen versterken elke droge knal tot een woest gegrom. Hier oefent het Afghaanse Nationale Leger (ANA), een snel groeiende krijgsmacht die wordt getraind door Amerikanen, Britten en Fransen. Het ANA is de trots van Afghanistan. Dat is begrijpelijk. Het is de enige overheidsinstantie die goed functioneert in het door oorlog verwoeste land. Groep na groep komt naar voren en schiet zijn kalasjnikov leeg op de schietschijven.
Het lijkt een voorproefje van wat ons te wachten staat op onze tocht met Amerikaanse en Afghaanse eenheden richting Uruzghan. In deze afgelegen provincie worden, als het aan minister Henk Kamp van Defensie ligt, vanaf volgend jaar Nederlandse troepen gelegerd. In de provincies in het zuiden en oosten van Afghanistan, en zéker in het zelfs bij Afghanen als levensgevaarlijk bekend staande Uruzghan, wordt nog wekelijks slag geleverd met Taliban-strijders.
Maar we zullen er niet komen. Vlak voordat we op de Amerikaanse luchtmachtbasis Bagram in een militair transporttoestel stap pen, wordt bekend dat er geen journalisten meer mee mogen. Amerikaanse ge heim zinnigheid had ons al ge noopt ons plan aan te passen. We wilden mee op missies in Uruz ghan, om uit te vinden wat de Nederlandse militairen te wachten zou staan. Maar in Uruzghan hebben US Special Forces het overgenomen van reguliere troepen. En alles wat met special forces te maken heeft is geheim. Van Kandahar zou de reis daarom gaan naar het noorden van de provincie Zabul, een gebied dat grenst aan Uruzghan, met vergelijk bare omstandigheden: een onherbergzaam maanlandschap, wemelend van de grotten, waar regelmatig slag wordt geleverd. Een reis per militair konvooi. Steeds va ker worden konvooien in Afghanistan op Iraakse wijze aangevallen: met geïmproviseerde bommen aan de kant van de weg, de zogenaamde improvised explosive devices (IED’s). In september nog werd een Nederlands militair konvooi in het relatief veilige Noord-Afghanistan door een IED getroffen. De Nederlanders kwamen goed weg. Blijkbaar was de bom niet goed in elkaar geknutseld. Er was slechts wat blikschade aan een voertuig.
De officiële reden voor de mediastop is een onderzoek naar het verbranden van de lijken van twee gedode Taliban-strijders door de 173ste Airborne Brigade, op patrouille in de provincie Kandahar. Een dag voor ons geplande vertrek naar het zuiden zond de Australische televisiezender SBS een verslag uit waarin die verbranding werd vastgelegd. Aan de Amerikaanse patrouille waren specialisten in psycho logische oorlogvoering toegevoegd. Deze psyops-_militairen riepen door luidsprekers een boodschap naar de Taliban-eenheid waarmee een dag eerder strijd was geleverd: «Attentie, Taliban! Jullie zijn laffe honden. Jullie laten toe dat jullie strijders worden verbrand met hun gezicht naar het westen. Jullie zijn te bang om naar beneden te komen en hun lichamen mee te nemen. Dit bewijst weer eens dat jullie mietjes zijn.»
Lijkverbranding, helemaal wanneer dat gebeurt met het hoofd richting Mekka (naar het westen, vanuit Afghanistan), is voor moslims heiligschennis. Bovendien is het opnieuw – na de mishandeling van gevangenen in Irak en Afghanistan – een schending van de Geneefse Conventies. Die bepalen dat de lichamen van gesneuvelden eervol behandeld moeten worden, volgens de religieuze tradities van de dode. De islam schrijft voor dat een lijk liefst binnen 24 uur gewassen, bebeden en begraven dient te worden, gewikkeld in een wit kleed, op de zij, met het gezicht naar Mekka.
De haast waarmee de Amerikanen de pers weerden en een onderzoek instelden, werd volgens minister van Defensie Donald Rumsfeld ingegeven door de rellen van mei dit jaar. Toen berichtte _Newsweek
dat ondervragers op Guantánamo Bay de koran ontheiligden. Dat leidde tot gewelddadige protesten waarbij in Afghanistan vijftien doden vielen. De goodwill die de Amerikanen gekweekt hebben, en die onmisbaar is in hun strijd tegen de Taliban, kreeg een flinke knauw.
Maar er is wellicht nóg een reden waarom de VS voorlopig liever geen pers meenemen op gevechtsmissies. Zeker geen pers uit Navo-landen: tegelijk met De Groene Amsterdammer kreeg een team van de Britse krant The Sun te horen dat de reis met Amerikaanse eenheden werd afgeblazen. Het is de bedoeling dat een groot deel van de twintigduizend Amerikaanse troepen die momenteel in Afghanistan zijn gelegerd in het kader van Operation Enduring Freedom (de oorlog tegen Taliban en al-Qaeda) vanaf maart volgend jaar wordt teruggetrokken. President Bush ligt onder vuur. De oorlog in Irak verloopt desastreus en in Afghanistan gaat het al niet veel beter. Hij moet troepen thuisbrengen, al is het maar om het signaal af te geven dat hij de protesten van zijn bevolking serieus neemt.
Waarschijnlijk gaan Navo-troepen de oorlogsmissie van de Amerikanen in het zuiden en het oosten van Afghanistan overnemen. Nederland, Groot-Brittannië en Canada hebben interesse getoond in zo’n missie. Het is voor de Amerikanen van belang dat de publieke opinie in deze landen de oorlogsmissies steunt. Verhalen over hardhandig Amerikaans optreden zijn daarbij niet behulpzaam.
De Amerikanen hadden de Navo beloofd de gevaarlijkste provincies vóór april schoon te vegen, maar dat lukt niet. Met grote regelmaat worden gevechtspatrouilles de bergen en valleien in gestuurd, maar Taliban worden zelden gevonden. Tijdens de gevechtsmissies wordt het radioverkeer van de Taliban onderschept. De Taliban weten dat, maar blijven vrolijk verder communiceren. Terwijl de radio’s kraken van de Taliban-berichten houden ze zich schuil als ze een Amerikaanse overmacht zien aan komen. Ze slaan pas toe als het hún uitkomt. Dat leidt tot frustratie bij de Amerikanen. Op de Amerikaanse bases in Kaboel en Bagram is de sfeer grimmig als het over de Taliban gaat: het zijn lafaards en je moet ze als lafaards behandelen, is de teneur. «Als je ze eenmaal te pakken hebt, kun je ze maar het beste doden», legt een onderofficier ons uit. Elk respect voor de tegenstander is verdwenen, met alle gevaar van dien voor het begaan van oorlogsmisdaden. In de Australische reportage over de lijkverbranding zegt een van de militairen die staat te kijken hoe de vlammen de lijken kromtrekken: «Wow, moet je het bloed zien dat uit zijn mond komt, fucking straight death metal.»
De ophef die de lijkverbranding veroorzaakte, toont hoe makkelijk de publieke opinie in Navo-landen kan omslaan als het ge frustreerde cowboygedrag van Amerikaanse militairen in beeld wordt gebracht. De reportage werkt als een spiegel. De Nederlanders, Britten en Canadezen die het wellicht van de Amerikanen gaan overnemen komen uiteindelijk immers in dezelfde uitzichtloze situatie terecht. «Tsja», zegt de onderofficier die het liefst elke Taliban-strijder zou doden, «de meesten van ons zijn al meer dan een jaar van huis. Ik ben zelf in anderhalf jaar tijd één week in de VS geweest. Na een half jaar verslapt je concentratie. Dan word je een beetje gek. Zeker als die gasten steeds voor je wegrennen terwijl je weet dat ze er zijn.»

Het gaat niet goed met de oorlog in Afghanistan, zo blijkt uit de stijging van het aantal gesneuvelde Amerikaanse militairen. Sinds het begin van Operation Enduring Freedom op 7 oktober 2001 verloren de Amerikanen in Af ghanistan 247 troepen. De belangrijkste ge vechtsacties vonden eind 2001 en begin 2002 plaats. In de laatste maanden van 2001 sneuvelden twaalf militairen, in heel 2002 waren dat er 43. Pas toen Afghanistan onder controle was, liepen de dodenaantallen op. Dat is het kenmerk van een succesvolle guerrillaoorlog: de vijand hergroepeert, sterkt aan en begint een zenuwslopende campagne van terreur en kleine, zeer dodelijke aanvallen tegen de bezettende troepen. In 2003 vielen 47 Amerikaanse doden, vorig jaar 52. Dit jaar is het zwartste uit de Amerikaanse operatie: 93 doden, and counting. De Taliban zijn actiever dan ooit en voeren regelmatig aanvallen uit in de provincies die grenzen aan Pakistan.
Ook gebieden die bekend stonden als relatief veilig worden nu geteisterd door hinderlagen en aanslagen met IED’s. In de noordelijke stad Mazar-i Sharif, waar een Nederlands mariniersbataljon is gelegerd, werd deze week bij een aanval een Britse militair gedood en raakten er vijf gewond. Het zijn berichten die de Nederlandse media niet halen. Evenmin wordt hier melding gemaakt van het toenemende aantal zelfmoordaanslagen van de Taliban. In de zuidelijke en oostelijke provincies worden regeringsgezinde geestelijken, politiecommandanten en gouverneurs opgeblazen. Ook hulpverleners zijn doelwit. Begin oktober werden er vijf doodgeschoten vanuit een hinderlaag nabij Kandahar.
In de winter stopt het vechten in Afghanistan. In maart, als de sneeuw begint te smelten, komt de strijd weer op gang. Er zijn aanwijzingen dat Taliban-strijders tijdens de gevechtspauzes naar Irak reizen, via de smokkelroutes voor heroïne die door Iran lopen. In september interviewde Newsweek twee Taliban-commandanten die vertelden dat ze getraind werden in Fallujah. Volgens het Af ghaanse ministerie van Defensie is er een toename van Arabische strijders in de Taliban-gelederen. Afgelopen maand sprak het Franse persbureau AFP met ex- CIA-agent Milton Bearden. Hij wees erop dat zelfmoordaanslagen nooit voorkwamen in de Afghaanse oorlogvoering. Ook viel het hem op dat er steeds meer aanslagen met IED’s werden gepleegd en dat die steeds dodelijker werden. Allemaal geleerd in Irak, denkt hij: «Dat kan erop wijzen dat ons grote, grote problemen staan te wachten in Afghanistan. We zouden ons meer zorgen moeten maken over Afghanistan, maar er is natuurlijk ook oorlog in Irak.» De Britse ISAF-kolonel die ons een glorieuze briefing geeft over het ANA, kijkt opeens minder vrolijk als we de Iraakse contacten van de Taliban ter sprake brengen. Hij weigert daarover iets te zeggen.
Volgens de Pakistaanse schrijver en journalist Ahmed Rashid, die ruim twintig jaar lang de Afghaanse oorlogen versloeg en een gezaghebbend boek over de Taliban schreef, is duidelijk dat de Taliban bezig zijn met een comeback. «Ze hebben betere wapens en zijn beter georganiseerd. Hun tactieken zijn dodelijker en hun oorlogvoering lijkt inderdaad steeds meer op die in Irak», vertelt hij ons. «Natuurlijk zijn ze naar Irak gereisd. Daar halen ze inspiratie en steun vandaan. Het is niet voor niets dat die berichten nu opduiken. De inlichtingendiensten maken zich zorgen en beginnen te lekken naar de pers.» Volgens Rashid heeft de internationale gemeenschap het aan zichzelf te danken: «De aandacht is gericht op Irak. Afghanistan wordt opnieuw vergeten. Er is geen coherent plan om de staat weer op te bouwen. Veel Afghanen zagen de aankondiging van de terugtrekking van Amerikaanse troepen als verraad. Net als in 1989, toen de VS Afghanistan ook in de steek lieten bij de inval van de Russen.»
De Navo heeft nog niet officieel besloten de Amerikaanse troepen af te lossen die worden teruggetrokken. Niet alle lidstaten voelen er voor. Momenteel voert de Navo het bevel over ISAF, de internationale stabilisatiemacht voor Afghanistan. Maar het relatief vreedzame werk waarmee ISAF zich bezighoudt, is in een provincie als Uruzghan onmogelijk. Daar is het oorlog. Afgelopen week beschreef de Amerikaanse krant The Christian Science Monitor hoe de Amerikanen de Taliban verleiden tot gevechten. Er worden kleine eenheden uitgezonden die door numeriek sterkere Taliban-groepen worden aangevallen. De Amerikanen proberen het lang genoeg vol te houden totdat versterkingen en luchtsteun zijn gearriveerd. Dat leidt tot urenlange vuurgevechten waarbij veel slachtoffers vallen, ook onder de Amerikanen.
Eén zo’n gevecht rond een dorp in Uruz ghan werd een bloedige veldslag, die tot in de details wordt beschreven in The Christian Science Monitor:
«De missie neemt een dodelijke wending. (…) Sergeant Schafer trapt de deur open, stapt naar binnen en er barst geweervuur los. Schafer wordt geraakt, maar sterft niet onmiddellijk. Hij duwt zijn teamleider, sergeant Brian Hooper, uit de deuropening voordat hij neervalt. (…) Op een gegeven moment klinkt een enorme explosie in een huis vlakbij. Misschien een poging van de Taliban om een wapen opslagplaats te vernietigen. Een Taliban-strijder probeert van het exploderende dak te springen en landt in een boom. Velez schiet hem dood.»
Het is de vraag met welke intentie een eventuele Nederlandse troepenzending naar Uruzghan zou plaats vinden. Nederland doet al veel in Af ghanistan. Naast het mariniersbataljon in Mazar-i Sharif bemant Nederland in Pol-i Khomri, eveneens in het noorden, een Provinciaal Reconstructie Team (PRT). PRT’s zijn bedoeld om veiligheid te bieden en te helpen bij de wederopbouw. In Kaboel zijn meer dan honderd Nederlandse luchtmachtmilitairen gelegerd ter ondersteuning van vier Nederlandse F16-straaljagers. En in het zuiden, in de provincie Kandahar, is een Nederlandse special forces-taakgroep (245 commando’s en mariniers) actief. In Nieuwe Revu liet de regionale politiecommandant zich onlangs smalend uit over de Nederlandse special forces. «Ze rijden rondjes in de woestijn», zei hij. Hij zag liever dat ze hun kamp dichter bij de Pakistaanse grens plaatsten, zodat ze het gevecht konden aangaan met infiltrerende Taliban-strijders.
Bij een eventuele missie in Uruzghan wordt het geen rondjes rijden. Daar zal flink gevochten moeten worden. Zelfs als de missie in de wederopbouwende geest van ISAF zou zijn. Het wemelt er nu eenmaal van de Taliban en pas als die zijn uitgeschakeld, hebben hulp en reconstructie een kans. Uruzghan is het hol van de leeuw. Het wordt door de Amerikanen aan geduid als «een soort Taliban-hoofdkwartier». «We hebben daar inderdaad een Provinciaal Reconstructie Team zitten», vertelt een Amerikaanse _public affairs-_officier. «Maar er worden vooral gevechtsmissies uitgevoerd.»
Was minister Kamp op de hoogte van de ernstige situatie in Uruzghan toen hij zich geïnteresseerd toonde in de stationering van Nederlandse troepen in Uruzghan?
Kamp wilde vrijdag een uitspraak van de ministerraad over doorgang van de missie, zodat de militairen zich zouden kunnen voorbereiden. Zijn plannen hielden in dat naar Uruzghan een landmachtbataljon (zevenhonderd man) en Apache-gevechtshelikopters (honderd man) gestuurd zouden worden. Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken heeft dat echter verhinderd. Buitenlandse Zaken vindt de tijd niet rijp om een beslissing te nemen over opnieuw een riskante missie. Het ministerie wil eerst een goede analyse van de risico’s die aan de uitzending zijn verbonden. Ook de Britten houden zich op de vlakte. Ze sluiten het zenden van troepen naar de zuidelijke provincie Helmand niet uit, maar een besluit is nog niet genomen. Inmiddels zijn Canadese troepen gestationeerd in Kandahar. De Canadese minister van Defensie Graham brengt, in tegenstelling tot zijn Nederlandse collega, de gevaren van de missie duidelijk naar voren. Het lijdt geen twijfel, zei hij onlangs, dat de nieuwe missie «meer het karakter van een gevechtsmissie zal hebben».

In Kaboel wordt het trainingscentrum van het Afghaanse Nationale Leger (KMTC) zwaar bewaakt. Hier vond eind september een zelfmoordaanslag plaats. Een man reed met zijn motor in op de militairen die buiten de basis stonden te wachten om in bussen te stappen, en blies zichzelf op. Negen doden en 27 gewonden. Het was voor het eerst sinds de Amerikanen de controle kregen over Afghanistan dat de Taliban de oorlog naar de hoofdstad brachten. Een jonge onderofficier was erbij: «Mijn broer was net in een van de bussen gestapt. Ik zat in een personenauto en we reden weg. Toen hoorden we de explosie. Het was verschrikkelijk. Overal lijken en lichaamsdelen. Mijn broer heeft geluk gehad. Hij mankeerde niks.» Een Italiaanse ISAF-officier die met zijn manschappen een minuut na de explosie ter plekke was, wringt zijn handen en schudt zijn hoofd als hem gevraagd wordt wat hij aantrof. Hij heeft ons zojuist uitgenodigd de lunch te gebruiken op de ISAF-basis, tegenover het trainingscentrum. «Dat is niet te beschrijven», zegt hij. «Ik probeer het te vergeten.» Sinds de zelfmoordaanslag op het KMTC heeft de oorlog Kaboel niet meer verlaten. Op onze dag van aankomst werd de stad beschoten met vier raketten. Er viel een zwaargewonde. Afgelopen week werden zes Afghaanse burgers gedood bij een aanval op een Amerikaans militair konvooi met RPG’s (raketaangedreven granaten) net buiten Kaboel.
Brigade-generaal Ghulam Sakhi Asifi vindt het maar niks dat het weer gaat over de aanslag op zijn trainingscentrum. «Kaboel is nog lang geen Bagdad», zegt hij smalend. «Het is oorlog. Deze dingen gebeuren. De mullah heeft met de mannen gepraat die de aanslag overleefden. Het is moeilijk voor ze, maar ze moeten beseffen dat dit nog wel eens kan gebeuren.» Generaal Asifi traint manschappen en onderofficieren van het ANA om ze zo goed mogelijk voor te bereiden op de strijd tegen de Taliban. «Het ANA is niet in het leven geroepen om tegen buurlanden te vechten», zegt hij. «Het is duidelijk wie onze vijand is. Die bevindt zich deels binnen onze eigen grenzen.» Op vragen over de infiltraties vanuit Pakistan, dat volgens veel Afghanen de Taliban een goed hart toedraagt, gaat hij niet in. Dat is politiek, en hij heeft van de Amerikanen geleerd dat een moderne Af ghaanse generaal zich daarmee niet mag inlaten, zegt hij: «Ons leger is meer dan een gewapende macht. We zorgen ervoor dat in alle eenheden een verdeling van etniciteiten is zoals die ook in Afghanistan bestaat. De manschappen komen hier binnen als Pashtun, Tadzjiek, Turkmeen of Hazara, maar de training is zo zwaar dat ze geen tijd hebben voor etnische rivaliteit. Het leger maakt ze tot Afghaan.»
Het Afghaanse leger is onmisbaar bij het bestrijden van de Taliban. De officieren, die vaak eerder gevochten hebben in mudjahedienmilities of het pro-Russische oude Af ghaanse regeringsleger, kennen de tactieken van de Afghaanse oorlogvoering. En zij kunnen de bevolking in het zuiden en het oosten ertoe bewegen inlichtingen te verschaffen aan de Coalitietroepen. De Amerikanen gaan steevast op patrouille vergezeld van ANA-een heden. Ook de Nederlanders in Uruzghan zouden, áls ze gaan, niet buiten het ANA kunnen. Het is onbekend of daartoe plannen zijn ontwikkeld. Veel ervaring hebben de Hollanders niet met het Afghaanse leger. De samenwerking tussen ANA en ISAF begint nu pas langzaam op gang te komen.
De oprichting van het ANA wordt door de Coalitie gepresenteerd als een succesverhaal. In zekere zin is het dat ook. De etnisch gemengde eenheden hebben een stabiliserende functie, en omdat de meeste ANA-militairen dienen in gebieden ver van hun eigen dorpen zijn ze minder vatbaar voor nepotisme en corruptie. Maar die afstand is tegelijkertijd een probleem. Het desertiepercentage is enorm. Afghanistan kent geen banksysteem. Als de militairen hun soldij krijgen, zien ze vaak geen andere mogelijkheid om het geld bij hun gezinnen te bezorgen dan hun eenheid in de steek te laten en op pad te gaan. Doorgaans keren ze weer terug, maar zulke acties dragen niet bij aan de gevechtskracht van het ANA. Vaak krijgen de troepen hun soldij veel te laat. Een soldaat verdient zeventig dollar per maand. Dat is de gemiddelde prijs van de huur van een appartement in Kaboel.
«De lage salarissen en de uitbetaling zijn een probleem», geeft de Britse kolonel toe die ons over het Afghaanse leger onderhoudt. «We werken eraan.» Maar schrijver/journalist Ahmed Rashid is niet onder de indruk: «Momenteel wordt het ANA volledig betaald door het Pentagon. Wat zal er gebeuren als de VS zich steeds meer terugtrekken? De Af ghaanse regering kan het ANA absoluut niet bekostigen. Bovendien: als niet snel ernst wordt gemaakt met politieke en sociale hervormingen zie ik het ANA óók vervallen tot corruptie en militiegedrag. Je kunt onmogelijk een smetteloos, modern leger handhaven in een buitengewoon corrupte samenleving.»
Volgens Ahmed Rashid heeft een eventuele Navo-missie met ISAF-troepen in het zuiden en oosten van het land pas zin als de onenigheid binnen de Navo is opgelost: «Er moet echt eenheid zijn in de operaties, anders maken de Taliban en al-Qaeda-elementen gebruik van de verdeeldheid.» Volgens Rashid is dat onderdeel van de Afghaanse oorlogvoering. De snelle ineenstorting van het Taliban-verzet in oktober en november 2001 werd vooral veroorzaakt door de verdeeldheid onder de commandanten, waar milities van de Noordelijke Alliantie (het monsterverbond van Afghaanse Taliban-tegenstanders onder leiding van Ahmed Shah Masoed) handig gebruik van maakten. «Afghanen weten als geen ander zoiets uit te buiten.» Ook zonder steun van de bevolking is een Navo-missie in oorlogsgebied gedoemd te mislukken, stelt hij: «Er is al veel schade aan gericht door de Amerikaanse manier van optreden. Al tijden lang zijn elementen van de Amerikaanse krijgsmacht op drift. Zeker in moeilijk begaanbare gebieden, waar ze niet gecontroleerd kunnen worden.» Als afschrikwekkend voorbeeld noemt hij Uruzghan. Alle missies van de daar gestationeerde special forces zijn geheim. Er is geen enkele onafhankelijke controle op hun handelen.

De Australische documentairemaakster Carmela Baranowska bezocht Uruzghan in 2004 en maakte er de documentaire Taliban Country, die de Walkley Award (de Australische pendant van de Pulitzer Prize) kreeg. «De provincie Uruzghan is zo afgelegen en gevaarlijk dat de Afghaanse overheid, de Verenigde Naties en hulporganisaties hier niet aanwezig zijn», begint haar documentaire. Ze reisde drie weken mee met een Amerikaanse marinierseenheid die samenwerkte met de militie van de lokale gouverneur. Op hun zoektochten naar de Taliban traden de troepen hard op tegen de bevolking. Mannen werden zonder duidelijke reden meegenomen voor verhoor. Pas toen Baranowska op eigen houtje terugging, omdat ze het gevoel kreeg dat de Amerikanen haar slechts lieten zien wat het daglicht kon verdragen, bleken de gevolgen van de mariniers missies. Dorpelingen vertelden haar verhalen die inmiddels bekend klinken: mannen werden meegenomen voor verhoor, opgesloten in containers en gedwongen zich uit te kleden voor het oog van lachende mariniers. Hun genitaliën werden betast, er werden vingers in hun anus geschoven. En er werden foto’s gemaakt. Uit een van de dorpen die ze bezocht waren hele gezinnen vertrokken richting Pakistaanse grens. Uit schaamte of uit angst om op dezelfde eerloze wijze te worden behandeld.
Na het uitkomen van haar documentaire stelden de Amerikanen een onderzoek in naar de praktijken van de marinierseenheid. Baranowska riep op tot een onafhankelijk onderzoek. «Dat is er nooit gekomen», meldt ze vanuit Australië. «De resultaten van het Amerikaanse onderzoek zijn nooit bekendgemaakt.» De enige aanwijzing dat er actie is onder no men, is een verhaal in de Marine Corps Times van 11 oktober 2004. Op het omslag staat een foto van luitenant-kolonel Asad «Djengis» Khan, de Pakistaans-Amerikaanse commandant van het mariniersbataljon dat huishield in Uruzghan. «Ontslagen!» staat er met koeienletters boven. Uit het verhaal blijkt dat Khans ontslag meer te maken had met onenigheid onder marine bazen dan met de behandeling van de lokale bevolking. Die beschuldigingen worden in het blad door onderzoekers van de marine gerechtvaardigd als «medische controles».
De Amerikaanse mariniers hebben met hun optreden de bevolking tot vijand gesmeed. Dat maakt de operationele omstandigheden voor Nederlandse troepen in Uruzghan nog gevaarlijker dan ze al zijn. Aan het eind van de documentaire zegt een man met een zwarte baard: «Die Amerikanen die hier zijn gekomen, of ze nu uit zichzelf komen of zijn gestuurd door de internationale gemeenschap, dragen wapens en ze doen ermee wat ze willen.» Om hem heen zitten mannelijke dorpelingen. «We kunnen het niet meer accepteren», zegt hij. «Onze mensen voelen zich gedwongen hun spullen te pakken en te vertrekken. Als ik moest vertrekken, ik zweer je, ik zou niet geïnteresseerd zijn in het leiden van een normaal leven. Ik zou weten waar ze te vinden en ik zou ze doden. Jullie zijn degenen die verantwoordelijk zijn. Jullie vernederen onze ouderen, mijn stam, mijn land. Opnieuw brengen jullie geweld naar mijn Afghanistan. En de Coalitietroepen zullen daarvoor de verantwoordelijkheid dragen.»