De voorzichtige hoop van Naomi Klein

‘Utopisme hangt in de lucht’

In Naomi Kleins laatste boek No Is Not Enough komt al haar eerdere werk samen. Ze schreef het in sneltreinvaart omdat ze het wilde uitbrengen voor een grote ramp de VS treft. ‘We moeten de trends begrijpen die Trumps opkomst mogelijk hebben gemaakt.’

Medium gettyimages 488072134
Naomi Klein – ‘Ik zie Trump als dystopische fictie die uit­gekomen is’ © Emma McIntyre / Getty Images

Sinds Naomi Klein in 1999 de bestseller No Logo publiceerde, is ze vaste klant op mondiale lijstjes van ‘invloedrijkste’ of simpelweg ‘beste’ publieke intellectuelen – naast figuren als Noam Chomsky, Slavoj Žižek, Peter Sloterdijk en Niall Ferguson. Vaak is ze de eerste, soms zelfs de enige vrouw op dergelijke lijstjes, maar dat is bij lange na niet de enige manier waarop ze zich onderscheidt van andere denkers. Klein is niet afkomstig uit academia. Ze is een sociaal geëngageerde onderzoeksjournalist wier scherpe, originele analyses haar een van ’s werelds voornaamste critici van corporate kapitalisme maken. Gevraagd zichzelf kort te omschrijven zegt ze: ‘Ik ben een schrijver en ook een beetje een activist.’

Dat laatste zit letterlijk in haar dna. Naomi Klein groeide op in een familie van activisten. Uit protest tegen de oorlog in Vietnam verhuisden haar Amerikaanse ouders in 1967 naar Canada, waar ze in 1970 werd geboren. Kleins moeder is een feministische filmmaker, vooral bekend om haar film Not a Love Story, een aanklacht tegen pornografie. Haar vader is arts, haar grootouders van vaders zijde waren communisten.

Als tiener was dit activisten-gen echter nog niet geactiveerd. Als zoveel Noord-Amerikaanse kids in de jaren tachtig hing Klein graag in winkelcentra rond, verlangend naar de aldaar geëtaleerde merkkleding. Dat veranderde op haar zeventiende, toen haar moeder na een beroerte zwaar gehandicapt raakte, en Naomi – met haar vader en broer – een jaar lang voor haar zorgde. Gedurende dat jaar begon haar transformatie richting de eigenzinnige denker die ze nu is. ‘De enige manier om consumentisme en ijdelheid een gezonde plek in mijn leven te geven, hoewel ik er nooit geheel vanaf zal komen, was door geïnteresseerd te raken in andere dingen’, zei ze in 2000 in een interview met The Guardian over die periode.

Die belangstelling voor ‘andere dingen’ leidde onder meer tot haar eerste boek, No Logo. Daarin deed ze verslag van de wijze waarop de grote merknamen, de corporate superbrands, beslag begonnen te leggen op de publieke ruimte. Tevens documenteerde ze de eerste tekenen van verzet tegen de almaar groeiende macht van het bedrijfsleven. Kleins timing kon niet beter: het boek voer mee op de golf van massaprotesten die na de Wereldhandelsconferentie in Seattle (1999) plaatsvonden. Waar regeringsleiders ook bijeenkwamen – of het nu G8-bijeenkomsten of onderhandelingen over handelsverdragen betrof – overal werden ze begroet door vertegenwoordigers van wat nog het beste kan worden omschreven als een ‘luidruchtige tegencultuur’: andersglobalisten, milieuactivisten, socialisten, vakbondsleden en mensenrechtenactivisten. Ze hadden met elkaar gemeen dat No Logo hun bijbel was.

Zo onderscheidt Klein zich van andere publieke intellectuelen: ze beschrijft, analyseert en reikt oplossingen aan, zonder ooit enig ‘isme’ te omarmen – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Žižek (communisme), David Graeber (anarchisme) of Chomsky (libertarisch socialisme). In The Shock Doctrine (2007) beschreef ze hoe burgers vaak privatiseringen en andere ‘vrijemarktoplossingen’ krijgen opgedrongen vlak nadat zich een ramp of een schokkende gebeurtenis heeft voorgedaan. Ook in This Changes Everything (2014) bood Klein een aaneenschakeling van analyse, commentaar en reportages uit de hele wereld, ditmaal om te illustreren dat klimaatverandering en kapitalisme een desastreuze combinatie zijn – en dat onze politieke leiders die combinatie niet uit eigen beweging zullen opbreken. ‘Dat is aan ons’, schreef ze.

Al Kleins werk – niet alleen haar boeken, ook haar artikelen en speeches – kun je lezen als een aanklacht tegen de mondiale elites, of specifieker: tegen zowel de corporate elites als de politieke elites, die de praktijken van de eerste mogelijk maken. Meteen de dag na de verkiezingsoverwinning van Donald Trump klom ze in de pen voor zo’n aanklacht. In een vlammend artikel in The Guardian bekritiseerde Klein het establishment van de Democratische Partij, dat met zijn omarming van neoliberalisme volgens haar verantwoordelijk was voor het electorale debacle. ‘Dat wereldbeeld – belichaamd door Hillary Clinton en haar machine – is geen partij voor Trump-style extremisme. De beslissing om het ene tegenover het andere te stellen is wat ons lot heeft bezegeld. Kunnen we alsjeblieft van die fout leren?’ Ze eindigde het stuk in typische Naomi Klein-stijl, namelijk met een oproep tot actie: ‘Dus laten we zo snel mogelijk uit deze schok geraken om een radicale beweging te bouwen die wel een oprecht antwoord heeft op de haat en angst die de Trumps van deze wereld vertegenwoordigen.’

En toen werd het enkele maanden stil rond Klein. Begin juni van dit jaar werd duidelijk waarom: ze had in rap tempo een boek geschreven, No Is Not Enough, een synthese van al haar eerdere werk gezien door de lens van Trump. ‘Ik heb het eerlijk gezegd zo snel geschreven omdat ik het wilde uitbrengen voordat een grote ramp de VS treft.’

Het is alsof Klein met het boek haar gelijk wil halen: al haar ideeën, verspreid over een kleine twintig jaar, lijken in de verkiezing van Trump te zijn samengekomen. ‘Dat was niet mijn bedoeling’, haast ze zich te zeggen. ‘Eerst wilde ik lezers ervoor waarschuwen wat Trump en zijn mensen zullen doen als ze de kans krijgen om een grote schok uit te buiten. Maar toen realiseerde ik me dat ook veel uit No Logo relevant is: Trump is eerst en vooral een merk. Je kunt niet zijn relatie met zijn kiezers begrijpen – en hoe hij wegkomt met zijn incompetentie, corruptie, racisme en misogynie – zonder begrip van het pact tussen lifestyle brands en hun consumenten en de wijze waarop dat de wereldeconomie in de jaren negentig heeft getransformeerd. En dan is er ook nog klimaatverandering. Zo werd het boek een beetje een mixtape.’

U vindt Trumps verkiezing geen schok, maar een verschrikking. Kunt u dat toelichten?

‘Een schok is iets externs dat je wereld verscheurt. We hebben allemaal het racisme, de misogynie en de xenofobie gezien, dus wie nu roept “I am shocked!”, verklaart zichzelf onschuldig, alsof hij er niets mee te maken heeft. Ik zie Trump als dystopische fictie die uitgekomen is. Het is de verschrikking van herkenning. Natuurlijk zou Amerika Donald Trump als de corporate president kiezen.’

De opening voor deze ‘verschrikking’ werd volgens u in de jaren negentig gelegd.

‘Het is goed om ons te herinneren dat nog helemaal niet zo lang geleden een grote progressieve, internationale beweging bestond – meestal de antiglobaliseringsbeweging genoemd – die de strijd aanging met de logica achter vrijhandel en globalisering. Ik was daar onderdeel van en het ging ons vooral om wat we corporate rule noemden: de regels van de wereldeconomie werden herschreven in het belang van een kleine groep machtige bedrijven. De democratie werd uitgehold. Ja, zeker, je kunt nog stemmen, maar de belangrijkste beslissingen voor jouw leven worden uitbesteed aan instituties waarover je geen controle hebt.

‘De zorg is een ánder terrein waarop de regering-Trump haar totale disrespect voor de levens van haar burgers toont’

Het feit dat neoliberale, centrische partijen in Noord-Amerika en Europa zich hard maakten voor dergelijke verdragen liet ruimte open voor figuren als Trump, Marine Le Pen en Nigel Farage. Zij konden zeggen: “Wij voelen je pijn en wij kunnen je weer controle over je leven teruggeven.” En helaas viel de beweging die hiertegen had willen vechten na 9/11 uit elkaar.’

Waarom was juist 9/11 het keerpunt?

‘In het Westen begonnen leiders onmiddellijk onze beweging in verband te brengen met terrorisme. Een paar maanden eerder was er een enorm anti-neoliberaal straatprotest geweest tijdens de G8-summit in Genua dat zo’n driehonderdduizend mensen op de been had gebracht. Meteen na 11 september zei Silvio Berlusconi: “Dit zijn dezelfde krachten als waarmee we in Genua te maken hadden.” Dat kon hij deels ook doen omdat er gevechten met de politie waren geweest. Er was geen geweld tegen mensen, maar er was wel eigendom vernietigd.

De beweging was een brede coalitie die mensen uit het hele politieke spectrum bijeenbracht, van anarchisten tot traditionele vakbonden. Toen de meer institutionele delen van die coalitie besloten dat ze niet meer met quasi-terroristen wilden worden geassocieerd, viel ze uiteen. Als dat niet was gebeurd, had Donald Trump de aldus ontstane ruimte nooit kunnen exploiteren.

Buiten Europa en Noord-Amerika liet men zich niet intimideren door 9/11. In sommige Latijns-Amerikaanse landen kwam links aan de macht en was men zelfs in staat om de invloed van neoliberale instituties in te dammen. Perfect waren die landen niet. In This Changes Everything was ik behoorlijk kritisch op landen als Venezuela en Bolivia, wat in essentie olie- en gasstaten waren. Daardoor konden ze belangrijke inkomensverdelingen doorvoeren. Maar wat heb je eraan als de olie- en gasprijzen instorten?’

Wat vindt u van de beslissing van de Verenigde Staten om uit het klimaatverdrag van Parijs te stappen?

‘Dat was in essentie een pr-beslissing ten faveure van het merk Trump. De regering-Trump had al besloten zich niets van dat verdrag aan te trekken – veel meer dan een richtlijn die de VS wilden aanhouden middels Obama’s Clean Power Plan was het toch niet. Dus ook als de VS wel in het verdrag waren gebleven, had dit gedrag ertoe kunnen leiden dat andere landen zouden zeggen: “Dan hoeven wij ons er ook niet aan te houden.”

Ik denk dat de landen die in het verdrag zijn gebleven zich nu geroepen voelen om juist meer te doen. Dat hebben we in ieder geval binnen de VS gezien op het niveau van staten en steden. De dag nadat Trump het terugtrekken uit “Parijs” verkondigde, verklaarde de burgemeester van Pittsburgh dat de stad streeft naar een volledig hernieuwbare energievoorziening in 2035. Honderden steden hebben zich inmiddels verbonden aan de doelen van Parijs, terwijl staten als New York en Californië zelfs ambitieuzere doelstellingen hebben omarmd.

Iets vergelijkbaars zie ik gebeuren in de zorg, een ander terrein waarop de regering-Trump haar totale disrespect voor de levens van haar burgers heeft getoond. In reactie daarop is er nu een serieuze beweging voor een single payer system (zorgstelsel waarin de overheid de rol overneemt van commerciële zorgverzekeraars – mvg). We moeten nog ambitieuzer worden, maar ik zie dat mensen opstaan en dat is zo opwindend.’

Tegelijkertijd hoor je: als we maar van Trump af komen, als we maar weer een Democraat in het Witte Huis krijgen. Kunt u zich daarin vinden?

‘Wat me zorgen baart is niet zozeer dat mensen gewoon van Trump af willen en Democraten willen kiezen, maar het gepraat over “We hebben Oprah nodig”, of Mark Zuckerberg, god verhoede, of Michael Bloomberg. Het is tijd om het celebrity-model voor politici te verwerpen, of het nou Donald Trump of Barack Obama is.

Trump is niet de crisis. Hij is een symptoom van de crisis. Er zijn ergere versies van Trump te vinden – nog racistischer, nog gewelddadiger. We moeten hem niet behandelen als een of andere buitenaardse interventie in de Amerikaanse psyche. Zijn producten worden misschien niet in Amerika gemaakt, maar Donald Trump was gemaakt in Amerika. Hij is de culminatie van een groot aantal gevaarlijke ideeën die in dit land hebben postgevat – van Amerikaans exceptionalisme tot blank suprematisme – en daarom moeten we de onderliggende trends begrijpen die zijn opkomst mogelijk hebben gemaakt.’

‘Ik hoop dat progressieven inspiratie putten uit de wederopstanding van het Britse Labour onder Corbyn’

Om die ideeën definitief te verslaan, moet je er ideeën tegenover kunnen stellen. Zijn die ideeën er?

‘Er hangt utopisme in de lucht, maar het is moeilijk om tot een concreet platform te komen. Links is versplinterd in veel verschillende groeperingen en bewegingen, en we zijn het niet meer gewend om samen te komen en de vraag te stellen: wat willen we eigenlijk? Daarom was het fascinerend om in Canada aan het Leap Manifesto te werken, een krachtig politiek document dat uiteindelijk door honderden organisaties is omarmd – waaronder de grootste vakbond en een grassroots-groep als No One Is Illegal – en dat volop gebruikt wordt om politici op alle niveaus onder druk te zetten. Het was moeilijk, maar het lukte ons om een visie te articuleren die veel uitgesprokener is dan wat tijdens de laatste federale verkiezingen werd geboden.

Na Occupy was er de terechte kritiek: we weten waar jullie tegen zijn, maar waar zijn jullie voor? Dat begint nu te veranderen. Een beweging als Black Lives Matter heeft nu een eigen visionair platform, A Vision for Black Lives, dat alle aspecten van het leven van kleurlingen raakt en dus veel verder gaat dan bijvoorbeeld hervorming van het strafrechtsysteem.

Hoe geweldig zou het niet zijn als in de volgende verkiezingscyclus nieuwe kandidaten opstaan met een duidelijk gearticuleerde visie? Ik verwacht dat dit in de Verenigde Staten vooral op lokaal niveau gaat gebeuren, waar het makkelijker is om de goed gefinancierde campagnes van de grote partijen te verslaan. In Jackson, Mississippi, versloeg een door Bernie Sanders ondersteunde kandidaat de zittende burgemeester. In Brooklyn is er goede kans dat een zwarte socialist de establishment-Democraat uit het stadsbestuur werkt.

Steeds gaat het om kandidaten met een heldere progressieve visie, in plaats van een of andere charismatische figuur met celebrity-status.’

Verandering komt vaak van de jongste generatie. Wat verwacht u van de millennials en generatie Z?

‘Ik denk dat mijn generatie de zwaarste dosis ideologische indoctrinatie door het neoliberale project te verstouwen heeft geregen: het idee dat de vrije markt de enige route naar geluk en welvaart is – en dat er geen alternatief is, laat staan dat dit politiek haalbaar zou zijn. Maar sinds 2008 is die ideologische agressie op de terugtocht. Wie als tiener de financiële crisis heeft meegemaakt, heeft nog wel te maken met neoliberale beleidskeuzes, maar zonder de meedogenloze marketing. En de campagnes van Bernie Sanders en Jeremy Corbyn hebben hun voorstellingsvermogen vrijer gemaakt dan die van de oudere generaties, ook al hebben ze nooit iets anders meegemaakt dan de neoliberale orde.’

De Amerikaanse elites wilden of konden zich niet verweren tegen het merk Trump. Kunnen ze daartoe gedwongen worden?

‘Eerst zagen we hoe Corporate America doet wat het altijd doet: achter de nieuwe president staan, want daar ligt de macht, en kijken of ze kunnen krijgen wat ze willen: lage belastingen, minder reguleringen. Het is aan ons om bedrijven te laten voelen dat zo’n houding gevolgen heeft. Een van de eersten die dit ervoer, was Elon Musk van Tesla. Die had zich altijd geprofileerd als milieuvriendelijke entrepreneur, een groene redder, en opeens zat hij in een task force voor Trump, een klimaatontkenner, en roemde hij de keuze voor oud-Exxon-topman Rex Tillerson als minister van Buitenlandse Zaken. Toen hij de negatieve reacties zag van zijn klanten, wist hij niet hoe gauw hij moest terugkrabbelen. Oprecht was het niet, het was puur een economische calculatie, maar de druk werkte wel.’

Dus u ziet nog redenen voor optimisme?

‘Er is altijd hoop. Maar ik ben niet bijzonder optimistisch niet voor deze planeet, niet voor zijn bewoners. Ik zie nog wel een smal pad en het is aan ons om dat te verbreden. Ik hoop dat progressieven inspiratie putten uit de wederopstanding van de Britse Labour Party onder Jeremy Corbyn. Het zegt wat dat ik dit jaar de internationale spreker op hun partijconferentie mocht zijn, een plek die voorheen voor mensen als Hamid Karzai en Bill Clinton werd gereserveerd.

Het schijnt dat Tony Blair uw speech geweldig vond.

(lacht) ‘Ik weet zeker dat hij hem absoluut heeft verafschuwd.’