Wisselcolumn

V.S. Naipaul, altijd dwarsligger

Zuinig waren de Hollandse reacties op het nieuws dat V.S. Naipaul de Nobelprijs voor literatuur had gewonnen. Die Naipaul — uit «een Aziatische immigrantengemeenschap op een klein plantage-eiland in de Nieuwe Wereld», zoals hij in Reading & Writing schrijft — was toch die «multiculturele brombeer», zo’n reactionaire, ja zelfs racistische schrijver die de Britse Conservatieven rechts inhaalde en Labour keer op keer kapittelde?

De schrijver gereduceerd tot een handvol meningen. Alsof Naipauls romans en reisboeken slechts kantlijncommentaar vormen op De Politieke Actualiteit; alsof de literatuur zelf niets essentieels te melden heeft over de verstrengeling van het persoonlijke en het politieke. Bijna alle kranten verwezen naar Naipauls reisboek over Indonesië, Iran, Pakistan en Maleisië Beyond Belief (1997), een vervolg op Among the Believers (1981), waarin hij de islam niet spaart. En inderdaad, in zijn proloog omschrijft hij de islam als «een godsdienst die imperiale eisen stelt». Dat is niet gering, maar er is meer. Waar hij ook kwam in de Aziatische moslimstaten werd Naipaul getroffen door de systematische verwoesting van het nationale verleden, door de dwang om de eigen lokale geschiedenis te vergeten, door een fixatie op «het heilige zand van Arabië». De gelijkschakelingdrift van de islam en de fundamentalistische neiging de hindoeïstische en boeddhistische aanwezigheid weg te werken, lijkt niet te temmen. Hoe kunnen hele volkeren zich massaal tot één godsdienst bekeren? «Misschien», oppert Naipaul in Beyond Belief, «wanneer de mensen geen idee van zichzelf hebben en geen middelen kennen om het verleden te begrijpen of te achterhalen.»

In het hele oeuvre van V.S. Naipaul is «het verleden een wond», zoals hij het aan het slot van A Turn in the South (1989) omschrijft. Het is die wond waarop Naipaul zonder aarzelen zijn vinger legt. En het is de lezer die de pijn voelt, pijn om zoveel bloed dat «de infanteristen van Allah» (Beyond Belief) vergieten.

Uiteindelijk — en hier vallen de literaire en maatschappelijk betrokken Naipaul samen — is geen enkel mens een blanco bladzijde die je naar behoefte kunt invullen. In Beyond Belief noemt Naipaul religieuze zuiverheid een waan, een imperialistische eis die voorbijgaat aan eeuwen traditie. Iedereen is cultureel gemengd, en juist die constitutie maakt de mens tot zo’n ingewikkeld, boeiend wezen dat op soms onvoorspelbare wijze omgaat met de demonen van vroeger. Wie Naipauls pas verschenen Half a Life leest, volgt de historieloze Willie Chandran in India, Engeland en Mozambique. Overal voelt hij zich een vreemde en ontwortelde, hopeloos losgewoeld van zijn oertradities. Zoals alle romans van Naipaul gaat dit hartverscheurende verhaal over zelfopoffering van vader op zoon, over loslaten en eeuwig wegvluchten van een verleden dat steeds vager wordt. Stille, lege plekken in zijn innerlijk knagen aan de wereldzwerver Willie Chandran, die zomaar een half leven voorbij heeft laten gaan. «Ik heb me voor mezelf verstopt. Ik heb niks geriskeerd. En nu is het beste deel van mijn leven voorbij.» Wat te doen? Vertellen over dat verkwiste bestaan, er zit niets anders op.

V.S. Naipaul (1932) was een halve vreemde in zijn geboorteland Trinidad omdat zijn grootouders uit India kwamen. Toen hij in 1950 met een beurs naar het Britse Oxford kwam, bleef hij een vreemde omdat zijn ouders uit de koloniale Cariben kwamen, een kolonie die door Vader Engeland niet goed werd bestierd. Als reizende schrijver met scherpe blik en open oor wist hij zich een zeer betrokken buitenstaander. Altijd aan de buitenkant, steeds een halve wees die nergens echt bij hoort. Geen wonder dat een van zijn boeken over lezen en schrijven Finding the Centre (1984) heet, een centrum dat er misschien niet is. Naipaul maakte van zijn nood, dat wil zeggen van de eenzaamheid van de ontwortelde die zich nergens verstaanbaar kan maken en door weinigen wordt begrepen, een literaire deugd.

De literatuur werd zijn reddingsboei en domein, de wereld van het reizen een nieuw tehuis. En het was zijn vader, een autodidact die journalist en schrijver werd, die hem door voorlezen gevoelig maakte voor de stijl van schrijvers als Dickens, Maugham, Huxley, Conrad of Shakespeare en die hem in Port of Spain meenam naar Ramlila, een toneelbewerking naar het epos Ramajana over de verbanning en de triomf van de heilige hindoeheld Rama. «You keep your centre» adviseerde de vader op 22 september 1950 aan zijn studerende zoon in Oxford, die op zijn beurt en met paternalistisch vertoon zijn vader tot verhalenschrijven aanzet.

Het staat te lezen in Letters Between a Father and Son (1999), een ontroerende briefwisseling die een nauwgezet beeld geeft van Naipauls ontwikkeling tot beginnend schrijver. Breekpunt in die brievenbundeling is 3 oktober 1953, de dag waarop vader Seepersad Naipaul (1906) onverwacht sterft. Twee jaar daarvoor schreef V.S. (Vido) al aan zijn zus Kamla: «Maar wie heeft mijn leven, mijn opvat tingen, mijn smaak bepaald? Pa.»

Het vaderverhaal in zijn recente roman Half a Life is dat van een brahmaan die zich isoleert, boete doet en versterft. De zoon doet dat dunnetjes over. Falende vaders; Naipauls literaire oeuvre vanaf zijn formidabele roman A House for Mr. Biswas (1961) wemelt ervan. Dat zijn ook de koloniale vaders die er niets van gebakken hebben.

En het kan ten slotte geen kwaad om te wijzen op een boeiend reisverhaal over Suriname dat Naipaul begin jaren zestig in zijn «Caribbean revisited»-bundel The Middle Passage (1962) opnam. Onder veel meer — bijvoorbeeld verdwenen verledens in Hollands Guyana — schrijft Naipaul, die genuanceerder denkt dan degenen die hem uitmaken voor een reactionair of een racist: «Maar ondanks al dat gepraat over cultuur hebben Surinamers weinig voorstellingsvermogen over de diversiteit en rijkdom van hun eigen land.»

V.S. Naipaul is nooit meeloper maar altijd dwarsligger. Hij is een van die zeldzame schrijvers die in zijn romans en reisboeken uitspreekt wat naar-de-mond-praters of paternalistische postkolonialen voor zich houden. Zo’n auteur moeten we koesteren.