Interview met Andrew Bird

Vaag met een scherp randje

Levend op een dieet van thee en groene salade toert violist en zanger Andrew Bird door Europa. Musiceren is van levensbelang: ‘Zonder optredens heb ik geen doel.’

Belfast, half zeven ’s ochtends. Op de kade van de nog stille haven stoppen twee taxi’s voor de deur van het veerbootkantoor. Andrew Bird stapt uit.

‘Hi.’

Meer tekst heeft hij op dit tijdstip niet. Klein, wit, weggedoken in jas en sjaal. Een zwartgebreide muts op het hoofd, vioolkoffer in de hand. Ook aanwezig zijn bassist Jeremy, drummer en keyboardspeler Martin, geluidsman Neil en tourmanager Jason. Vijf mannen van rond de 35, twee ochtenden geleden vanuit thuisland Amerika naar Ierland gevlogen. Na optredens in Dublin en Belfast zijn ze nu op weg naar het Schotse Glasgow. Ze stapelen koffers vol gitaren, cimbalen, kleren en alles wat je verder nodig hebt tijdens een paar weken onderweg zijn behendig op drie bagagekarretjes.

Vijf uur geleden vertrok het gezelschap uit The Speakeasy Bar, de plaatselijke hangout voor studenten, waar de bierlucht zwaar was en de schoenen bij elke stap aan de vloer plakten. Het ‘trio Bird’ gaf er z’n tweede optreden van de Europese novembertour die de 24ste eindigt in Den Haag. Tweehonderd jongeren stonden voor het kleine podium – drie bij zes – en waren getuige van Birds fabelachtige talent.

Hij toverde ongedachte geluiden en melodieën uit een viool, zong met een stem die recht je hart in gaat, liet lyrische, vogelachtige fluittonen uit zijn mond ontsnappen. Zijn teksten zijn zelden helder, maar roepen werelden op die intrigeren, ontroeren, amuseren. Bird zingt over de vraag waar het ‘zelf’ zit en wie dat bepaalt, de namen die dingen gekregen hebben, het passend maken van mensen met behulp van maatbekers.

Hij heeft het talent om op een podium volledig samen te vallen met zijn muziek. Dus kan het gebeuren dat er een geladen stilte valt waarin het publiek geconcentreerd luistert of het lied nu echt afgelopen is, of dat er toch nóg een geluid zal komen. Bird zelf – ogen dicht, viool tegen de schouder, strijkstok in de aanslag – lijkt ook te wachten of hij nog iets voelt aankomen. Maar nee, dit was het. Het blijft stil.

Bird daalt, kijkt op, ontvangt bescheiden het applaus en gejoel.

Birds stijl moet zijn ontstaan op een plek waar veel stilte en ruimte is om te luisteren naar wat er in jezelf ontstaat. Jarenlang voedde hij die plek met geluiden van over de hele wereld: Hongaarse zigeunerklanken, klassieke muziek, Afrikaanse percussie uit de jaren zeventig, jazz, country blues, nummers van Duke Ellington, Charlie Patton, Ray Charles. Hij maakte zich de muziek eigen door die na te spelen: ‘Ik ben niet zo goed in noten lezen.’ Dus gebruikte hij zijn viool, stem en gefluit. ‘Ik floot altijd al. Mensen werden er gek van.’

Inmiddels heeft hij twaalf cd’s gemaakt – in maart verscheen Armchair Apocrypha – en gaat hij al een jaar of twaalf op tournee. Hoewel hij van optreden houdt, zegt hij te verlangen naar zijn barn. Hij kocht de plek die hij als kind met zijn familie tijdens vakanties bezocht, zijn beste beslissing van de afgelopen jaren: ‘Al was het maar omdat ik er nu steeds in gedachten naartoe kan gaan.’ De boerderij ligt in het midwesten van Amerika, op een paar uur rijden van zijn huis in home town Chicago. Wanneer hij er is hakt hij hout met zijn vader en voert hij zijn 28 kippen. Het is een goede, gezonde groep, zegt Bird. ‘Niemand valt erbuiten.’

Zelf viel Bird er wél buiten. Toen hij vijftien, zestien was kreeg hij elke dag klappen. Het heeft hem niet kapotgemaakt. Beschadigd, dat wel, maar daardoor ook bijgedragen aan wie hij nu is. Hij beet zich vast in het vioolspelen. Het enige waarin hij goed was. Het enige ook wat geen competitief element in zich droeg. Het werd een onderdeel van zijn identiteit: ‘Mijn moeder had toen ze jong was het romantische idee dat haar kinderen later viool zouden spelen. Dus ging ik op m’n vierde op les. Samen met haar, en individueel. Ik studeerde zes tot acht uur per dag.’

De droom van moeder Bird leidde haar zoon naar het conservatorium: ‘En toen ik daar vanafkwam wilde ik niets liever dan bewijzen dat ik kon leven van mijn muziek. Maar ik werkte zo hard dat ik mijn arm blesseerde. Door de pijn kon ik een tijdlang niet meer spelen.’

Paniek: ‘I put all my eggs in one basket.’ Wat nu? De wet van Cruijff trad in werking: het nadeel bleek een voordeel in zich te dragen. Bird merkte dat de wereld uit meer bestond dan vioolspelen. Hij pakte een gitaar en glockenspiel, ging teksten schrijven, kwam in contact met andere kunstenaars: ‘Al met al had het een bredere benadering van muziek tot gevolg. Niet alleen laten zien hoe goed je kunt spelen en hoeveel stijlen je beheerst.’

Het is bijzonder om te zien hoe iemand op het podium kan veranderen. De Andrew Bird off stage is fragiel; alles aan hem is smal en licht. Behalve zijn voeten, die zijn opvallend groot. Bird praat weinig en zacht, probeert te slapen zodra de gelegenheid zich voordoet – opgerold in de wachtruimte van de veerboot, of ingestopt in zijn eigen kleren in de trein. On stage daarentegen is hij sterk en krachtig, alom aanwezig met de geluiden uit zijn instrumenten en zijn mond, die moeiteloos in elkaar vervloeien. Wat gelijk blijft is zijn vriendelijkheid, gevoel voor humor en de heldere blik uit zijn donkerbruine ogen. ‘Op het podium durf ik veel meer. Tegenover een groep toeschouwers kan ik gek genoeg pas echt ademen. In tijden zonder optredens krijg ik paniekaanvallen, word ik onrustig. Heb ik geen doel.’

Musiceren is voor Bird van levensbelang: ‘Het is niet echt een religieuze ervaring, maar toch zoiets. Als ik in de juiste toestand ben, heb ik geen gedachten, geen besef van verleden en toekomst, ben constant in het nu, één met de muziek.’ En dat is alles wat dit leven de moeite waard maakt, waarop alles gericht is: die paar uur zweven op het podium.

Het verklaart de tomaten, groene salades en thee, fruit en olijven die op bestelling in de kleedkamers klaar zijn gezet. De afname van bier, chocola, cola en chips is minimaal: ‘Alles wat je eet, drinkt en zegt, heeft invloed. Ik wil op mijn best op het podium staan. En ik weet inmiddels dat ik een bepaalde balans moet hebben, mijn chemie in de gaten moet houden.’ Onder meer geleerd doordat hij instortte tijdens een optreden in Newcastle, een paar jaar geleden: ‘Toen reed ik ook nog zelf rond, ik speelde solo. Na negen uur in de auto ging ik soundchecken en spelen. Niet verstandig.’

Daarom probeert Bird zoveel mogelijk te slapen: ‘Ik probeer mezelf de hele dag in een soort coma te houden. Als ik thuis ben, drink ik ’s ochtends koffie, maak een groot ontbijt, en ga dan aan mijn muziek werken. Op tournee wil ik alles zó doen dat ik het podium op ga in een toestand van vaagheid. Maar met een scherp randje.’

Alles wat Bird maakt, begint met een melodie: ‘Ik heb er steeds een paar in m’n hoofd, waar ik aan werk. Vroeger wilde ik nog wel eens een opnameapparaatje gebruiken, maar nu denk ik: wat ik me niet herinner, was het ook niet waard bewaard te blijven. Als ik een lang stuk ga autorijden bijvoorbeeld, pak ik een melodie en ga eraan werken. Ik zie het dan ook voor me. Als een wolk, een gas, een van vorm veranderende substantie.’

Zijn liedjes blijven van gedaante veranderen. Een nummer zet hij in verschillende uitvoeringen op cd’s, op het podium speelt hij niets zoals het op de plaat staat: ‘Ik snap niets van muzikanten die een cd maken, een jaar toeren, steeds hun liedjes op min of meer dezelfde manier spelen en dan thuis weer nieuwe nummers maken. Bij mij is het een voortdurend proces. Juist op tournee schrijf ik veel, om m’n creativiteit te bewaren tijdens al die uren hangen op vliegvelden.’

Ook past hij zijn nummers aan aan de plek waar hij speelt, omdat die verschillende energieën kunnen opwekken. De grootte van het podium bijvoorbeeld, en dus de afstand tussen hem en de twee andere muzikanten. Of de mate waarin het geluid zich vrijelijk door de ruimte kan bewegen. In het kleine zaaltje in Belfast levert het een intens optreden op, onder de bakstenen bogen in Glasgow een wildere avond.

Na afloop zijn er fans die Bird een hand geven en bedanken. Een meisje dat hij eerder ontmoette hoopt op een afterparty.

Het zit er niet in. Het zit er zelden in. Bird is moe. Drinkt een Guinness en een whisky, kletst nog wat en verdwijnt dan in de tourbus.

Bestel de cd’s van Andrew Bird

Medium 7896

Andrew Bird speelt op 24 november op Crossing Border