Daniel Craig als James Bond in No Time to Die. Regie Cary Fukunaga © Universal Pictures International

Deze kroniek bevat een spoiler. Aan de andere kant, er is iets belangrijks gebeurd, iets wat nieuwswaardig is. Het is nu een paar dagen nadat ik No Time to Die heb gezien, twee keer, en het vreemde is dat ik nog steeds verdriet voel. Want – dit is het nieuws – 007 is dood, niet in de zin van ‘er komt nu een nieuwe, inclusievere James Bond, een die meegaat met z’n tijd’, maar echt dood. Nooit meer zullen we hem zien. Inmiddels meen ik ook te weten wie hem gaat opvolgen – en ik kan niet wachten – maar verder hierover niets (dat betreft het echte slot van de film).

Met dat verdriet zit het zo: mijn liefde voor Bond begon in 1973 toen mijn vader om redenen die ik niet meer weet zonder mij naar Live and Let Die ging (het moest de leeftijdskeuring geweest zijn; ik was te jong). Maar vlak daarna kreeg ik een ViewMaster-setje, zodat Bond lang alleen in mijn hoofd leefde als verstilde, driedimensionale beelden. Algauw ontdekte ik de boeken: vergeelde paperbacks, beroemde edities van Pan Books met de geschilderde omslagen.

Iemand zei een tijd geleden tegen mij: ‘Bond is kasteelromans voor mannen.’ Daar zit wat in. Maar Bond is ook: complexe man in een ondankbare wereld, cultureel construct, literair personage in romans waar je gerust op neer kunt kijken, omdat de schrijver Ian Fleming de teugel vierde wat betreft het verwerken van zijn eigen giftigheid als man in de figuur van Bond. Misschien verklaart dit mijn liefde voor deze boeken: ze spreken iets duisters in de lezer aan, iets waarvan je weet dat het ‘verkeerd’ is.

Juist hier speelt No Time to Die op in. Het is ten diepste een conservatieve film, een ode aan Sean Connery’s Bond in de jaren zestig en vooral aan George Lazenby’s Bond in On Her Majesty’s Secret Service (1969), waarin 007 trouwt met Tracy die plots, aan het einde, wordt vermoord (Fleming: ‘Bonds head sank down against hers and he whispered into her hair – “you’ll see, we’ve got all the time in the world”.’) Oké, kasteelroman. Maar dit raakt mij iedere keer als ik het boek lees.

Regisseur Cary Fukunaga repliceert deze Bond in zijn nieuwe film. Hierin hebben vrouwen weinig te doen en nog minder te zeggen. Bond grijpt de macht in No Time to Die; hij weigert ook maar iets af te staan of te delen. Hij is een vat ongecontroleerde emotie, een wervelwind van male rage. Zelfs zijn dood is een daad van verzet tegen een progressieve wereld die van hem verwacht niet een Fleming-man te zijn – seksistisch en gewelddadig op het nihilistische af – maar een gevoelvolle man die meegaat met zijn tijd. Wat Bond liever doet: doodgaan.

Onze huidige tijd is niet voor 007. Zijn dood laat mij gelukkig achter. En ik zit te springen om de volgende Bond-film. Want die komt er zeker, ook al is Bond dood. Hoe dat kan? Kijk goed naar de laatste scène van No Time to Die.

Nu te zien